Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Noa Zegt Nee

Het regent in Breda.

Noa is in huis.

Zij zit aan tafel.

Haar broer Omar komt.

Hij heeft thee.

De thee is bruin.

De thee is heet.

Omar blaast hard.

Pfff, zegt Omar.

De kat kijkt naar thee.

De kat wil ook thee.

Nee, kat, zegt Noa.

Nee, kat, zegt Noa.

Katten drinken geen thee.

De kat zegt miauw.

Omar zegt miauw terug.

Noa is blij.

Noa leest de krant.

Zij ziet een foto.

Op de foto staat Lisa.

Lisa is een vrouw.

Lisa is in een ver land.

Lisa zit in een cel.

De krant zegt veel.

Lisa is achttien.

Een man is dood.

Mensen zeggen: Lisa doet kwaad.

Een rechter zegt iets zwaars.

Lisa moet dood.

Noa kijkt naar Omar.

Noa zegt:

Dat is niet goed.

Omar zegt.

Nee.

Niet goed.

Moeder komt met soep.

De soep is rood.

De soep is heet.

Moeder hoort Noa.

Moeder zegt: Veel mensen zeggen nee.

Zij lopen op straat.

Zij hebben grote kaarten.

Op elke kaart staat nee.

Noa kijkt naar haar kom.

Zij eet soep.

Zij eten brood.

Omar eet ook brood.

De hond Bobo komt.

Bobo wil brood.

Nee, Bobo.

Zegt Omar.

Brood is voor mij.

Bobo kijkt heel groot.

Omar geeft toch een klein stuk.

Bobo eet snel.

Noa zegt:

Bobo zegt geen nee.

Na het eten doet Noa iets.

Zij neemt wit papier.

Zij neemt rood krijt.

Zij schrijft groot: NEE.

Omar kijkt naar het papier.

Omar zegt.

Dat is heel groot.

Noa zegt:

Lisa ziet het niet.

Omar zegt.

Wij zien het wel.

Moeder zegt.

Dat is ook goed.

Dan komt Bobo weer.

Bobo loopt naar het papier.

Bobo zit op het woord.

Op het papier staat nu ee.

Noa zegt:

Bobo.

Waar is nee?

Omar zegt.

Bobo maakt een grap.

Bobo zegt.

Waf.

Noa zegt.

Waf is ook nee.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Nee.

Iedereen is even blij.

Noa neemt het papier mee.

Omar gaat mee.

Moeder gaat ook mee.

Zij lopen naar de straat.

De regen valt zacht.

De straat is nat.

Veel mensen staan daar.

Zij hebben kaarten.

Een kaart is geel.

Een kaart is blauw.

Een kaart is rood.

Op veel kaarten staat nee.

Noa hoort een trom.

Tak tak tak, doet de trom.

Een vrouw zegt geen dood.

Een man zegt.

Lisa mag leven.

Noa zegt zacht.

Lisa mag leven.

Omar zegt het ook.

Moeder zegt het ook.

Bobo zegt waf.

Een kind zegt: Bobo is slim.

Noa ziet veel mensen.

Zij kent hen niet.

Toch zegt iedereen nee.

Noa denkt: Ik ben klein.

Mijn woord is klein, maar veel klein is groot.

Noa houdt haar kaart hoog.

Omar houdt de kaart ook hoog.

Bobo loopt onder de kaart.

De regen stopt niet.

Noa drinkt water.

Omar drinkt thee uit een beker.

Moeder heeft brood in een tas.

Bobo wil weer brood.

Omar zegt: Nee, Bobo.

Bobo.

Bobo kijkt weer groot.

Omar zegt.

Goed.

Een heel klein stuk.

Noa zegt.

Omar zegt vaak nee.

Omar zegt ja, maar niet lang.

Later gaan zij naar huis.

De kaart is nat.

Het rode woord is nog te zien.

Noa legt de kaart op tafel.

De kat zit naast de kaart.

De kat zegt.

Miauw.

Noa zegt.

Jij zegt ook nee.

De kat loopt weg.

Noa eet rijst met moeder.

Omar drinkt water.

Bobo slaapt bij de deur.

Noa kijkt naar de krant.

Zij ziet Lisa weer.

Noa zegt.

Lisa.

Ik zeg nee.

Moeder zegt.

Wij zeggen nee.

Omar zegt.

Bobo zegt waf.

Noa voelt zich moe.

Zij voelt zich ook sterk.

Een klein woord is in huis.

Een klein woord is op straat.

Het woord is nee.

Noa slaapt.

De regen gaat door tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als het moeilijk is.

Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze