

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Dit is Lena.
Lena woont in Gey.
Gey is een klein dorp.
Het dorp is in Duitsland.
Lena heeft een dochter.
De dochter heet Sara.
Sara is zeven jaar oud.
Vandaag is het een warme dag.
De lucht is oranje.
Lena kijkt naar buiten.
Zij ziet veel rook.
De rook is zwart.
De rook komt van het bos.
Het bos brandt.
Het vuur is groot.
Lena hoort een auto.
De auto rijdt door de straat.
Een man roept iets.
De man zegt: "Iedereen moet weg!
Het vuur komt!" Lena kijkt naar Sara.
Sara kijkt naar Lena.
Sara zegt: "Mama, ik ben bang." Lena zegt: "Ik ook, Sara.
Maar wij gaan nu weg." Lena pakt een koffer.
De koffer is rood.
Zij doet kleren in de koffer.
Zij doet foto's in de koffer.
De foto's zijn van oma.
Oma woont ver weg.
Oma woont in Utrecht.
Lena pakt ook water.
Het water is in een fles.
De fles is groot.
Sara pakt haar pop.
De pop heet Mia.
Mia is klein en geel.
Sara houdt Mia vast.
Zij loopt naar de auto.
Lena loopt ook naar de auto.
De auto is blauw.
Lena zet de koffer in de auto.
Zij rijden weg.
Lena kijkt in de spiegel.
Zij ziet het dorp.
Zij ziet de rook.
De rook is heel zwart.
Lena denkt: wij gaan nu weg.
Het dorp blijft hier.
Lena is verdrietig.
Maar zij rijdt door.
Zij rijden naar een grote stad.
De stad heet Aken.
In Aken is een school.
De school is een opvang.
Veel mensen zijn in de school.
Lena en Sara gaan naar binnen.
Het is warm binnen.
Er zijn stoelen.
Er is water.
Er is soep.
De soep ruikt lekker.
Sara drinkt de soep.
Sara zegt: "De soep is goed, mama." Lena lacht.
Zij drinkt ook soep.
Een vrouw komt naar Lena.
De vrouw heet Petra.
Petra werkt in de school.
Petra zegt: "Welkom.
Jullie zijn hier goed." Lena zegt: "Dank u wel." Petra geeft Sara een deken.
De deken is blauw.
Sara houdt de deken vast.
Sara houdt ook Mia vast.
De avond komt.
Sara slaapt op een bed.
Het bed is klein maar zacht.
Lena zit naast Sara.
Lena kijkt naar Sara.
Sara slaapt goed.
Lena denkt: Sara slaapt.
Dat is fijn.
Lena is blij.
Zij zijn samen.
Dat is het beste.
Het vuur brandt nog.
Maar Lena en Sara zijn in Aken.
Zij zijn samen.
Zij hebben soep.
Zij hebben een deken.
Morgen is een nieuwe dag.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze