Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

De Avond met de Blauwe Lichten

Op een natte donderdagavond in Apeldoorn stond Tobias met zijn frietkar aan de rand van een plein.

De regen had net opgehouden, maar de stenen glommen nog.

In de lucht hing de geur van nat asfalt.

Warme olie en een beetje rook van vuurwerk dat ergens verderop was afgestoken.

Normaal verkocht Tobias op dit uur vooral patat aan scholieren, buschauffeurs.

En mensen die geen zin hadden om te koken.

Nu stonden er hekken langs de straat.

En achter die hekken verzamelden zich boze bewoners.

Het ging over een azc dat in de buurt zou komen.

Tobias had er de hele week gesprekken over gehoord.

De ene klant zei dat mensen in nood geholpen moesten worden.

De andere klant vroeg zich af of de wijk dat wel aankon.

Tobias vond beide vragen begrijpelijk, maar hij merkte ook dat niemand nog echt luisterde.

Het leek alsof sommige mensen hun mening al hadden ingepakt als een harde steen, klaar om te gooien.

Zijn buurvrouw Elif, die een kleine bloemenwinkel had, kwam met twee bekers thee naar hem toe.

haar jas was nat aan de mouwen.

Je blijft toch niet de hele avond open, vroeg ze?

Ik dacht dat honger misschien sterker was dan woede, zei Tobias.

Maar ik begin te twijfelen aan mijn eigen bedrijfsplan.

Elif lachte kort.

Als iemand straks een frikandel bestelt, terwijl hij boos naar de politie roept, geef ik je een prijs

voor maatschappelijke dienst.

Aan de overkant stond meneer van Beek, een vaste klant van Tobias.

Hij was met een groep buren gekomen.

In zijn hand hield hij een bord waarop stond, eerst luisteren naar de wijk.

Tobias kende hem als een rustige man die altijd precies twee kroketten kocht en dan klaagde

over de prijs van mosterd.

Vanavond keek hij gespannen.

Toen Tobias hem een hand opstak knikte hij wel, maar hij kwam niet dichterbij.

De politie was aanwezig om de avond veilig te houden.

Er stonden busjes langs de weg.

Agenten praatten met mensen bij de hekken.

In het begin ging het nog ordelijk.

Er werd geroepen, er werden borden omhoog gehouden.

En een paar mensen probeerden via een megafoon hun zorgen uit te leggen.

Een vrouw vertelde dat ze bang was voor drukte in de straat.

Een jonge man zei dat hij juist schaamte voelde, omdat vluchtelingen niet als probleem,

maar als mensen moesten worden gezien.

Zijn stem verdween bijna tussen het lawaai.

Tobias dacht aan Musa.

Een jongen uit Syrië die soms bij hem kwam eten.

Musa woonde in een opvanglocatie buiten de stad en leerde Nederlands met een schrift vol nette regels.

Hij zei vaak, Tobias, jouw patat is goed voor mijn taal.

Want ik moet veel woorden leren om extra saus te vragen.

Tobias had toen geantwoord dat dit misschien de duurste taalcursus van Gelderland was.

Rond 9 uur veranderde de sfeer.

Een kleine groep jonge mannen die Tobias niet herkende uit de buurt, kwam dichter bij de hekken.

Ze droegen donkere jassen en hielden hun capuchons laag.

Eerst riepen ze alleen harder dan de rest.

Daarna werd er aan een hek getrokken.

Iemand gooide een blikje.

Een knal volgde.

Zo hard dat Tobias zijn schouders optrok.

Vuurwerk sprong met een witte flits op de straat.

Dicht bij twee agenten.

Elif zette haar thee neer.

Dit is geen protest meer, zei ze zacht.

Tobias knikte.

Hij voelde zijn maag samenknijpen.

Niet omdat hij voor het eerst boosheid zag, maar omdat boosheid zo snel van eigenaar kan veranderen.

Een plein kan beginnen met vragen van bewoners en eindigen met knallen van mensen die vooral aandacht willen.

Als hij morgen de krant zou lezen, wist hij nu al welke beelden gekozen zouden worden.

Vuur, politie, rennende mensen.

Niet het bord van meneer van beek.

Niet de vrouw die bang was.

Niet de jongen die zich schaamde.

Er werd nog meer vuurwerk gegooid.

De agenten vormden een lijn.

Via een luidspreker werd gezegd dat mensen afstand moesten houden.

Sommigen gingen weg.

Anderen bleven staan.

Misschien uit nieuwsgierigheid.

Misschien omdat vertrekken voelde als verliezen.

Tobias zag hoe meneer van beek naar achteren stapte.

Zijn bord hing nu langs zijn been.

Toen een groepje door de hekken probeerde te duwen, werd er ingegrepen.

Een paar mensen werden naar de grond gewerkt en geboeid.

Tobias telde er eerst vijf, daarna tien.

En later hoorde hij dat er tientallen mensen waren aangehouden.

Het plein vulde zich met sirenes, blauwe lichten en korte bevelen.

Een jongen riep dat hij niets had gedaan.

Terwijl zijn vriend nog een stuk vuurwerk uit zijn jaszak liet vallen.

Tobias vond het een treurige vorm van theater.

Vooral omdat het publiek er niet wijzer van werd.

Elif hielp hem de luiken van de frietkar half dicht te doen.

Denk je dat het AZC er nu nog komt?

vroeg ze. Geen idee, zei Tobias.

Maar als we alleen nog praten, nadat er iets kapot is gegaan, zijn we slechte vergaderaars.

Een uur later was het plein bijna leeg.

Er lagen kartonnen borden op de grond.

Een agent met modder op zijn broek nam een slok water.

Meneer van Beek kwam eindelijk naar de frietkar.

Hij keek naar de gesloten luiken en zuchtte.

Ik wilde gewoon dat de gemeente beter zou uitleggen wat er gaat gebeuren, zei hij.

Nu lijkt het alsof wij allemaal geweld wilden.

Tobias schoof het luik een stukje open.

U krijgt van mij een kroket, zonder discussie over mosterd.

Meneer van Beek glimlachte moe.

Dat is bijna verdacht vriendelijk.

Pas op, zei Elif.

Straks komt er nog een overleggroep voor snacks, ze aten zwijgend.

In de verte reed een politiebus weg.

Tobias dacht dat een wijk niet sterker wordt door harder te roepen, maar door beter te vragen.

Als de bewoners eerder serieus waren genomen, was de avond misschien rustiger verlopen.

Als de boze jongeren thuis waren gebleven, hadden de echte vragen meer ruimte gekregen.

En als hij eerlijk was, wist hij zelf ook niet hoe je angst in één gesprek oplost.

Toch voelde hij iets kleins van hoop.

Meneer van Beek vroeg aan Elif, of Musa misschien eens in de bloemenwinkel wilde helpen met sjouwen.

Elif zei dat ze het hem zou vragen.

Het was geen groot antwoord op een moeilijk probleem, maar het was tenminste een begin.

Tobias draaide het licht in zijn frietkar uit.

Hij voelde zich moe, maar ook iets minder boos op de wereld.

Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze