

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Vandaag gaan we een verhaal vertellen over ijs, over kou, over hoop en over een tocht die bijna mythisch is geworden in Nederland.
Nederland.
We hebben het over de Elfstedentocht.
Als je in Nederland woont heb je die naam vast wel eens gehoord.
En als je Nederlands leert is dit een woord dat je echt moet kennen.
Want de Elfstedentocht is niet zomaar een schaatswedstrijd.
Het is een droom.
Een nationale droom.
De Elfstedentocht is een schaatstocht van bijna 200 kilometer.
Die tocht gaat door de provincie Friesland in het noorden van Nederland.
Je schaatst langs elf kleine en grotere steden.
Dat zijn Leeuwarden, Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker en Dokkum.
Elf steden, allemaal in Friesland.
Daar komt ook de naam vandaan.
Elf steden, een tocht.
Elfstedentocht.
Maar hier is het bijzondere.
Deze tocht wordt alleen gereden als het heel, heel koud is.
Het ijs op de kanalen en meren moet sterk genoeg zijn.
Overal.
15 centimeter dik, minimaal.
En dat gebeurt in Nederland bijna nooit meer.
De laatste keer was in 1997.
Dat is inmiddels bijna 30 jaar geleden.
Heel veel jonge Nederlanders hebben de Elfstedentocht dus nog nooit meegemaakt.
Ze kennen hem alleen van oude video's, van verhalen van hun ouders of van hun opa en oma.
Laat me je meenemen, even terug in de tijd.
Sluit bijna je ogen.
Of blijf rijden.
ENOf lopen.
ENDat mag ook.
Maar luister goed.
Het is 4 januari 1997.
Het is nog donker.
In een klein hotel in Leeuwarden stapt een man uit zijn bed.
Zijn adem maakt kleine wolkjes in de kamer.
Buiten is het min 18 graden.
De lucht bijt in zijn neus als hij het raam opendoet.
Hij hoort niets, alleen het kraken van het ijs in de verte.
Een paar uur later staat hij in Bolsward.
Hij is begonnen in Leeuwarden en heeft al ruim vijftig kilometer in de benen.
Bolsward is het zesde stempelpunt.
Iedere schaatser heeft een klein kaartje om zijn nek hangen.
Bij elke stad moet hij een stempel halen.
Geen stempel, geen bewijs.
Geen bewijs, geen kruisje.
De rijen bij de stempelposten zijn lang.
Mannen en vrouwen staan dicht tegen elkaar aan.
Hun wangen zijn rood.
Veel mannen hebben baarden en die hangen vol met kleine ijsbolletjes.
Eén schaatser trekt zijn wanten uit om zijn kaart te pakken.
Hij vloekt zachtjes.
Zijn vingers doen pijn.
Iemand naast hem lacht en zegt, kom op jongen, nog 150 kilometer.
Bij een kraampje staat een oude vrouw met een thermoskan.
Ze schenkt hete chocolademelk in plastic bekers.
De damp stijgt op en verdwijnt meteen in de ijskoude lucht.
Een kind, misschien zeven jaar oud, roept zijn vader, papa, je bent er, papa.
De vader lacht, want zijn tranen zouden zo bevriezen.
Hij drinkt snel, pakt zijn stempel en schaatst weer weg.
Verder, verder, naar Harlingen.
Zo zag het eruit, die dag.
Honderdduizenden Nederlanders stonden langs de kant.
Miljoenen mensen keken thuis op de televisie.
Koning Willem-Alexander, toen nog prins, reed ook mee.
Anoniem, met een gewoon nummer.
Hij reed gewoon de tocht uit, net als iedereen anders.
De winnaar van die 4 januari 1997 was Henk Angenent, een boer uit de provincie Zuid-Holland.
Hij won de wedstrijdversie in ongeveer 6 uur en 49 minuten.
Maar de wedstrijd is eigenlijk niet het belangrijkste.
Het belangrijkste is wat de Friezen de tocht der tochten noemen.
Want duizenden mensen doen gewoon mee om het uit te rijden.
Niet om te winnen, gewoon om te kunnen zeggen ik heb het gedaan.
Ik heb mijn kruisje.
En dan komen we bij dat woord, het kruisje.
Als je de Elfstedentocht uitrijdt krijg je een klein speldje in de vorm van een kruisje.
Dat kruisje is heilig.
Mensen bewaren het hun hele leven.
Ze laten het zien aan hun kinderen, aan hun kleinkinderen.
Het betekent, ik was erbij.
Ik heb dit gedaan.
Ik heb 200 kilometer door de kou geschaatst.
Tegen de wind in.
Over scheuren in het ijs.
Over hobbels en gaten.
Ik heb het overleefd.
Waarom raakt dit verhaal zoveel Nederlanders?
Ik denk dat het te maken heeft met iets diepers.
Nederland is een land van water.
Ons land ligt voor een groot deel onder de zeespiegel.
We vechten al eeuwen tegen het water.
Maar als het water bevriest, krijgen we het terug.
Dan wordt het water ons pad, onze snelweg, onze speelplaats.
En dat voelt magisch.
Misschien gaat het ook over samen zijn.
Over een heel land dat plotseling stilstaat.
Scholen die dichtgaan, kantoren die bijna leeg zijn.
Iedereen kijkt mee.
Iedereen leeft mee.
Je bent niet alleen.
Je bent Nederlander.
Voor één dag.
Samen op het ijs of samen voor de televisie.
Maar nu wachten we.
Al bijna dertig jaar.
En het wordt moeilijker.
De winters in Nederland zijn zachter geworden.
Het klimaat verandert.
Sommige wetenschappers denken dat er misschien nooit meer een Elfstedentocht zal zijn.
Dat is verdrietig.
Maar toch blijft de hoop.
Elke winter, als er een paar dagen vorst zijn, beginnen Nederlanders weer te dromen.
Zou het kunnen?
Vragen ze zich af.
Zou het nog een keer gebeuren?
Misschien heb jij die vraag ook wel eens gehoord.
Als je in Nederland bent in januari of februari en er ligt ijs op het water, dan voel je die spanning.
Mensen kijken naar het weerbericht.
Ze praten erover in de supermarkt, op het werk, in de trein.
Heb je het gehoord?
Het wordt koud volgende week.
En dan denk je, wauw, wat is dit voor een land.
Voor jou als leerder van het Nederlands is dit verhaal goud waard.
Want de Elfstedentocht zit in de ziel van Nederland.
Als je erover kunt praten, kun je met elke Nederlander in gesprek komen.
Vraag het maar eens aan je buurman, aan je collega of aan je taalpartner.
Vraag, heb jij de Elfstedentocht gezien in 1997?
Grote kans dat zij een verhaal hebben.
Over waar ze die dag waren.
Over wie er meedeed in de familie.
Over de kou.
Over het feest op straat.
En dan luister je.
En dan leer je Nederlands op een manier die geen boek je kan leren.
Laat deze aflevering dus een uitnodiging zijn.
Een uitnodiging om met Nederlanders te praten over wat zij belangrijk vinden.
En laat de Elfstedentocht jouw deur zijn naar meer verhalen.
Drie woorden om te onthouden.
Het ijs.
The ice.
ENVoorbeeldzin.
Het ijs op het kanaal is dik genoeg om op te schaatsen.
De tocht.
The journey.
ENThe ride.
ENVoorbeeldzin.
De tocht door Friesland was lang en zwaar.
De kou, the cold.
Voorbeeldzin.
De kou beet in zijn wangen, maar hij bleef doorschaatsen.
Een vraag voor jou.
In welk jaar werd de laatste Elfstedentocht gereden?
A.
EN1985 B.
1997 C.
2012 Tot de volgende aflevering van Nederland in Verhalen.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze