Alle podcasts

Brieven uit Bethlehem

Fatima woont in een klein huis in Bethlehem.

Bethlehem is een stad in Palestina.

Fatima is dertig jaar oud.

Ze werkt als lerares op een school in de buurt.

Elke ochtend staat Fatima vroeg op.

Ze maakt thee en kijkt uit het raam.

Ze ziet de straat.

De straat is smal en stil.

Soms hoort ze kinderen spelen buiten.

Dat geluid maakt haar blij.

Maar de laatste weken zijn anders.

Er zijn nieuwe mensen in het gebied.

Die mensen komen van ver.

Ze bouwen huizen op land dat niet van hen is.

De mensen in het dorp zijn bang.

Ze praten zacht met elkaar.

Ze sluiten vroeg de deuren.

Fatima gaat naar school.

Ze ziet haar leerlingen.

De kinderen zitten stil in de klas.

Normaal zijn ze luid en vrolijk.

Vandaag niet.

Een meisje heet Nour.

Nour is acht jaar oud.

Ze kijkt naar de grond.

Fatima vraagt: "Nour, gaat het goed met jou?" Nour zegt zacht: "Mijn vader is bang.

Hij slaapt niet goed." Fatima knikt.

Ze begrijpt het.

Haar eigen vader is ook bang.

Hij belt haar elke avond.

Hij vraagt: "Is alles goed bij jou?" Fatima zegt dan: "Ja, papa.

Alles is goed." Maar dat is niet altijd waar.

Na school gaat Fatima naar het postkantoor.

Ze schrijft een brief.

De brief is voor een vrouw in Nederland.

Die vrouw heet Sara.

Sara en Fatima zijn vriendinnen.

Ze kennen elkaar van de universiteit.

Sara studeert nu in Amsterdam.

Fatima schrijft in de brief: "Lieve Sara, het gaat niet zo goed hier.

De mensen in mijn dorp zijn bang.

Maar ik ga door.

Ik geef les aan de kinderen.

Dat is belangrijk voor mij." Sara leest de brief een week later.

Ze zit in haar kleine kamer in Amsterdam.

Ze leest de brief twee keer.

Dan pakt ze haar telefoon.

Ze belt Fatima.

Sara zegt: "Ik heb je brief gelezen.

Ik denk veel aan jou." Fatima lacht een beetje.

"Dank je wel, Sara.

Dat is fijn om te horen." Sara vraagt: "Wat kan ik doen voor jou?" Fatima denkt even na.

Dan zegt ze: "Vertel mensen over ons.

Vertel dat wij hier leven.

Vertel dat wij hopen op een betere tijd." Sara zegt: "Dat doe ik.

Ik beloof het." Na het telefoongesprek gaat Fatima naar buiten.

De lucht is koel.

De zon gaat onder.

De hemel is oranje en roze.

Fatima kijkt naar de hemel.

Ze denkt aan haar leerlingen.

Ze denkt aan Nour.

Ze wil dat de kinderen veilig zijn.

Ze wil dat ze kunnen spelen en lachen.

Fatima gaat naar huis.

Ze maakt soep.

De soep ruikt lekker.

Ze eet alleen, maar ze voelt zich niet alleen.

Ze heeft Sara.

Ze heeft haar leerlingen.

Ze heeft haar vader.

Morgen gaat ze weer naar school.

Ze geeft weer les.

Dat is haar werk.

Dat is haar leven.

En dat stopt ze niet.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze