

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo en welkom bij Boekisodes, de podcast voor wie Nederlands leert en van verhalen houdt.
Ik ben Rick van Dutch Fluency, en ik ben heel blij dat je er vandaag weer bij bent.
Heb jij ooit gedroomd van reizen door de tijd?
Wat zou je doen als je een machine had die je naar het verleden of de toekomst kon brengen?
Zou je de dinosaurussen willen zien?
Of misschien een kijkje willen nemen in de wereld van over duizend jaar?
De hoofdpersoon van ons verhaal vandaag had die droom ook.
En hij deed er iets mee.
Hij bouwde een machine.
Vandaag hebben we het over een van de beroemdste sciencefictionverhalen ooit geschreven: "De Tijdmachine", of in het Engels "The Time Machine".
Het boek is geschreven in achttienhonderdvijfennegentig door de Britse schrijver H.G.
Wells.
Het is een verhaal dat al meer dan een eeuw mensen fascineert.
Het gaat over avontuur, over de toekomst, maar ook over de maatschappij en de verschillen tussen mensen.
Dus, pak een kopje thee of koffie, ga lekker zitten, en reis met mij mee naar een verre, verre toekomst.
Het verhaal speelt zich af in Londen, aan het einde van de negentiende eeuw.
Dit was een tijd van grote veranderingen.
De industriële revolutie was in volle gang.
Er waren nieuwe uitvindingen, nieuwe fabrieken, en de wetenschap maakte enorme sprongen.
Mensen geloofden sterk in vooruitgang.
Ze dachten dat de toekomst alleen maar beter, slimmer en moderner zou worden.
In deze wereld van optimisme en wetenschap leeft onze hoofdpersoon.
We weten zijn naam niet.
In het hele boek wordt hij alleen 'de Tijdreiziger' genoemd.
Hij is een briljante wetenschapper en uitvinder.
Hij is rijk genoeg om niet te hoeven werken en kan al zijn tijd besteden aan zijn experimenten.
Elke week nodigt de Tijdreiziger een groep vrienden uit voor een diner bij hem thuis.
Deze vrienden zijn ook slimme, gerespecteerde mannen: een dokter, een psycholoog, een schrijver, en nog een paar anderen.
Ze praten graag over wetenschap en nieuwe ideeën.
Op een avond, na het eten, vertelt de Tijdreiziger zijn vrienden over zijn nieuwste aanname.
Hij zegt dat tijd de vierde dimensie is.
We hebben lengte, breedte en hoogte, dat zijn drie dimensies.
Maar, zo zegt hij, alles beweegt ook door de tijd.
Tijd is dus net als ruimte een dimensie waar je doorheen kunt reizen.
Zijn vrienden zijn sceptisch.
Ze lachen er een beetje om.
Het klinkt als fantasie.
Maar dan laat de Tijdreiziger iets zien.
Hij pakt een klein model, een miniatuurversie van een vreemde machine.
Het is gemaakt van metaal, ivoor en kristal.
Hij legt uit dat dit een model is van zijn tijdmachine.
Hij vraagt een van zijn vrienden om op een hendel te duwen.
De vriend doet het, en met een zacht geluid en een kleine flits van licht, is het model verdwenen.
De vrienden zijn verbaasd.
Waar is het gebleven?
De Tijdreiziger legt uit: "Het is niet vernietigd.
Het is de toekomst in gereisd." De vrienden weten niet wat ze moeten geloven.
Is het een truc?
Een goochelaarstruc?
De Tijdreiziger lacht.
Hij leidt zijn vrienden naar zijn laboratorium.
Daar staat een grotere versie van de machine.
Het is groot genoeg voor een persoon.
"Dit," zegt hij trots, "is de echte tijdmachine.
En ik ga er zelf mee reizen." Hij spreekt met ze af voor het diner van de volgende week.
Hij belooft dat hij dan een verhaal te vertellen heeft.
Zijn vrienden gaan naar huis, vol twijfel en nieuwsgierigheid.
Ze denken dat hij misschien een beetje gek is geworden.
Maar de Tijdreiziger is serieus.
Hij is klaar voor het grootste avontuur van zijn leven.
Hij wil met eigen ogen zien wat de toekomst brengt.
En zo begint het avontuur.
Een week later komen de vrienden weer samen bij de Tijdreiziger thuis.
Maar de gastheer is er niet.
Ze wachten en wachten.
Dan, opeens, strompelt de Tijdreiziger de kamer binnen.
Hij ziet er vreselijk uit.
Zijn kleren zijn gescheurd en vies.
Zijn gezicht is bleek en hij heeft een wond op zijn kin.
Hij loopt mank en lijkt uitgeput.
Hij zegt niets, maar gaat direct naar zijn laboratorium.
Even later komt hij terug, gewassen en in andere kleren.
Hij eet en drinkt alsof hij in dagen niets heeft gehad.
Als hij eindelijk klaar is, gaat hij in zijn stoel zitten en zegt: "Ik ben er klaar voor om mijn verhaal te vertellen.
Maar onderbreek me niet.
Geloof het of niet, dit is wat er is gebeurd." De Tijdreiziger begint te vertellen.
Nadat zijn vrienden vorige week vertrokken, stapte hij op zijn machine.
Hij duwde de hendel naar voren.
Het voelde heel vreemd.
De wereld om hem heen werd een waas van kleuren.
Dag en nacht vlogen voorbij als het klappen van vleugels.
Hij zag gebouwen oprijzen en weer verdwijnen.
Hij reisde sneller en sneller, duizenden jaren in de toekomst.
Hij voelde een mix van opwinding en angst.
Uiteindelijk besloot hij te stoppen.
Hij trok aan de hendel en de machine stopte met een schok.
Hij was aangekomen.
Toen hij zijn ogen opende, was hij verblind door het felle zonlicht.
Hij stond in een prachtige, open tuin.
Overal waren kleurrijke bloemen die hij nog nooit had gezien.
De lucht was schoon en warm.
In de verte zag hij grote, paleisachtige gebouwen van wit marmer, maar ze leken oud en een beetje vervallen.
Er was geen geluid van verkeer, geen fabrieken, geen drukte.
Het was stil en vredig.
Toen zag hij de mensen.
Of tenminste, wat er van de mensen was geworden.
Het waren kleine, tere wezens, ongeveer een meter twintig lang.
Ze hadden krullend haar, grote ogen en een zachte, kinderlijke uitstraling.
Ze droegen simpele tunieken en sandalen.
Ze waren prachtig, maar ook heel fragiel.
Deze wezens, die zichzelf de Eloi noemden, waren niet bang voor hem.
Ze kwamen lachend en nieuwsgierig naar hem toe.
Ze raakten zijn kleren aan en gaven hem bloemen.
Ze spraken een zachte, melodieuze taal die hij niet begreep.
Ze leken alleen maar te spelen, te eten en te slapen.
Ze aten alleen fruit, dat in overvloed groeide.
Ze leefden in de grote, oude gebouwen, maar die waren niet echt huizen.
Het waren meer gemeenschappelijke ruimtes waar ze samen aten en sliepen op hopen kussens.
De Tijdreiziger was eerst opgelucht.
Het leek alsof de mensheid eindelijk een perfecte wereld had bereikt.
Een wereld zonder werk, zonder zorgen, zonder conflict.
Een utopia.
Maar al snel begonnen hem dingen op te vallen.
De Eloi waren niet alleen kinderlijk, ze waren ook dom.
Ze hadden de intelligentie van een kind van vijf.
Ze konden geen moeilijke vragen beantwoorden.
Ze leken geen interesse te hebben in zijn machine of waar hij vandaan kwam.
Ze waren lief, maar er was geen diepgang.
En er was iets vreemds aan deze wereld.
Waar waren de oude mensen?
Waar waren de zieken?
Hij zag alleen jonge, gezonde Eloi.
En er waren overal diepe, ronde putten die naar beneden leidden, de duisternis in.
Uit die putten kwam soms een vreemd, mechanisch geluid.
De Eloi waren doodsbang voor het donker en voor die putten.
Als de zon onderging, gingen ze allemaal snel naar binnen en kropen dicht tegen elkaar aan.
Toen gebeurde er iets verschrikkelijks.
De Tijdreiziger was de wereld aan het verkennen.
Toen hij terugkwam op de plek waar hij was geland, was zijn tijdmachine weg.
Hij raakte in paniek.
Zonder zijn machine kon hij nooit meer terug naar zijn eigen tijd.
Hij was voor altijd gevangen in de toekomst.
Hij vroeg de Eloi waar zijn machine was, maar ze begrepen hem niet of durfden het niet te zeggen.
Hij zag sporen op de grond.
Sporen die leidden naar een groot bronzen voetstuk van een sfinxbeeld.
De sporen verdwenen onder zware bronzen deuren in het voetstuk.
De deuren waren op slot.
Zijn machine was daar binnen, onder de grond gesleept.
Nu begreep hij dat deze wereld niet het paradijs was dat het leek.
Er was een tweede soort wezen.
Een soort die onder de grond leefde.
De Tijdreiziger werd wanhopig en boos.
Hij moest zijn machine terugkrijgen.
Hij besloot de duisternis in te gaan.
Hij vond een van de putten en begon naar beneden te klimmen.
Het was donker en het stonk.
Hij hoorde het geluid van machines en het geklop van hamers.
Toen hij beneden was, stak hij een lucifer aan.
In het korte, flakkerende licht zag hij ze.
De Morlocks.
De Morlocks waren het tegenovergestelde van de Eloi.
Ze waren bleek, wit en hadden grote, grijze ogen die geen licht konden verdragen.
Ze leken op apen, met lang, wit haar.
Ze kropen weg voor het licht van zijn lucifer.
De Tijdreiziger realiseerde zich de verschrikkelijke waarheid.
De mensheid was in twee soorten opgesplitst.
De Eloi waren de afstammelingen van de rijke, heersende klasse.
Generaties lang hadden ze alles wat ze wilden, zonder te werken.
Ze werden mooi en zwak.
De Morlocks waren de afstammelingen van de arbeidersklasse.
Generaties lang waren ze gedwongen om onder de grond te werken in de fabrieken.
Ze werden aangepast aan het donker, sterk maar lelijk.
De machines die hij hoorde, waren de machines die de wereld van de Eloi draaiende hielden.
De Morlocks waren de werkers, de technici.
Maar de relatie was veranderd.
De Morlocks waren niet langer alleen de dienaren.
De Tijdreiziger zag botten in de donkere tunnels.
Niet van dieren.
Hij realiseerde zich met afschuw dat de Morlocks vleeseters waren.
En de Eloi, die zo bang waren voor de nacht, waren hun vee.
De mooie, domme Eloi waren het voedsel voor de ondergrondse Morlocks.
De utopie was een nachtmerrie.
De Tijdreiziger voelde zich misselijk.
Hij dacht: "Het was zo helder voor mij dat de mensheid, gedreven door een steeds grotere kloof tussen de rijken en de armen, zich had opgesplitst in twee verschillende diersoorten." In de wereld boven de grond raakte hij bevriend met een van de Eloi, een meisje genaamd Weena.
Hij had haar gered van de verdrinkingsdood in een rivier, terwijl de andere Eloi alleen maar toekeken.
Weena was anders dan de rest.
Ze was hem dankbaar en volgde hem overal.
Ze was zijn enige connectie, zijn enige vriendin in deze vreemde wereld.
Ze gaf hem bloemen en probeerde hem te begrijpen.
Zijn nieuwe doel was niet alleen om zijn tijdmachine terug te krijgen, maar ook om Weena en zichzelf te beschermen tegen de Morlocks.
Hij wist dat hij wapens nodig had.
Hij ging op zoek en vond een oud, vervallen gebouw.
Het was een museum.
Binnen vond hij een doos met lucifers, een fles met een brandbare vloeistof en een zware ijzeren staaf.
Dit waren zijn wapens tegen de duisternis.
Hij besloot dat hij de Morlocks moest confronteren om zijn machine terug te krijgen.
Samen met Weena liep hij richting het bos, op weg naar de sfinx.
Het werd nacht.
De Morlocks kwamen uit hun holen.
De Tijdreiziger stak een vuur aan om ze op afstand te houden.
Maar het vuur verspreidde zich snel door het droge bos.
Er ontstond een enorme bosbrand.
In de chaos en de rook raakte hij Weena kwijt.
Hij zocht haar, riep haar naam, maar ze was weg.
Waarschijnlijk omgekomen in de vlammen of meegenomen door de Morlocks.
Hij was kapot van verdriet.
Uiteindelijk bereikte hij de sfinx.
Hij zag dat de bronzen deuren openstonden.
De Morlocks hadden een val voor hem gezet.
Ze wilden hem vangen.
Maar de Tijdreiziger was voorbereid.
Hij ging naar binnen, de duisternis in.
De deuren sloten zich achter hem.
De Morlocks vielen hem aan, maar hij vocht terug met zijn ijzeren staaf.
In het donker vocht hij zich een weg naar zijn tijdmachine.
Hij vond de hendels, klom op de machine en duwde de hendel vooruit, de toekomst in, weg van de verschrikkelijke Morlocks.
Hij had kunnen terugkeren naar zijn eigen tijd.
Maar hij was zo geschokt en verdrietig dat hij verder de toekomst in reisde.
Miljoenen jaren verder.
De wereld die hij zag was nog somberder.
De aarde was gestopt met draaien.
De zon was een enorme, rode bal aan de hemel die niet meer onderging.
Het was koud en stil.
De laatste restjes leven op aarde waren gigantische, krabachtige wezens die langzaam over een rood, desolaat strand kropen.
Er waren geen planten, geen bomen, alleen een groene slijmlaag op de rotsen.
Het was het einde van de wereld.
Hij voelde een immense eenzaamheid.
Hij dacht: "De lucht was niet meer blauw.
Naar het noordoosten was het inktzwart, en uit die zwartheid schitterden de sterren helder en duidelijk." Geschokt door deze visie van de dood van de planeet, keerde hij eindelijk de machine om.
Hij reisde terug, terug door de tijd, voorbij de Eloi en de Morlocks, voorbij zijn eigen geboorte, terug naar zijn eigen laboratorium in het Londen van de negentiende eeuw.
Hij kwam aan, slechts een paar uur nadat hij was vertrokken.
En dat was het moment dat hij de eetkamer binnen strompelde, waar zijn vrienden op hem wachtten.
Hij had zijn verhaal verteld.
Als hij klaar is met zijn verhaal, is het stil in de kamer.
Zijn vrienden weten niet wat ze moeten denken.
Het is een fantastisch verhaal, te gek om waar te zijn.
Ze proberen logische verklaringen te vinden.
Misschien was hij ziek, misschien heeft hij alles gedroomd.
Maar de Tijdreiziger heeft bewijs.
Hij haalt iets uit zijn zak.
Twee vreemde, witte bloemen.
Ze zijn een beetje verlept.
"Weena heeft ze in mijn zak gestopt," zegt hij zacht.
De bloemen zijn van een soort die niemand kent.
Ze zijn het enige tastbare bewijs van zijn reis.
De verteller van het verhaal, een van de vrienden, gelooft hem.
Wat vertelt dit boek ons nu eigenlijk?
H.G.
Wells gebruikte dit verhaal om kritiek te geven op zijn eigen tijd, de Victoriaanse tijd.
De splitsing tussen de Eloi en de Morlocks is een symbool voor de groeiende kloof tussen de rijke elite en de arme arbeidersklasse.
De rijken deden niets, leefden in luxe, en werden, in de visie van Wells, zwak en nutteloos.
De arbeiders, die in de donkere fabrieken en mijnen werkten, werden van hun menselijkheid beroofd.
Wells waarschuwt dat als deze sociale ongelijkheid doorgaat, het kan leiden tot een vreselijke toekomst.
Het is een krachtige sociale kritiek, verpakt in een spannend avontuur.
Het boek stelt ook vragen bij het idee van vooruitgang.
In de negentiende eeuw dachten veel mensen dat de mensheid altijd beter en slimmer zou worden.
Maar Wells draait dat om.
In zijn toekomst is de mensheid gedegenereerd, teruggevallen naar een primitieve staat.
De Eloi hebben hun intelligentie verloren, de Morlocks hun menselijkheid.
Het is een waarschuwing: vooruitgang is niet gegarandeerd.
Als we niet oppassen, kunnen we alles wat we hebben opgebouwd weer verliezen.
Het thema tijd is natuurlijk centraal.
Het gaat niet alleen om het reizen door de tijd, maar ook om de enorme schaal van de tijd.
De Tijdreiziger ziet niet alleen de toekomst van de mensheid, maar ook het einde van de wereld.
Dat geeft een gevoel van hoe klein en onbelangrijk de mens eigenlijk is in de kosmische geschiedenis.
Hoe eindigt het verhaal?
De dag na zijn verhaal is de Tijdreiziger weer de oude.
Hij is opgewonden en praat met de verteller over zijn plannen.
Hij wil terug.
Hij wil meer bewijs verzamelen, misschien foto's maken met een camera.
Hij zegt dat hij binnen een half uur terug zal zijn.
Hij pakt een kleine camera en wat andere spullen en gaat naar zijn laboratorium.
De verteller wacht.
Maar het halve uur gaat voorbij.
Uren gaan voorbij.
Dagen.
De Tijdreiziger komt niet terug.
Hij is verdwenen.
Niemand weet waar hij naartoe is gegaan.
Is hij teruggegaan naar de tijd van de Eloi om Weena te zoeken?
Is hij naar een ander punt in de tijd gereisd?
Of is er iets misgegaan met zijn machine?
Het einde is open en mysterieus.
We zullen het nooit weten.
Het enige wat overblijft is zijn ongelooflijke verhaal en de twee witte bloemen, een symbool van liefde en menselijkheid in een gedegenereerde wereld.
De verteller bewaart de bloemen en denkt na over het lot van de mensheid.
Het verhaal blijft bij je hangen.
Het is spannend, het is triest, en het zet je aan het denken.
Ook al is het meer dan honderd jaar oud, de vragen die het stelt over klasse, ongelijkheid en de toekomst van de mensheid zijn vandaag de dag nog steeds relevant.
"De Tijdmachine" is niet alleen het verhaal van een man die door de tijd reist.
Het is een spiegel die H.G.
Wells zijn eigen maatschappij voorhield.
En misschien, als we erin kijken, zien we ook een reflectie van onze eigen wereld.
Het is een herinnering dat de toekomst niet iets is dat ons overkomt.
Het is iets dat we zelf maken, met de keuzes die we vandaag doen.
En de kleine, witte bloemen van Weena herinneren ons eraan dat zelfs in de donkerste toekomst, er nog steeds een plek kan zijn voor schoonheid en tederheid.
Bedankt voor het luisteren naar Boekisodes.
Voor de volledige transcriptie van deze aflevering, ga naar dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze