
Steekpartij centrum Lommel, België, 2 zwaargewond, 6 mensen...

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Er is een man in Lommel België en de man is de burgemeester.
De burgemeester heeft een huis en een auto.
Hij gaat naar zijn werk. Hij dringt koffie. Hij is goed.
De burgemeester ziet een goed mensen. De mensen komen uit Afganistan.
Ze zijn met ses. Ze zijn boos.
Ze komen naar Lommel. Ze hebben een auto. Ze rijden snel.
Ze gaan naar een gebouw. Het gebouw is een asielcentrum.
Er is een man in het asielcentrum. Hij komt ook uit Afganistan.
Hij is bang. De zes mensen willen met hem praten.
Ze zijn nog steeds boos. Ze gaan naar de man. Er is een probleem.
De zes mensen en de man praten niet. Ze vechten.
Het is slecht. Twee mensen zijn zwaar gewond.
De burgemeester ziet het. Hij is verbast. Hij belt de politie.
De politie komt. Ze pakken de zes mensen op.
De zwaar gewonde mensen gaan naar het ziekenhuis.
De burgemeester gaat naar huis. Hij dringt koffie. Hij is niet blij.
Hij hoopt dat de mensen beter worden.
Hij hoopt ook dat de zes mensen veranderen.
De burgemeester kijk naar de vlag van België. Hij denkt aan vrijheid.
Hij denkt aan hoop. Hij werkt voor Lommel. Hij werkt voor België.
Hij is de burgemeester. Hij is goed.
In Lommel België is een probleem.
Maar de burgemeester werkt. De politie werkt.
De mensen in het ziekenhuis werken.
Ze werken samen. Ze hopen op beter.
Ze hopen op vrede. Ze hopen op vrijheid.
In Lommel België hopen ze.
Dit is het verhaal van Lommel België.
Het is een verhaal van hoop.
Het is een verhaal van vrijheid.
Het is een verhaal van werken.
Het is een verhaal van de burgemeester.
Hij is goed. Hij werkt.
Hij hoopt. Hij is de burgemeester van Lommel België.
En jij?
Wat doe jij? Ben jij goed?
Werk jij? Heb jij hoop?
Denk aan Lommel? België?
Denk aan de burgemeester? Denk aan vrijheid.
Denk aan hoop?
Werk? Hop?
Wees goed.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze