Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Op het terras

Kijk, de zonsgijnt.

Ja, heerlijk weer vandaag.

Ik zit lekker.

Ja, je ook.

Ja, ik denk een buurtje.

Ik drink T, dat is lekker.

Bieren is niet voor mij.

Wel niet?

Bier is toch lekker?

Nee, ik word er moe van.

Hij wordt moe van bier, grappig.

Ja, ja, lag maar.

Oké, oké, jij drinkt T.

Ik heb ook een koekje.

Wil je erin?

Ja, graag.

Ik eet graag koekjes.

Koekjes bij T, dat is raar.

Nee, dat is juist heel gewoon.

Ik eet lieve notjes bij Bier.

Notjes zijn ook lekker.

Geef mij maar notjes.

Jullie zijn allebei check.

Tot zeg jij.

Jij drinkt T.

T is goed voor mij.

Ik ben rustig.

Rustig?

Jij praat de hele dag.

Dat is niet waar.

Ik praat weinig.

Haha, hemma, jij praat veel.

Oké, misschien een beetje.

Maar ik ben lief.

Ja, dat wel.

Je bent lief.

Kijk, daar gaat een man.

Hij loopt snel.

Ja, hij heeft haast.

Misschien is hij te laat.

Te laat voor wat?

Voor het werk?

Misschien?

Hij kijkt op zijn telefoon.

Dat is niet goed.

Niet lopen en kijken.

Hij valt bijna.

Kijk uit.

Hij valt niet.

Hij is goed.

Ik val nooit.

Ik ben voorzichtig.

Jij?

Voorzichtig?

Dat geloof ik niet.

Ja wel.

Ik ben heel voorzichtig.

Oké, hemma.

Jij bent voorzichtig.

En ik?

Ik ben ook voorzichtig.

Nee, jij valt vaak.

Ik zie het.

Dat is niet waar.

Ik val nooit.

Wat is dat?

Een hond?

Ja.

Een kleine hond.

Hij is gattig.

Hij komt naar ons toe.

Hij wil eten.

Nee.

Hij wil een ai.

Kijk, hij is blij.

Hij kwispoot.

Dat is leuk.

Ik wil ook een hond.

Een grote hond.

Een grote hond etveel.

Dat is duur.

Dat is waar.

Maar een hond is leuk.

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Ik heb bliever een kat.

Een kat is rustig.

Een kat is ook lief.

Maar een hond is blij.

Ja, een hond is altijd blij.

Dat is mooi.

Oké, genoeg over dieren.

Ik heb honger.

Ik ook.

Zullen we eten bestellen.

Ja, goed idee.

Ik wil een broodje.

Ik kan een broodje kaas.

Ik win een broodje met ham.

En ik neem een broodje met ei.

Lekker.

En nog een biertje voor mij.

Ik neem nog een tee met honding.

T met honding, dat is voor als je ziek bent.

Nee, dat is gewoon lekker.

Probeer maar.

Nee, dankje.

Ik hou van koffie.

Koffie is ook goed, maar biert is beter.

Jij denkt alleen aan biert.

Dat is niet waar.

Ik denk ook aan broodjes.

Hij denkt aan broodjes met biert.

Oké, ik ga bestellen.

Wat wil jullie?

Broodje kaas en een biertje.

Broodje ei en een koffie.

En ik?

Een broodje ham en tee.

Perfect.

Ik heb dorst, echt waar.

Bij jou ook.

Het is warm vandaag.

Ja, de zon is sterk.

Ik zit in de schadoel.

De schadoel is goed.

De zon is te warm.

Ik zit vragen in de zon.

Ik ben niet bang.

Jij krijgt een rode huid.

Dat is niet goed.

Dat is waar.

Ik smier mij in.

Goed zo.

Veilig in de zon.

Kijk.

De ober komt er aan.

Met ons eten.

Eindelijk.

Ik heb honger.

Ja, het eten is daar.

Lekker.

Smakelijk eten allemaal.

Smakelijk.

En proost op de zon.

Proost.

Op vriendschap.

En op bier.

En op tee.

Vergeten tee niet.

Oke.

Op tee.

En op bier.

En op broodjes.

Vergeten broodjes niet.

Joli zijn gek.

Maar ik hou van jullie.

Wij ook van jou, Emma.

Echt waar.

Ja, jij bent onze vriendin.

Een lieve vriendin.

Dankjewel.

Dat is lief.

Ik heb het eten nu.

Geen gepraat meer.

Ja, mijn broodje wordt koud.

Eet smakelijk.

Tot zo.

Tot zo.

En hoe vind je Nederland's op Dutch fluency?

Bedankt voor het luisteren.

Naar Dutch fluency.

Op Dutch fluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederland's.

Zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze