

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Op zaterdagochtend is Evi vroeg wakker.
De lucht boven Drenthe is grijs en zacht.
Op het raam zitten kleine druppels.
Evi trekt haar oude jas aan.
Haar broer Daan wacht al bij de deur.
Hij draagt laarzen tot bijna aan zijn knieën. “Ik zie eruit als een groene reiger,” zegt hij.
Evi lacht, want de laarzen zijn echt enorm.
Vandaag gaan ze naar een laag stuk land.
Er ligt een smal water naast.
Mensen van het museum zijn daar al weken bezig.
Ze zoeken oude dingen uit het leven van lang geleden.
Op de radio hoorde Evi erover.
Er zijn al duizenden kleine dingen uit de grond gehaald.
Stukjes pot, kralen, houtjes en stenen liggen in bakken.
Evi vindt dat spannend.
Ze houdt van simpele vragen.
Wie at uit die pot?
Wie verloor die kraal?
Daan denkt alleen aan warme koffie. “En misschien aan een koek,” zegt hij zacht.
Bij het land staat een witte tent.
De wind trekt aan de tentdoek.
Binnen klinkt zacht praten en tikken van regen.
Het ruikt naar nat gras en koffie.
Een vrouw met rode wangen komt naar hen toe. “Ik ben Lotte,” zegt ze. “Welkom bij onze kijkdag.” Lotte geeft Evi en Daan blauwe kaartjes. “Jullie mogen kijken en helpen,” zegt ze. “Maar blijf bij de tafel.” Op de tafel liggen kleine bakjes.
Elk bakje heeft een nummer.
Zo raakt niets kwijt.
Evi knikt ernstig.
Daan knikt ook, maar kijkt naar de koektrommel.
Lotte laat een stukje pot zien.
Het is bruin en heeft lichte lijnen. “Dit lag diep in de grond,” zegt ze. “Iemand gebruikte het heel lang geleden.” Evi houdt haar handen achter haar rug.
Ze wil niets stuk maken.
Daan fluistert: “Misschien zat er erwtensoep in.” Evi zegt: “Dan is het nu wel koude soep.” Ze lachen allebei.
Buiten bij het smalle water staan meer mensen.
Zij werken met kleine lepels en kwasten.
Ze halen nat zand langzaam weg.
Daarna leggen ze alles in bakjes.
Een jongen vindt een groene kraal.
Hij roept: “Kijk, een kleine groene erwt!” Lotte zegt: “Bijna, maar eet hem niet op.” Iedereen lacht.
Evi mag bij een tafel met water staan.
Daar spoelt ze stukjes pot heel zacht schoon.
Het water is koud aan haar vingers.
Een kraai roept hard boven de tent.
Daan zegt: “Die kraai wil ook helpen.” Evi antwoordt: “Dan moet hij eerst laarzen kopen.” Na een uur telt Lotte de bakjes. “Vandaag hebben we al vijftig nieuwe dingen,” zegt ze. “En totaal zijn het er meer dan drieduizend.” Daan fluit zacht. “Dat past niet in mijn jaszak.” Lotte kijkt streng, maar lacht dan. “Nee, en dat is maar goed ook.” Evi vraagt: “Wat gebeurt er nu mee?” Lotte wijst naar een grote doos. “We geven alles een nummer,” zegt ze. “Daarna gaat het naar het museum.” Evi vindt dat duidelijk.
Elk klein ding krijgt een eigen plek.
Ook een stukje pot is dan belangrijk.
In de middag wordt de lucht lichter.
Een dunne zon komt door de wolken.
Het natte gras glanst.
Evi maakt een foto van Daan.
Hij staat naast een bak met stenen.
Zijn laarzen zitten vol nat zand. “Ik ben nu ook oud,” zegt hij. “Kijk maar naar mijn knieën.” Op weg naar huis zijn ze stil.
De bus rijdt langs gele velden en donkere bomen.
Evi denkt aan de groene kraal.
Iemand had die ooit in de hand.
Nu ziet Evi hem op een gewone zaterdag.
Dat voelt klein, maar ook mooi.
Thuis zet Daan zijn laarzen buiten. “Die mogen daar nadenken,” zegt hij.
Evi glimlacht en hangt haar jas op.
Ze voelt zich warm vanbinnen.
Vandaag keek ze naar kleine dingen.
Maar de dag voelde groot.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze