

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Rick woont in Den Haag.
Hij heeft een klein huis.
Naast het huis staat een schuurtje.
Het schuurtje is oud.
Rick kijkt naar het schuurtje.
Hij ziet een deur.
De deur is open.
Rick loopt naar het schuurtje.
Hij kijkt binnen.
Er zit een dier.
Het dier is klein.
Het dier heeft een bruin lijf.
Het dier zit op een plank.
Rick zegt: "Hallo dier." Het dier kijkt naar Rick.
Het dier zegt niets.
Rick lacht.
Hij vindt het dier leuk.
Het dier heeft een nest.
Het nest is van stro.
Het nest ligt op de grond.
Rick ziet drie eieren.
De eieren zijn wit.
Rick zegt: "Wat een mooi nest." Het dier kijkt naar de eieren.
Rick gaat weg.
Hij wil eten.
Hij maakt een boterham.
Hij eet de boterham.
Hij drinkt een glas melk.
Dan hoort hij een geluid.
Het geluid komt uit het schuurtje.
Rick loopt naar het schuurtje.
Hij kijkt binnen.
Het dier zit nog op de plank.
Een ei is open.
Er komt een klein dier uit.
Het kleine dier is nat.
Rick zegt: "Welkom." Het kleine dier piept.
De moeder kijkt naar het kleine dier.
Rick is blij.
Hij kijkt elke dag naar het nest.
De dagen gaan voorbij.
De kleine dieren groeien.
Ze worden groot.
Ze leren vliegen.
Ze vliegen door de tuin.
Rick zit op een stoel.
Hij kijkt naar de dieren.
Hij drinkt een kop thee.
De zon schijnt.
De lucht is blauw.
Rick zegt: "Dit is een goede dag." De dieren vliegen weg.
Ze komen terug.
Ze brengen takken.
Ze maken het nest groter.
Rick zegt: "Goed zo." De buren kijken naar het schuurtje.
Zij zien de dieren.
Zij zeggen: "Wat een mooi nest." Rick knikt.
Hij is trots.
Hij zorgt voor de dieren.
Hij geeft ze water.
Hij geeft ze brood.
De dieren eten het brood.
Ze zijn blij.
Rick is ook blij.
Hij heeft nieuwe vrienden.
De dieren zijn zijn vrienden.
Elke ochtend gaat Rick naar het schuurtje.
Hij zegt: "Goedemorgen." De dieren piepen.
Rick lacht.
Hij drinkt zijn koffie.
Hij kijkt naar de dieren.
De dieren spelen.
Ze rennen door de tuin.
Ze vliegen naar de bomen.
Rick zegt: "Wat een leven." De buren komen op bezoek.
Zij zien de dieren.
Zij zeggen: "Wat een mooie dieren." Rick zegt: "Ja, ze zijn speciaal." De buren drinken koffie.
Rick vertelt over het nest.
Hij vertelt over de eieren.
Hij vertelt over de kleine dieren.
De buren luisteren.
Ze vinden het mooi.
De dag is klaar.
De zon gaat onder.
Rick zit in zijn huis.
Hij kijkt naar het schuurtje.
De dieren slapen.
Rick is moe.
Hij gaat naar bed.
Hij slaapt goed.
De volgende ochtend wordt hij wakker.
Hij kijkt uit het raam.
De zon schijnt.
De dieren vliegen.
Rick zegt: "Een nieuwe dag." Hij gaat naar buiten.
Hij loopt naar het schuurtje.
De dieren zitten op het dak.
Ze kijken naar Rick.
Rick zegt: "Goedemorgen." De dieren piepen.
Rick lacht.
Hij maakt een boterham.
Hij eet buiten.
De dieren komen bij hem zitten.
Ze willen een stukje brood.
Rick geeft ze een stukje.
Ze eten het brood.
Rick zegt: "Jullie zijn mijn vrienden." De dieren kijken naar hem.
Rick voelt zich goed.
Hij heeft een mooi leven.
Het schuurtje is zijn plek.
De dieren zijn zijn familie.
Rick zegt: "Tot de volgende keer."
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze