
Minoes door Annie M.G. Schmidt: de poes die nieuws maakte

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Stel je voor, je bent een kat, je ligt lekker op een dak in de zon, je ligt je poot en je
kijkt naar de mensen beneden.
Dan gebeurt er iets vreemd, je veranderd langzaam in een vrouw, je hebt nog steeds je
katten oren, je staart en je snorharen, maar je loopt nu op twee benen.
Dat overkomt minuus, de hoofdperson van het boek minuus van Annie M. G. Schmid.
Annie M. G. Schmid schreef dit verhaal in 1970.
Het is een beroemd Nederland's kinderboek, maar ook volwassenen lezen het graag.
Vandaag neem ik je mee naar het stadje Kylendorn, waar minuus en journalist Tibben samen de
waarheid boven tafel proberen te krijgen. Een verhaal over katten, nieuws en vriendschap.
Blijf luisteren, want het wordt spannend. Kylendorn is een klein stadje waar iedereen elka
kent. Er is een bakker, een slager, een bibliotheek en een kleine krant. Die krant heet
de Kylendornse kourant. De krant heeft het moeilijk. Er gebeurt bijna nooit iets bijzonders
in het stadje. Daarom is er weinig nieuws om over te schrijven.
De journalist van de krant heet Tibben, Tibben is een beetje verlegen. Hij durf niet goed naar
mensen toe te gaan. Hij schrijft liever over kleine dingen. Denk aan een nieuwe bloem in de tuin
van de burgemeester. Of een kat die vast zit in een bomb. Zijn baas heet mevrouw Van Dam,
zij is streng. Ze wil echte verhalen in de krant. Als Tibben geen beter nieuws vindt, verliest
hij zijn baan. Tibben loopt door de straten van Kylendorn. Hij kijkt naar de mensen op straat.
Hij durft hen niet te vragen wat er gebeurt. Hij gaat terug naar de redactie. Mevrouw Van Dam
kijkt hem aan. Ze zegt Tibben. Heb je nu echt niets beter? Tibben schut zijn hoofd. Hij voelt zich klein.
Mevrouw Van Dam zucht diep. Ze zegt dat de krant zo niet kan blijven bestaan. Tibben moet echt nieuws
vinden. Anders is het snel afgelopen met zijn baan. Tibben knikt en loopt naar buiten. Hij heeft nog een paar
dagen. Het is nu echt menend voor hem. Minus is een kat die een vrouw is veranderd. Dat gebeurt op een dag,
zomaar. Ze weet niet precies hoe het kan, maar ze is nog steeds een kat van binnen. Ze kan met
katten praten. Ze klint graag op daken. Ze etlieve viss, dan brood. Op een avond zit Tibben op een bankje
in het park. Hij is verdrietig. Hij heeft weer geen nieuws gevonden. Dan ziet hij een vrouw in een jurk.
Ze heeft een staart. Het is Minus. Ze heeft hommor. Tibben geeft haar een broodje. Minus vind brood niet lekker,
maar ze vind Tibben wel aardig. Tibben vraagt of ze mee naar huis komt. Minus zegt, ja, ze
slaapt in een oude kast. Tibben noemt haar minuus, want zo heet een poes. Minus vindt het goed. Bevolgende
ochtend wordt Tibben wakker. Hij hoort geluid in de kast. Minus komt te voorschein. Ze rekt zich uit
als een kat. Tibben lacht een beetje. Hij geeft haar melk in een schodotje. Minus dringt het op met
kleine slokjes. Ze kijkt Tibben aan met groene ogen. Tibben voelt zich minder alleen. Hij heeft nu
iemand in huis. Minus loopt door de kamer. Ze springt op de fensterbank. Ze kijkt naar buiten,
naar de daken van killendoren. Tibben ziet dat ze zich thuis voelt. Hij is blij dat ze is gebleven.
Misschien kan zij hem helpen met nieuws. De volgende ochtend zit Tibben aan de keukentafel. Minus loopt
binnen met haar staart omhoog. Ze gaat op een stoel zitten en kijkt naar buiten. Tibben ziet een katt
op de schutting zitten. De katt miouds naar minuws. Minus miouds terug. Tibben ligt zijn pen neer. Hij
kijkt voor baas naar minuws. Minu's zegt dat de kat iets weet. De katt heeft een dief gezien bij de
bakker. De dief kwam uit het raam. De katt zat op het dak en zag alles. Tibben pakt zijn schrift. Hij
schrijft alles op wat minuws zegt. Minu's vertelde namen van de katten. Ze zitten overal in het startje.
Opdaken, in tuinen, achterraamen. Ze zien en horen alles wat mensen doen. Tibben schrijft een bericht
over de dief. Hij zegt niet dat een kattet heeft gezien. Dat kan niet. Dat is te gek. De volgende dag
staat het bericht in de krant. M'n vrouw Van Dam leest het. Ze kijkt Tibben verrast aan. Dit is echt
nieuws, zegt ze. Tibbe krijgt een kans. Hij moet meer van deze verhalen brengen. Minoes helpt hem elke
dag. Ze gaat naar buiten en luistert naar de katten. Daarna komt ze thuis met nieuwe nieuwtjes. Tibben en
minuws werken nu samen. Elke ochtend gaat minuws op pad. Ze klimt op daken en praat met de katten
van killendoren. De katten vertellen haar alles over de bakker die de veel geld vraagt. Over de buurvrouw
die jaar hond niet uitlaat. Over die jevrouw die jaar sleutel kwijt is. Minuws komt thuis en vertelt het
aan Tibbe. Tibbe schrijft het op in zijn schrift. Dan typt hij een artikel voor de krant. Mevrouw Van Dam
is te vreden. De krant verkoop beter dan ooit. Mensen in het stadje praten over de verhalen. Ze vragen zich af
hoe Tibbe dit allemaal weet. Tibbe zegt niets over de katten. Hij houdt het geheim. Minoes vindt het leuk om
te helpen. Ze voelt zich nuttig. Ze is geen gewone katt meer. Ze is een katt met een baan. Tibben is
blij dat hij zijn werk nog heeft. Hij is niet meer bang voor zijn baas. Hij heeft eindelijk echt nieuws. Op
Tibben aan. De katten hebben iets ergens gezien, zegt ze. Het gaat overmeneer Elemet. Hij is de
directeur van de vis fabriek. De katten zagen hem snagspijt water. Hij groot vater leeg in de rivier. Het
spul in de vaten is giftig. De vissen gaan er dood van. De katten vinden dit vreselijk. Ze eten graag
vis uit de rivier. Tibben schrikkt. Dit is een groot verhal. Hij gaat op onderzoek uit. Hij praat met
mensen in het stadje. Maar niemand durft iets te zeggen. Meneer Elemet is een machtige man. Hij
kent veel mensen. Mensen zijn bang voor hem. Tibben is ook bang. Maar hij weet dat hij dit moet schrijven. Hij
gaat naar huis en typt een artikel. De volgende dag staat het in de krant. Iedereen in killendoren leest het.
De mensen zijn verontwaardigd. Ze praten erover op straat. Meneer Elemet wordt boos. Hij zegt dat het niet
waar is. Hij dreigt met een rechtzaak. Tibben wordt zenuwachtig. Maar minuus stelt hem gerust. De katten
blijven kijken zegt ze. De katten houden Meneer Elemet in de gaten. Elke nacht zitten ze bij de visfabriek.
Ze zien hem weer met een vrachtwagen. De vrachtwagen staat vol vaten. Meneer Elemet en zijn mannen laden de vaten
uit. Ze dragen ze naar het water. De katten zien alles vanavondak. De volgende ochtend vertelt
Minoes het aan Tibbe. Tibbe schrijft weer een artikel. Hij heeft het tussendoor. Bedankt voor het luisteren,
reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram. Dan stuur ik je een speciale kortingscode
voor de interactieve versie van deze aflevering. Veel plezier verder met het verhaal.
Hij beschrijft de vrachtwagen en de vaten. Hij schrijft de tijd en de plaats op. De krant publiceert het
artikel. Nu gelooft iedereen Tibben. De mensen zijn boos op Meneer Elemet. Ze willen dat hij stopt.
De politie gaat naar de visfabriek. De burgemeester beeld Meneer Elemet. Meneer Elemet kan niet meer
liggen. De katten hebben hem gezien. Tibben is trots op zijn werk. Meneer Lekker is trots op de katten.
Samen hebben ze de waarheid boven tafel gekregen. Het water in Kylendoren wordt weer schoon. De visen
komen terug. De katten zijn blij. Ze krijgen elke dag een visje van de vismarkt. Minoes
zes struikelt en valt. Maar ze oefent elke dag. Ze eten soms een boteram met kaas. Ze vindt het nog
steeds raar, maar ze doet het toch. Ze krijgt vrienden in het stadje. De bakker goed haar. De slager lach naar haar.
Mevrouw Van Dam, de baas van Tibbe, vindt Minoes maar raar. Ze snapt niet wat een vrouw
met een staart in de krant doet. Maar dan gebeurt er iets. Een dief probeert een tas te stelen. Minoes ziet
het en ze springt op de dief af. Ze houdt hem tegen met haar klauwen. De mensen juichen. Mevrouw Van Dam is trots op
Meneer Eerst de burgemeester hoort van het verhaal. Hij wil Meneer een medaille geven. Het komt een
plechtigheid in het stadhuis. Iedereen is er. De burgemeester houdt een toespraak. Hij zegt dat Minoes
een held is. Minoes is verlegen. Ze weet niet goed wat ze moet doen. Ze kijkt naar Tibbe, Tibbe knikt
naar haar. Ze buigt haar hoofd en de burgemeester hangt de medaille om haar nek. De mensen klappen.
Minoes bloost. Ze is een kat, maar de mensen zien haar als een held. Tibbe is blij voor haar. Hij is ook
een beetje jaloers. Hij deed het werk. Hij schreef de artikelen. Maar hij weet dat Minoes het verdient. Het
grootste probleem komt aan het einde. Meneer Ellemeet is boos. Hij wil wraak nemen. Hij stuurt z'n mannen om Tibbe
te pakken. Ze willen hem bang maken. Tibbe hoort hen aankomen. Hij vlucht naar het huis van
Minoes. Hij klopt hard op de deur. Minoes doet de deur open. Tibbe is buiten adem. Hij zegt dat de mannen
van Ellemeet het hem zoeken. Minoes denkt snel na. Ze roept alle katten van Killendoorn bij elkaar.
Ze miauwt hard. De katten horen haar. Honderden katten komen naar het huis. Ze zit op het dak. Ze
Het is ochtend. De zon schijnt door het raam. Hij voelt iets warms op z'n hoofd. Hij kijkt opzij.
Er ligt een poes op zijn kussen. De poes is grijs en heeft groene ogen. Tibbe knippert met zijn
ogen. Hij denkt dat hij droomt. Maar de poes beweegt. Ze strekt haar poten. Ze geeuwt. Dan kijkt
ze Tibbe aan. Tibbe herkent haar. Het is Minoes. Ze is weer een kat. Tibbe schrikt. Hij gaat recht
op zitten. Hij zegt zacht: Minoes. De poes miauwt. Ze springt van het bed. Ze loopt naar de deur.
Ze wil naar buiten. Tibbe voelt een brok in zijn keel. Hij is verdrietig. Hij mist zijn vriendin. De
vrouw met de jurk en de staart is weg. Voor hem staat alleen een poes. Hij aait over haar rug. Minoes
begint te spinnen. Ze duwt haar kop tegen zijn hand. Tibbe zucht. Hij weet niet wat hij moet doen. Tibbe
staat op en kleedt zich aan. Hij doet de deur open voor Minoes. Ze rent naar buiten. Ze klimt meteen
in de grote boom naast het huis. Tibbe kijkt naar boven. Minoes zit hoog in de takken. Ze kijkt
naar beneden. Ze miauwt naar de andere katten. Ze lijken te praten. Tibbe glimlacht. Hij beseft
dat Minoes nu gelukkig is. Ze kan weer op daken lopen. Ze kan in bomen klimmen. Ze kan
met andere katten praten. Dat kon ze niet meer als vrouw. Ze woont nog steeds bij Tibbe in huis. Elke dag
ziet hij haar. Soms ligt ze op zijn hand. Dan gaat Tibbe naar zijn werk. Hij schrijft voor de krant. Hij luistert
nu beter. Naar mensen, maar ook naar katten. Hij is niet meer verlegen. Hij durft zelf op onderzoek uit te
gaan. De krant van Killendoorn bestaat nog steeds. En Minoes? Die ligt op het dak in de zon. Tibbe
zit op een ochtend in de keuken. Hij drinkt koffie. Hij leest de krant. De Killendoornse Courant ligt
op tafel. Er staat een artikel op de voorpagina. Het gaat over een dief die is gepakt. Een kat
heeft hem gezien. Tibbe heeft het verhaal geschreven. Hij denkt aan Minoes. Zij bracht hem dit nieuws.
Zij hoorde het van de katten. De katten weten alles. Ze zitten op daken, in tuinen, achter ramen. Ze zien
en horen wat mensen doen. Mensen kijken vaak over hen heen. Ze denken dat katten niet begrijpen, maar dat
is niet waar. De katten in Killendoorn zijn slim. Ze helpen Tibbe. Ze vertellen hem wat er gebeurt.
Tibbe schrijft het op. Zo komt de waarheid boven tafel. Dat leerde hij van Minoes. Je hoeft niet
machtig te zijn om iets belangrijks te zeggen. Je moet alleen goed kijken en durven praten. Tibbe durft
de eerste niet. Nu wel. Minoes zit op het dak van het huis. Zo was het vroeger. Ze kijkt naar de
mensen beneden. Ze ziet Tibbe lopen. Hij gaat naar de krant. Hij zwaait naar haar. Minoes
miauwt terug. Ze is een kat, maar ze is ook een vriend. Ze denkt aan de tijd dat ze een vrouw was.
Ze droeg schoenen. Ze at brood. Ze hielp Tibbe. Dat was fijn. Maar nu is ze weer zichzelf. Ze kan
doen wat katten doen. Ze kan jagen. Ze kan slapen in de zon. Ze kan praten met haar vrienden op straat.
Ze is gelukkig. Tibbe is ook gelukkig. Hij heeft zijn vrienden niet verloren. Ze is er nog. Elke dag.
Soms ligt ze op zijn hand. Soms brengt ze nieuws. De krant van Killendoorn bestaat nog steeds. En Minoes ligt
op het dak in de zon. Wat ik zo mooi vind aan Minoes is de warmte. Het verhaal is grappig, maar ook
serieus. De katten zijn echte karakters. Ze hebben namen en eigen nagedachten. De mensen in Killendoorn zijn
niet perfect. Mevrouw Van Dam is streng, maar niet slecht. Meneer Ellemeet is de schurk, maar hij is
niet eng. Het verhaal blijft licht. Annie M. G. Schmidt schreef het in 1970. Toch voelt het nog steeds
modern. De thema's van eerlijkheid, vriendschap en moed zijn tijdloos. Als je Nederland leert, is dit
boek een aanrader. De zinnen zijn kort. De woordenschat is niet te moeilijk. En het verhaal is
spannend genoeg om door te lezen. Ik hoop dat je net zoveel van Minoes houdt als ik. Wil je dit
verhaal nog een keer rustig na lezen? Of moeilijke woorden opzoeken? Ga dan naar Dutchfluency.com slash
transcripts. Daar kun je op elk woord tikken en zie je de directe vertaling.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze