

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Lena is in Indonesië.
Zij is op het eiland Flores.
Flores is ver van Nederland.
Het is een mooi eiland.
De lucht is blauw en de zon is warm.
De zee is groen en het water is stil.
Lena is blij.
Zij kijkt naar de natuur.
De bomen zijn groen.
De bloemen zijn rood en geel.
Lena voelt de wind.
De wind is zacht.
Lena heeft een kamer in een klein hotel.
Het hotel is wit.
Het is klein maar mooi.
Het is warm in de kamer.
Lena drinkt water.
Het water is koud.
Zij zit op een stoel.
De stoel is van hout.
Lena kijkt naar het raam.
Zij ziet de zee.
De zee is mooi.
Lena is rustig.
Dan hoort Lena iets.
Het is een groot geluid.
Het geluid komt van onder.
De grond gaat heen en weer.
De stoel gaat heen en weer.
Het water in het glas gaat heen en weer.
Lena ziet het glas.
Het glas beweegt op de tafel.
Lena is verbaasd.
Haar hart gaat snel.
Zij denkt: wat is dit?
Zij denkt: dit is groot.
Zij denkt: dit is heel groot.
Lena staat op.
Zij is bang.
Haar handen zijn koud.
Zij loopt naar de deur.
De deur is open.
Zij staat buiten.
Buiten is het ook warm.
De lucht is nog mooi.
Maar de mensen zijn bang.
Lena ziet een vrouw.
De vrouw staat bij de muur.
De muur is wit.
De muur is sterk.
De vrouw heeft een kind.
Het kind huilt.
Het kind is klein.
Lena hoort het kind.
Het kind roept: mama! mama!
Lena zegt: hallo!
Bent u goed?
De vrouw zegt: ja, ik ben goed.
Maar ik ben bang.
Lena zegt: ik ook.
Ik ben ook bang.
De vrouw kijkt naar Lena.
De vrouw is Sari.
Sari zegt: dit is een schok.
Een schok in de grond.
Lena zegt: ja.
Ik voel het ook.
De grond gaat heen en weer.
Sari zegt: dit is niet nieuw.
Het gebeurt soms op Flores.
Lena zegt: oh, dat weet ik niet.
Het kind van Sari heet Dito.
Dito is vier jaar.
Dito huilt niet meer.
Dito kijkt naar Lena.
Dito heeft grote ogen.
Lena zegt: hallo Dito!
Dito zegt: hallo!
Lena lacht.
Dito lacht ook.
Sari zegt: Dito is dapper.
Lena zegt: ja, Dito is dapper.
Na een paar minuten is het klaar.
De grond gaat niet meer heen en weer.
Het is stil.
Lena ademt diep.
Zij voelt haar hart.
Haar hart gaat langzaam weer.
Zij is blij.
Sari is ook blij.
Sari zegt: kom, wij drinken thee.
Lena zegt: ja, graag!
Zij gaan naar de keuken.
De keuken is klein.
Het is warm in de keuken.
Sari maakt thee.
Het water kookt.
Lena hoort het water.
Sari pakt twee glazen.
Ze maakt thee voor Lena en thee voor zichzelf.
De thee is warm.
Lena drinkt de thee.
De thee is lekker.
De thee is zoet.
Lena voelt de warmte.
Zij is kalm.
Dito zit op de grond.
Dito speelt met een auto.
De auto is rood.
De auto is klein.
Dito rijdt met de auto op de grond.
Dito is blij.
Lena kijkt naar Dito.
Lena lacht.
Lena denkt: dit is een grote dag.
Zij denkt: ik ben blij.
Ik ben blij met Sari.
Ik ben blij met Dito.
Ik ben blij met de thee.
De grond is rustig.
De mensen zijn rustig.
Alles is goed.
Lena schrijft op haar telefoon.
Zij schrijft aan haar moeder.
Zij schrijft: mama, ik ben goed.
Ik ben op Flores.
Het is hier mooi.
De mensen zijn lief.
Er was een schok.
Maar nu is alles goed.
Sari zegt: Flores is een goed eiland.
Lena zegt: ja.
Flores is heel goed.
Dito zegt: ja!
Flores is goed!
Lena lacht.
Sari lacht.
Dito lacht ook.
Zij drinken thee.
Het is een goede dag.
De zon schijnt.
De lucht is blauw.
De zee is groen.
Lena is blij.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze