

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Kijk, de zon schijnt.
TOM: Ja, het is mooi weer.
JULIA: Ik drink mijn koffie.
Lekker warm.
RICK: Ik zie een boot op het water.
TOM: Een boot?
Waar?
RICK: Daar, bij die boom.
JULIA: Oh ja, ik zie hem.
TOM: Is die boot groot?
RICK: Ja, hij is groot.
En hij vaart snel.
JULIA: Ik lees over een boot.
Die boot heeft een probleem.
TOM: Een probleem?
Wat voor probleem?
JULIA: De boot zinkt.
Het water komt in de boot.
RICK: Dat is niet goed.
Zijn er mensen op de boot?
JULIA: Ja, er zijn veel mensen.
Zij zijn bang.
TOM: Dat is slecht.
Wat doen de mensen?
JULIA: Zij wachten op hulp.
De kapitein is er ook.
RICK: De kapitein is belangrijk.
Hij helpt de mensen.
TOM: Maar de kapitein maakt een fout.
De boot zinkt.
JULIA: Ja, de kapitein is niet goed.
Hij vaart naar een gevaarlijke plek.
RICK: Een gevaarlijke plek?
Wat is dat?
JULIA: Een plek met veel stenen.
De boot raakt een steen.
TOM: Oh nee.
Dat is een grote fout.
RICK: En nu?
Wat gebeurt er met de kapitein?
JULIA: De politie komt.
Zij nemen de kapitein mee.
TOM: De politie is snel.
Dat is goed.
RICK: Ja, de kapitein moet naar het bureau.
JULIA: De mensen zijn nu veilig.
Dat is het belangrijkste.
TOM: Zijn alle mensen veilig?
JULIA: Ja, alle mensen zijn op het land.
RICK: Dat is goed nieuws.
Ik ben blij.
TOM: Ik ook.
Een boot op het water is mooi, maar niet altijd veilig.
JULIA: Ja, water is mooi, maar ook sterk.
RICK: Wij hebben een fijne dag.
De koffie is lekker.
TOM: Zeker.
En de zon is warm.
JULIA: Ik kijk naar de boot.
Hij vaart rustig verder.
RICK: Een mooi beeld.
De wereld is soms spannend.
TOM: Maar wij zijn hier.
Dat is goed.
JULIA: Ja, wij hebben elkaar.
Dat is fijn.
RICK: En wij hebben koffie.
Dat is ook belangrijk.
TOM: Ha, ja.
Koffie is altijd goed.
JULIA: Ik wil nog een kopje.
Maar wij gaan zo naar huis.
RICK: Wij lopen nog een stuk.
Dat is gezond.
TOM: Goed idee.
De lucht is fris.
JULIA: En de vogels zingen.
Hoor je dat?
RICK: Ja, ik hoor ze.
Mooi geluid.
TOM: Een rustig moment.
Ik geniet ervan.
JULIA: Ik ook.
Maar ik denk aan de mensen van de boot.
RICK: Zij zijn nu thuis.
Dat is het belangrijkste.
TOM: Ja, en de kapitein leert van zijn fout.
JULIA: Hopelijk.
Mensen maken soms fouten.
RICK: Dat is waar.
Maar wij leren ervan.
TOM: Zeg, wat doen wij morgen?
JULIA: Ik werk.
En jij?
TOM: Ik heb vrij.
Ik ga naar de markt.
RICK: Ik ga ook naar de markt.
Wij zien elkaar daar.
JULIA: Leuk.
Ik koop groente en fruit.
TOM: Ik koop brood en kaas.
Lekker.
RICK: En ik koop bloemen voor thuis.
JULIA: Een mooi plan.
De markt is altijd gezellig.
RICK: Ja, veel mensen en veel kleuren.
TOM: En veel lekkers.
Ik heb honger nu.
JULIA: Wij hebben nog koffie.
Drink eerst.
RICK: Ha, goed advies.
Koffie helpt.
TOM: En daarna lopen wij naar huis.
JULIA: Ja, een lange wandeling is goed.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze