
Harry Potter en de Gevangene van Azkaban: Het jaar waarin Harry een gevaarlijke ontsnapping ontdekt (3/7)

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Stoje voor. Je bent 12 jaar oud. Je woont in een huis waar niemand van je houdt. En dan, op een dag, krijg je een brief die alles verandert.
Je bent een tovenaar. Je mag naar een school voor magie. Dat overkomt Harry Potter. Maar in het derde jaar van zijn opleiding gebeurt er iets heel gevaarlijks.
Een gevangene ontsnapt uit de meest beveiligde gevangenis van de tovenaarswereld. En die gevangene is op zoek naar Harry.
Vandaag vertel ik je het verhaal van Harry Potter en de Gevangene van Azkaban. Geschreven door J.K. Rowling in negentienhonderdnegenennegentig.
Dit is het derde deel van zeven. Maak je geen zorgen als je de eerdere delen niet kent. Ik leg je alles uit wat je moet weten.
Ga je mee? We beginnen bij het begin. Harry Potter is een jonge tovenaar. Hij woont in Engeland. Zijn ouders zijn gestorven toen hij nog een baby was.
Hij woont bij zijn oom en tante, de Duffelingen. Zij zijn niet aardig voor hem. Ze vinden magie maar raar.
Harry slaapt in een klein kamertje onder de trap. Maar op zijn elfde verjaardag hoort hij dat hij een tovenaar is. Hij mag naar Zweinstein.
De school voor Hekserij en Tovenaarij. Daar leert hij zijn beste vrienden kennen: Ron Wemel en Hermelien Griffel.
Ron is een jongen met rood haar. Hij komt uit een grote, arme tovenaarsfamilie. Hermelien is een meisje dat heel slim is. Ze leest graag en weet bijna alles.
Samen beleven ze avonturen. In het eerste jaar ontdekten ze een geheime steen. In het tweede jaar vonden ze een verborgen kamer.
Nu is het derde jaar. Harry is dertien geworden. En er gebeuren vreemde dingen. Het verhaal begint in de zomer. Harry is bij de Duffelingen. Hij is boos.
Er is bezoek: tante Marga, de zus van oom Herman. Ze is gemeen. Ze zegt lelijke dingen over Harry's ouders.
Harry wordt zo boos dat hij per ongeluk magie gebruikt. Hij blaast tante Marga op, als een ballon. Ze zweeft door de kamer.
Harry is bang. Hij pakt zijn spullen en vlucht het huis uit. Buiten is het donker. Hij weet niet waar hij naartoe moet.
Dan ziet hij een grote, zwarte hond. De hond kijkt naar hem. Dan verdwijnt hij. Harry is in de war. Wat was dat? Hij steekt zijn toverstok in de lucht.
Er komt een paarse bus aanrijden. Het is de Collectebus, de bus voor gestrande tovenaars. De bus brengt Harry naar De Lekke Ketel, een pub in Londen.
Daar ontmoet hij Cornelis Droebel, de minister van Toverkunst. Droebel is niet boos. Hij zegt dat tante Marga wel weer zal krimpen. Maar Harry moet voorzichtig zijn. Er is een gevaarlijke gevangene ontsnapt.
Zijn naam is Sirius Zwarts. Hij zit in de gevangenis Azkaban. Azkaban is een eiland in de zee. Het is een verschrikkelijke plek. De bewakers zijn Dementors.
Dat zijn wezens die je geluk opzuigen. Ze zuigen alle goede gevoelens uit je. Sirius Zwarts is de eerste die ooit uit Azkaban is ontsnapt.
En Droebel zegt iets ergs: Sirius Zwarts was een volgeling van Voldemort, de slechte tovenaar. En hij is op zoek naar Harry. Harry gaat terug naar Zweinstein.
In de trein naar school gebeurt er iets engs. De trein stopt. Het wordt koud. Heel koud. IJs verschijnt op de ramen. Een Dementor komt de trein in. Harry voelt zich zwak. Hij hoort een vrouw schreeuwen. Dan valt hij flauw.
Gelukkig is er een nieuwe leraar aan boord. Professor Lupos. Hij leert Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Lupos jaagt de Dementor weg. Hij geeft Harry chocolade. Dat helpt. Harry is verward.
Waarom hoort hij een vrouw schreeuwen? Later leert hij dat het de stem van zijn moeder is. Ze schreeuwde toen ze stierf.
Dementors laten je je slechtste herinneringen opnieuw beleven. Op Zweinstein is er nog meer nieuws. Professor Lupos is een goede leraar. Hij leert de leerlingen hoe ze Dementors kunnen verslaan. Dat doe je met een Patronus. Een Patronus is een soort beschermengel.
Het is een zilveren dier dat je oproept met een spreuk. Harry wil dat leren. Maar het is moeilijk. Hij heeft veel verdriet. Hij mist zijn ouders. Ook is er een nieuwe leraar voor Verzorging van Fabeldieren: Rubeus Hagrid.
Hagrid is een grote, vriendelijke man. Hij houdt van gevaarlijke dieren. In zijn eerste les laat hij een Hippogrief zien. Dat is een dier met het lichaam van een paard en de kop van een arend. Harry mag erop rijden.
Het gaat goed. Maar dan beledigt Draco Malfidus, een vervelende jongen, de Hippogrief. Het dier wordt boos en krabt Draco's arm. Draco doet alsof het heel erg is. Hij zorgt ervoor dat Hagrid in de problemen komt.
De Hippogrief wordt bijna gedood. Harry, Ron en Hermelien proberen te helpen. Ze willen bewijzen dat de Hippogrief niet gevaarlijk is. Ondertussen gebeuren er vreemde dingen.
De Dikke Dame, het schilderij dat de ingang van de leerlingenkamer bewaakt, is aangevallen. Iemand heeft het doek kapot gescheurd.
De dader is Sirius Zwarts, zeggen ze. Hij probeert binnen te komen. De school is in paniek. Alle leerlingen moeten in de Grote Zaal slapen. De Dementors bewaken de school.
Harry voelt zich niet veilig. Hij weet dat Sirius Zwarts hem zoekt. Maar waarom? Wat wil hij? Harry probeert meer te weten te komen. Hij hoort dat Sirius Zwarts zijn peetvader is, de beste vriend van zijn vader. Maar dat begrijpt Harry niet.
Waarom zou de beste vriend van zijn vader hem willen doden? Hij vraagt het aan professor Lupos. Lupos wordt bleek. Hij zegt dat hij het niet weet. Maar Harry voelt dat er iets niet klopt.
Op een dag krijgt Harry een kaart. De Kaart van Jager. Het is een magische kaart van Zweinstein. Hij laat alle geheime gangen zien. En hij laat zien waar mensen zijn. Op de kaart ziet Harry iets vreemds. Hij ziet Peter Pippeling. Maar Peter Pippeling is dood. Hij is vermoord door Sirius Zwarts, jaren geleden. Hoe kan dat?
Harry denkt dat de kaart kapot is. Maar de kaart is niet kapot. De kaart vertelt de waarheid. Het verhaal komt tot een climax op een avond. Harry, Ron en Hermelien zijn bij Hagrid. Hagrid is verdrietig. De Hippogrief gaat binnenkort dood. Ze proberen hem te troosten. Dan vindt Hermelien haar kat, Knikkebeen. Knikkebeen heeft iets gevangen: een rat. De rat van Ron, Schabber. Schabber is al jaren bij de familie Wemel.
Maar dan gebeurt er iets raars. De rat verandert in een man. Een kleine man met grijs haar. Het is Peter Pippeling. Hij leeft nog. Hij was de rat van Ron. Hij is een Animagus. Dat betekent dat hij in een dier kan veranderen. Peter Pippeling is de echte verrader. Hij heeft Harry's ouders verraden aan Voldemort. Hij heeft alles gedaan. En Sirius Zwarts is onschuldig.
Hij zat al die jaren in de gevangenis voor iets wat hij niet deed. Dan verschijnt Sirius Zwarts. Hij is een magere man. Hij ziet er slecht uit. Maar hij is geen moordenaar. Hij wil Peter Pippeling doden. Want Peter heeft zijn beste vrienden verraden. Harry moet kiezen.
Hij wil dat de waarheid wordt verteld. Hij wil dat Sirius wordt vrijgesproken. Maar het loopt anders.
Professor Lupos verandert in een weerwolf. Het is volle maan. Lupos is een weerwolf. Hij vergeet zijn medicijn. Hij valt Peter aan.
Sirius verandert in een hond om Lupos te beschermen. In de chaos ontsnapt Peter Pippeling. Hij verandert weer in een rat en vlucht. Sirius is weer op de vlucht. De Dementors komen. Ze willen Harry en Sirius doden. Maar dan gebeurt er iets mooi. Harry ziet een figuur aan de overkant van het meer. Een figuur die een Patronus oproept. Een groot, zilveren hert.
Het hert jaagt de Dementors weg. Harry denkt dat het zijn vader is. Maar dan beseft hij: hij is het zelf. Hij is de figuur. Hij heeft de Patronus opgeroepen. Hij heeft zichzelf gered. Uiteindelijk wordt Sirius Zwarts niet vrijgesproken. Hij moet vluchten. Maar Harry is niet meer alleen. Hij heeft een peetvader, een man die van hem houdt.
Sirius geeft Harry een brief. Hij zegt dat Harry altijd bij hem kan komen. Harry is blij. Voor het eerst heeft hij een familie. Het boek eindigt met Harry die teruggaat naar de Duffelingen. Maar hij is veranderd. Hij is sterker. Hij weet nu dat hij vrienden heeft en dat hij niet bang hoeft te zijn.
Wat maakt dit boek zo bijzonder? Het gaat over vriendschap. Ron en Hermelien zijn er altijd voor Harry. Ze vechten samen. Ze zijn bang samen. Ze lachen samen. Het gaat ook over moed.
Even tussendoor: bedankt voor het luisteren. Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram. Dan stuur ik je een speciale kortingscode voor de interactieve versie van deze aflevering. Veel plezier verder met het verhaal.
Harry is pas dertien, maar hij doet dingen die volwassenen niet durven. Hij leert de Patronus. Hij redt Sirius. Hij kiest ervoor om Peter niet te doden. Dat is moed. Maar het gaat ook over keuzes. Peter Pippeling maakt een slechte keuze. Hij verraadde zijn vrienden. Sirius maakt een goede keuze. Hij bleef trouw.
Harry leert dat je keuzes bepalen wie je bent. Niet je afkomst, niet je familie. Je eigen keuzes. Dit boek is geschreven in 1999. Het is een tijd waarin veel mensen bang zijn. Er is oorlog in de wereld. Mensen zijn bang voor terrorisme. In het boek is Voldemort de slechte tovenaar. Hij is als een terrorist. Mensen zijn bang voor hem. Ze durven zijn naam niet te zeggen. Ze zeggen:
Hij, die niet genoemd mag worden. Dat is zoals mensen in het echt bang zijn voor slechte dingen. Het boek laat zien dat je bang mag zijn, maar je moet niet opgeven. Je moet vechten voor wat goed is. Dat is een belangrijke les.
Aan het einde van het boek is Harry verdrietig. Sirius is weg. Hij moet vluchten, maar Harry is ook blij. Hij heeft een peetvader. Hij heeft een familie. Hij heeft vrienden. Hij is niet meer het jongetje onder de trap.
Ik hoop dat je genoot hebt van dit verhaal. Volgende keer vertel ik je over het vierde boek: Harry Potter en de Vuurbeker. Daarin doet Harry mee aan een gevaarlijk toernooi. Maar dat is voor de volgende keer.
Wil je dit verhaal nog eens rustig lezen of moeilijke woorden opzoeken? Ga dan naar Dutchfluency.com slash transcripts. Daar kun je op woorden tikken en zie je meteen de vertaling. Dat is handig als je Nederlands leert.
Je kunt dan ook luisteren naar de tekst. Zo leer je de woorden beter onthouden. Maar nu wil ik nog even dieper ingaan op een paar belangrijke thema's uit dit boek.
Want er zit veel meer in dan alleen een verhaal over een jongen met een stok. Het boek gaat over vriendschap, over angst, over verraad en over trouw. En over de vraag. Wat maakt iemand goed of slecht?
Neem nou Sirius. Iedereen denkt dat hij slecht is. Hij zit in de gevangenis. Hij is ontsnapt. De kranten zeggen dat hij gevaarlijk is. Maar dan blijkt hij onschuldig. Hij is juist de goede.
En Peter Pippeling, die iedereen als een lief klein muisje ziet, is de echte verrader. Dat is een belangrijke les. Je moet niet oordelen op hoe iemand eruit ziet. Je moet niet zo maar geloven wat andere zeggen. Je moet zelf nadenken.
Dat is ook een thema in het boek. Harry leert dat hij niet alles moet geloven wat anderen zeggen. Hij leert dat hij zijn eigen ogen moet vertrouwen. En dan is er nog iets. Het boek gaat over tijd.
Harry en Hermelien gebruiken een tijdverdrijver. Daarmee kunnen ze terug in de tijd. Ze redden Knikkebeen, de Hippogrief. Ze redden Sirius. Maar ze veranderen niet alles.
Ze laten bijvoorbeeld niet gebeuren dat Harry's ouders terugkomen. Dat kan niet. Dat is te groot. Het boek zegt: je kunt sommige dingen veranderen, maar niet alles.
En je moet voorzichtig zijn met wat je verandert. Dat is een wijze les. Ook voor ons. We kunnen niet alles terugdraaien. Maar we kunnen wel kleine dingen doen. We kunnen iemand helpen. We kunnen een vriend redden. Dat is genoeg.
Dan is er nog de rol van professor Lupos. Hij is een weerwolf. Hij is bang dat mensen hem niet accepteren. Hij schaamt zich. Maar Harry en zijn vrienden geven om hem. Ze zien hem als een goede leraar. Ze zien hem als een vriend. Dat laat zien dat je iemand niet moet afwijzen om wat hij is.
Iedereen heeft wel iets. Iedereen heeft wel een geheim. Dat maakt je niet slecht. Het maakt je mens. Of tovenaar. Of weerwolf. Het maakt je wie je bent.
En dan heb je nog de Dementors. Dat zijn de bewakers van Azkaban. Ze zuigen alle blijdschap uit je. Ze laten je de slechtste herinneringen zien. Harry is bang voor hen. Hij hoort de stem van zijn moeder als ze sterft. Dat is heel verdrietig.
Maar hij leert om ze te verslaan. Hij leert de Patronus-spreuk. Dat is een spreuk die een soort beschermengel oproept. Die beschermengel jaagt de Dementors weg. Dat is een mooi beeld. Het betekent: je kunt je angst overwinnen. Je kunt iets goeds maken van iets slechts. Je kunt licht maken in het donker. Dat is een krachtige gedachte.
Harry leert de Patronus van professor Lupos. Hij oefent veel. Het lukt eerst niet. Maar hij geeft niet op. Uiteindelijk lukt het wel. Dat is een les voor jou. Als je in het Nederlands leert, lukt het ook niet meteen. Je maakt fouten. Je vergeet woorden. Je begrijpt een zin niet. Maar als je blijft oefenen gaat het beter. Elke dag een beetje. Dat is de manier. Net zoals Harry. Hij werd geen meester in één dag. Hij oefende. Hij viel. Hij stond weer op. En uiteindelijk kon hij het.
Er is nog een personage dat ik wilde noemen. Dat is Hermelien. Ze is slim. Ze werkt hard. Ze leest veel boeken. Ze draagt een tijdverdrijver. Daardoor kan ze meer vakken volgen. Ze is altijd moe. Maar ze klaagt niet. Ze helpt haar vrienden. Ze is trouw. Ze is dapper. Ze is een voorbeeld.
Ze laat zien dat je slim kunt zijn en toch aardig. Dat je hard kunt werken en toch vrienden kunt hebben. Dat je een meisje kunt zijn en toch sterk. Dat is belangrijk. Voor iedereen.
En Ron? Ron is grappig. Hij is bang voor spinnen. Hij is soms jaloers. Maar hij is ook een goede vriend. Hij gaat met Harry mee naar de Wamping Willow. Hij staat naast hem. Ook als het eng is. Ook als het gevaarlijk is. Dat is vriendschap. Je hoeft niet perfect te zijn. Je moet er gewoon zijn. Dat is genoeg.
Het boek heeft ook een mooi einde. Harry krijgt een brief van Sirius. Sirius stuurt hem een uil. Hij zegt dat hij er is. Hij zegt dat Harry niet alleen is. Hij zegt dat hij contact kan opnemen. Dat is fijn. Harry heeft eindelijk een familie. Niet een familie die hem slecht behandelt. Maar een familie die van hem houdt. Dat is wat hij altijd wilde. Dat is wat ieder kind wil.
Liefde. Veiligheid. Een thuis. En dat is misschien wel de grootste les van dit boek. Iedereen zoekt een thuis. Iedereen zoekt een plek waar hij hoort. Harry vindt die plek bij zijn vrienden. Bij Hermelien. Bij Ron. Bij Sirius. Bij Zweinstein. Hij vindt het niet bij de Duffelingen. Hij vindt het niet bij zijn oom en tante. Maar hij vindt het wel. Dat geeft hoop.
Als jij je ergens niet thuis voelt, dan is er ergens anders een plek voor jou. Je moet alleen zoeken en niet opgeven. Het boek eindigt ook met een mooie gedachte. Harry ziet het tijdverdrijver. Hij beseft dat hij terug kan gaan. Maar hij doet het niet. Hij laat het verleden met rust. Hij kijkt naar de toekomst. Dat is volwassen. Dat is wijs.
Je kunt niet blijven hangen in wat geweest is. Je moet vooruitkijken. Dat is moeilijk, maar het is nodig. Anders blijf je verdrietig. Anders blijf je boos. Je moet loslaten en verdergaan. Dat is ook iets voor jou. Als je een fout maakt in het Nederlands, laat het los. Ga verder.
Leer van je fout, maar blijf niet staan. Blijf niet treuren. De volgende zin is een nieuwe kans. Het volgende woord is een nieuwe stap. Zo leer je, zo groei je. Zo word je beter.
Ik hoop dat je dit boek nu beter begrijpt. Niet alleen het verhaal, maar ook de diepere betekenis. De thema's, de lessen, de personages.
Het is een rijk boek. Je kunt het vaker lezen. Elke keer zie je iets nieuws. Dat is het mooie van goede boeken. Ze veranderen mee met jou. Als je jong bent, zie je een avontuur. Als je ouder bent, zie je wijsheid. Als je Nederlands leert, zie je nieuwe woorden, nieuwe zinnen, nieuwe manieren om te zeggen wat je voelt.
Misschien wil je nu zelf iets lezen in het Nederlands. Dat kan. Begin met een makkelijk boek. Of lees dit verhaal nog eens. Kijk naar de woorden die je niet kent. Zoek ze op, schrijf ze op, gebruik ze. Dat is de beste manier om te leren. Niet alleen lezen, maar ook doen, praten, schrijven, luisteren, herhalen. Elke dag een beetje, dan gaat het vanzelf.
Als je een vraag hebt, stel hem. Je bent niet alleen. Er zijn veel mensen die Nederlands leren. Er zijn veel mensen die je willen helpen. Je kunt een taalcafé zoeken. Je kunt een app gebruiken. Je kunt naar muziek luisteren. Je kunt films kijken met ondertiteling. Er zijn zoveel manieren. Kies er een die bij jou past.
En begin, vandaag nog. Niet morgen, vandaag. Harry begon ook niet morgen. Hij begon toen hij elf was en hij leerde. Stap voor stap. Spreuk voor spreuk. Vriend voor vriend. Jij kunt dat ook. Je bent nooit te oud. Je bent nooit te laat. Je kunt altijd beginnen en je kunt altijd beter worden.
Het mooie van leren: het stopt nooit. Het gaat altijd door, zo lang je het wilt. Dus wat denk jij? Ben je klaar voor het volgende boek? Harry Potter en de Vuurbeker.
Daarin gaat Harry naar het WK Zwerkbal. Hij ziet de Dooddoeners. Hij doet mee aan het Toverschool Toernooi. Er gebeuren enge dingen, mensen raken gewond. En iemand sterft. Het is een donkerder boek, maar ook spannend. Ik vertel je er de volgende keer over.
Tot dan. Blijf oefenen. Blijf lezen. Blijf dromen. En wie weet? Op een dag lees je Harry Potter in het Nederlands. Zonder hulp. Dat zou geweldig zijn. Ik geloof in je. Doe je mee aan de volgende boekisode?
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze