Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een Fijne Fietstocht

Het is zaterdag.

De zon schijnt.

Het is warm weer.

De lucht is blauw.

Anna gaat fietsen.

Ze fietst graag.

Vandaag gaat ze naar een park bij Delft.

Het park heet Delftse Hout.

Anna woont in Delft.

Ze pakt haar fiets.

Ze doet een fles water in haar tas.

Ze gaat op weg.

Anna fietst door de stad.

Ze ziet veel mensen.

Iedereen is blij.

Het is mooi weer.

De mensen lachen.

Kinderen spelen buiten.

Anna hoort de vogels fluiten.

Ze ruikt het gras.

Ze fietst langzaam.

De bloemen langs de weg zijn geel en rood.

Ze hoort kinderen lachen.

Ze ruikt vers brood uit een bakkerij.

Na twintig minuten is Anna bij het park.

Het park is groot.

Er zijn veel bomen.

De bomen zijn groen.

Er is ook water.

Het water is rustig.

Anna hoort vogels.

Ze ruikt het gras.

Ze fietst langzaam.

Ze geniet van de dag.

Dan ziet Anna een vrouw.

De vrouw zit op een bankje.

Het bankje is van hout.

De vrouw huilt.

Anna stopt.

Ze stapt af.

Ze loopt naar de vrouw.

"Gaat het?" vraagt Anna.

De vrouw kijkt op.

"Nee," zegt ze.

"Een man deed iets slechts.

Hij trok me van mijn fiets.

Hij deed me pijn." Anna schrikt.

"Wat erg!" zegt ze.

"Ik bel de politie." De vrouw knikt.

Anna pakt haar telefoon.

Ze belt het alarmnummer.

Ze vertelt wat er is gebeurd.

De politie komt snel.

Anna denkt aan vorige week.

Toen hielp ze ook iemand.

Een klein meisje was gevallen.

Anna gaf haar een pleister.

Het meisje lachte.

Anna voelt zich goed als ze helpt.

Nu wacht ze met de vrouw.

De vrouw stopt met huilen.

Ze veegt haar tranen weg.

Anna geeft haar een tissue.

De vrouw glimlacht een beetje.

"Dank je," zegt ze zacht.

Twee politieagenten komen eraan.

Ze praten met de vrouw.

De vrouw heet Lisa.

Lisa vertelt alles.

De agenten luisteren goed.

Een agent zegt: "We gaan de man zoeken.

Hij is niet ver weg." Anna blijft bij Lisa.

Ze geeft Lisa water.

Lisa drinkt.

Ze voelt zich iets beter.

"Dank je," zegt Lisa.

"Je bent heel aardig." Anna glimlacht.

"Graag gedaan," zegt ze.

De politie vindt de man.

Hij zit in een bosje.

De man is bang.

De politie neemt hem mee.

Lisa is blij.

"Ik ben zo blij," zegt ze.

"Dank je wel." Anna zegt: "Ik ben blij dat ik je kon helpen." Lisa gaat met de politie mee.

Ze moet nog wat vertellen.

Anna gaat naar huis.

Ze fietst langzaam.

Ze denkt aan Lisa.

Ze is blij dat Lisa nu veilig is.

Thuis drinkt Anna thee.

De thee is warm.

Ze voelt zich goed.

Ze denkt: "Ik heb iets goeds gedaan vandaag." Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze