
Een ramp in Venezuela: 2954 doden en een wonder in het puin

Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Tim: Stel je voor: je woont in een stad, het is een gewone dag, en ineens begint de grond te schudden.
Gebouwen vallen om, stof vult de lucht, en je hoort mensen schreeuwen.
Dat is wat er in Venezuela gebeurde, een paar dagen geleden.
En vandaag wordt het dodental steeds hoger.
Pieter: O, mijn goede heer, dat is vreselijk.
In mijn tijd hadden wij ook aardbevingen, maar niet van deze omvang.
In Amsterdam voelen wij soms een lichte trilling, maar niets wat een heel winkelcentrum doet instorten.
Hoeveel mensen zijn er getroffen?
Tim: Bijna 3000 doden, Tim, en meer dan 16.000 gewonden.
Maar het ergste is: tienduizenden mensen worden nog vermist.
De VN denkt dat het om 50.000 mensen gaat.
De kans dat er nog levenden worden gevonden is heel klein, omdat de eerste 72 uur al voorbij zijn.
Pieter: 72 uur, dat is drie dagen.
In de Bijbel staat dat Jona drie dagen in de vis zat, maar dat is een wonder.
Hier is het een feit: de tijd dringt.
En die arme mensen die hun dierbaren kwijt zijn...
Hoe kunnen zij nog hoop houden?
Tim: Toch was er een wonder, Pieter.
Een man van 38, Hernán Gil, werkte in een winkelcentrum van acht verdiepingen.
Het stortte in, maar zijn hokje was sterk genoeg om het puin te dragen.
Hij had genoeg zuurstof en werd eind vorige week gered.
Dat geeft hoop, maar het is een uitzondering.
Pieter: Een uitzondering, ja.
Maar wat een krachtig verhaal.
Het doet mij denken aan de zeelui die na een schipbreuk soms dagen in een reddingsboot overleven.
De menselijke geest is taai, maar het lichaam heeft grenzen.
En wat gebeurt er nu met de overlevenden?
Tim: Ze zijn hun huis kwijt, meer dan 16.000 mensen.
De overheid heeft 25 opvangkampen gemaakt, maar die zijn niet goed.
Medici zeggen dat de hygiëne slecht is, te weinig water en sanitaire voorzieningen.
Ze vrezen dat er nog duizenden mensen doodgaan door infecties.
Pieter: Sanitair, dat is een woord dat wij in 1850 niet vaak gebruiken.
Maar ik begrijp het: schoon water en wc's zijn essentieel.
Zonder dat worden mensen ziek.
In de haven van Amsterdam hadden wij ook kampen voor arme arbeiders, maar nooit zo groot.
Hoe reageert de regering?
Tim: De regering zegt dat ze bijna 84.000 gezinnen heeft geholpen met voedselpakketten.
Maar de Venezolanen klagen dat de hulp te traag kwam.
In de eerste 48 uur moesten mensen met blote handen naar hun familie zoeken in het puin.
De leider, Delcy Rodríguez, wijst die kritiek af.
Pieter: Met blote handen?
Dat is barbaars.
In mijn tijd hadden wij gilden die bij rampen met gereedschap kwamen, maar hier is het alsof de overheid tekortschiet.
Tekortschieten, dat betekent: niet doen wat nodig is.
Dat is een hard oordeel, maar de mensen hebben gelijk.
Tim: Precies.
En het is nog erger: de aardbevingen waren op 24 juni, dus al bijna een week geleden.
De reddingsoperatie is nu eigenlijk een bergingsoperatie.
Ze halen lichamen uit het puin, geen levenden meer.
Dat is een zware klus voor de reddingswerkers.
Pieter: Bergen, dat woord gebruiken wij ook in de handel: goederen bergen in een pakhuis.
Hier is het veel droeviger: mensen bergen die niet meer leven.
En het dodental loopt steeds verder op.
Hoe kunnen wij, ver weg, dit nieuws begrijpen?
Tim: Door te luisteren, Pieter.
En door te leren.
Kijk, jij bent een luisteraar, en wij praten hierover zodat jij de woorden en de verhalen begrijpt.
Een woord als 'puin' bijvoorbeeld: dat zijn de brokstukken van een ingestort gebouw.
Stel je een stapel stenen en beton voor.
Pieter: Puin, ja.
In Amsterdam hebben wij puin van oude grachtenpanden die worden afgebroken.
Maar dat is gepland, niet zoals hier, waar alles in een seconde instort.
En 'reddingsoperatie', dat is een lang woord.
Het betekent: een plan om mensen te redden uit gevaar.
Tim: Goed, Pieter.
En 'opvangkampen' zijn tijdelijke plekken waar mensen kunnen slapen en eten.
Maar als de sanitaire voorzieningen erbarmelijk zijn, dan is er geen goed toilet of schoon water.
Dat is gevaarlijk.
De artsen maken zich zorgen.
Pieter: Erbarmelijk, dat betekent: heel slecht, om te huilen bijna.
Ja, dat is een sterk woord.
En 'nationale rouw'?
Dat heeft de regering afgekondigd, las ik.
Dat betekent dat het hele land officieel verdriet heeft, met vlaggen halfstok.
Tim: Klopt.
Nu wil ik even een klein leerpunt met je delen, luisteraar.
In het nieuws zie je vaak het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
Bijvoorbeeld: 'de geborgen slachtoffers' of 'de vermiste mensen'.
Dat is handig om te herkennen.
Pieter: Een voltooid deelwoord, zoals 'geborgen' van 'bergen'.
In een simpele zin: 'Het hokje was sterk.' Maar een betere zin, met het deelwoord als bijvoeglijk naamwoord: 'Het geborgen hokje hield de man in leven.' Zie je het verschil?
Tim: Ja!
Of: 'De vermiste mensen worden gezocht.' Simpel.
Maar beter: 'De vermiste mensen zijn nog niet gevonden.' Het deelwoord 'vermist' zegt iets over de toestand van de mensen.
Oefen dat eens, luisteraar.
Het maakt je Nederlands krachtiger.
Pieter: En nu terug naar het verdriet.
Die 50.000 vermiste mensen, dat is bijna een hele stad.
Hoe gaan zij verder, die families?
De regering heeft een week van nationale rouw afgekondigd, maar rouw duurt langer dan een week, dat weet ik uit eigen ervaring.
Tim: Dat is waar, Pieter.
Rouw is persoonlijk.
Maar de opvangkampen moeten nu eerst zorgen voor water en medicijnen.
Anders sterven er nog meer mensen.
Het is een crisis op crisis.
En jij, luisteraar, kunt meedenken: wat zou jij doen als je daar was?
Pieter: Een goede vraag.
Maar wij moeten ook de taal begrijpen om mee te kunnen praten.
Woorden zoals 'dodental' (aantal doden), 'geborgen' (uit het puin gehaald), en 'tekortschieten' (niet genoeg doen) zijn de sleutels tot het nieuws.
Tim: Precies.
En onthoud: 'puin' is het puin, 'sanitair' is alles voor hygiëne.
Oefen die woorden in je eigen zinnen.
Zoals: 'Het puin lag overal op straat.' Of: 'De sanitaire voorzieningen waren slecht.' Nu gaan we even verder met het verhaal.
Pieter: Ik hoor dat de regering voedselpakketten uitdeelt, maar de mensen zijn boos.
Zij zeggen dat de hulp te laat kwam.
Dat is begrijpelijk.
In 1850 hadden wij bij een brand in de Jordaan ook dat de buren elkaar hielpen, maar de overheid was traag.
Niets nieuws onder de zon.
Tim: Helaas niet.
Maar er is wel een verschil: nu is er wereldwijde media.
Wij hier in deze tijdmachinekamer kunnen het nieuws horen en erover praten.
Dat is een kans om te leren en te begrijpen.
Laten we dat doen, met respect voor de slachtoffers.
Tim: En Pieter, laten we verdergaan.
De mensen in Venezuela hebben nu te maken met infecties in de kampen.
De artsen zeggen dat het zorgsysteem kraakt.
Wat betekent dat precies, kraken?
Pieter: Kraken, mijn jonge vriend, is het geluid van een oude stoel die bijna breekt.
Het zorgsysteem is zo zwak dat het elk moment kan instorten, net als die stoel.
Een sterk woord voor een zwak systeem.
Tim: Mooi beeld.
En de regering zegt dat ze bijna 84.000 gezinnen heeft geholpen met voedselpakketten.
Maar de Venezolanen klagen dat de hulp tekortschiet.
Dat woord 'tekortschieten' is belangrijk voor jou, luisteraar.
Pieter: Ja, tekortschieten betekent dat je niet genoeg doet.
Alsof een schutter het doel mist.
In de handel zeiden wij: als een leverancier tekortschiet, blijven de schappen leeg.
Hier schiet de regering tekort in hulp.
Tim: En nu het leerpunt.
We hebben het over 'worden' en 'zijn' bij passieve zinnen.
In het nieuws staat: 'Het dodental is opgelopen tot 2954.' Dat is een actieve zin met 'zijn'.
Maar kijk: 'Tienduizenden mensen worden nog vermist.'
Pieter: Een goed onderscheid.
'Worden' gebruik je bij een proces: 'De hulp wordt uitgedeeld.' Het gebeurt nu.
'Zijn' gebruik je bij een resultaat: 'De hulp is uitgedeeld.' Het is klaar.
Luisteraar, probeer dit zelf.
Tim: Voorbeeld één: 'De reddingswerkers worden ingezet.' Dat is een proces, ze zijn nog bezig.
Voorbeeld twee: 'De reddingswerkers zijn ingezet.' Dat is klaar, ze werken al.
Zie je het verschil?
Oefen het in je eigen zinnen.
Pieter: Terug naar het verdriet.
Die man Hernán Gil, die na acht dagen werd gered uit het puin.
Hij had geluk, maar zijn geluk is uitzonderlijk.
De meeste families wachten tevergeefs.
Ik voel hun pijn, want ik verloor ooit een neef bij een scheepsramp.
Tim: Dat begrijp ik, Pieter.
Jij weet wat wachten is.
En die families wachten nog steeds.
De VN schat dat 50.000 mensen vermist zijn.
Dat getal is bijna niet te bevatten.
Hoe verwerk je zoiets in 1850?
Pieter: In 1850 lazen wij de krant, dagen later pas.
Wij rouwden thuis, in de kerk.
Maar nu?
Nu zie jij het nieuws meteen.
Dat maakt het zwaarder, denk ik.
Je voelt de ramp alsof je ernaast staat.
Tim: Ja, maar ook dichterbij.
Wij kunnen helpen door te weten wat er speelt.
En jij, luisteraar, kunt woorden leren om mee te praten.
Woorden zoals 'dodental' en 'geborgen' ken je nu al.
Dat is kracht.
Pieter: Kracht in taal, ja.
Maar laten we niet vergeten dat achter elk getal een mens schuilt.
De parlementsvoorzitter zegt dat 84.000 gezinnen geholpen zijn.
Maar één gezin zonder hulp is er één te veel.
Tim: Daar ben ik het mee eens.
En de kritiek van de Venezolanen is hard: ze moesten met blote handen zoeken.
Dat beeld blijft hangen.
Blote handen tegen beton.
Dat is wanhoop.
Pieter: Wanhoop, ja.
En de interim-leider wees de kritiek van de hand.
Dat gezegde, 'van de hand wijzen', betekent dat je iets niet accepteert.
Alsof je een giftig geschenk wegduwt.
Maar de pijn blijft.
Tim: Mooi gezegd.
En nu denk ik aan de toekomst.
In 2250 hebben wij systemen die aardbevingen voorspellen.
Maar zelfs dan, als de aarde beeft, zijn er slachtoffers.
Technologie is niet alles.
Pieter: Nee, technologie redt niet altijd.
Wat redt is gemeenschap.
In de Bijbel staat: 'Draag elkaars lasten.' Dat geldt nu nog steeds.
De opvangkampen moeten plekken worden van zorg, niet van ziekte.
Tim: En de regering moet sneller leren.
In 2250 gebruiken wij 'temporal storytelling' om rampen uit het verleden te bestuderen.
Zo voorkomen we fouten.
Maar hier en nu is het crisis.
Pieter: Een crisis die je voelt in je maag.
Laten we eindigen met een gedachte: elk leven is een bladzijde in het boek van de tijd.
Deze bladzijde is zwaar, maar we lezen hem samen.
Tim: Mooi, Pieter.
En jij, luisteraar, bedankt dat je erbij was.
Wil je verder praten over dit nieuws of andere woorden oefenen?
Ga dan naar nieuwsdoordetijd.com.
Daar delen we meer verhalen en taal.
Pieter: Tot de volgende keer, in de tijdmachinekamer.
Blijf nieuwsgierig, blijf leren.
En vergeet niet: achter elk nieuws zit een mens.
Tot ziens.
OefenenLees
Tekst
Audio