Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

De Ministers in Syrië

Dit is Rick.

Rick is leraar.

Hij woont in Den Haag.

Rick leest de krant.

Hij ziet een foto.

De foto is van ministers.

De ministers zijn in Syrië.

Syrië is een land.

Het is ver weg.

De ministers praten met mensen.

De mensen wonen in Syrië.

Rick zegt: “Wat doen de ministers?” Zijn vriend Tim zegt: “Ze praten over reizen.” Rick zegt: “Reizen?” Tim zegt: “Ja, mensen reizen naar huis.” Rick zegt: “Naar welk huis?” Tim zegt: “Naar hun eigen huis.” Rick eet een appel.

De appel is rood.

Hij drinkt koffie.

De koffie is warm.

Rick denkt: “Ik begrijp het niet.” Tim zegt: “De ministers helpen.” Rick zegt: “Hoe helpen ze?” Tim zegt: “Ze praten met de baas van Syrië.” Rick zegt: “De baas?” Tim zegt: “Ja, de baas van het land.” Rick kijkt naar de foto.

De ministers zitten aan een tafel.

De tafel is groot.

Er staat water op de tafel.

De ministers drinken water.

Ze praten.

Rick zegt: “Wat zeggen ze?” Tim zegt: “Ze zeggen: ‘Mensen gaan naar huis.’” Rick zegt: “Is dat goed?” Tim zegt: “Ja, dat is goed.” Rick loopt naar de keuken.

Hij pakt een koekje.

Het koekje is zoet.

Hij eet het koekje.

Hij denkt: “Mensen in Syrië eten ook koekjes?” Tim zegt: “Ja, zij eten brood.” Rick zegt: “Brood?” Tim zegt: “Ja, brood met kaas.” Rick lacht.

Hij zegt: “Ik eet ook brood met kaas.” Tim zegt: “Wij zijn hetzelfde.” Rick zegt: “Nee, wij wonen hier.

Zij wonen daar.” Tim zegt: “Ja, maar wij eten allemaal brood.” Rick zegt: “Dat is waar.” De ministers praten verder.

Ze praten over de reis.

Mensen gaan naar hun huis.

Het huis is in Syrië.

Rick zegt: “Is het huis mooi?” Tim zegt: “Soms wel, soms niet.” Rick zegt: “Wat doen de ministers nog meer?” Tim zegt: “Ze praten over de straat.” Rick zegt: “De straat?” Tim zegt: “Ja, de straat in Syrië.” Rick zegt: “Is de straat schoon?” Tim zegt: “Niet altijd.” Rick zegt: “Oh.” Hij drinkt nog koffie.

De koffie is nu koud.

Hij zet de kop op tafel.

Hij zegt: “Ik ga naar school.” Tim zegt: “Oké, tot later.” Rick loopt naar de deur.

Hij pakt zijn jas.

De jas is blauw.

Hij doet de deur open.

De zon schijnt.

Het is warm.

Rick loopt naar de bus.

De bus is geel.

Hij stapt in de bus.

De bus rijdt naar school.

In de bus denkt Rick: “De ministers werken hard.” Hij ziet een kind.

Het kind speelt met een bal.

De bal is groen.

Rick lacht.

Hij zegt: “Spelen is leuk.” Het kind lacht ook.

De bus stopt.

Rick stapt uit.

Hij loopt naar school.

De school is groot.

Hij ziet zijn klas.

De klas is vol.

De kinderen zitten op stoelen.

Rick zegt: “Goedemorgen.” De kinderen zeggen: “Goedemorgen, meneer Rick.” Rick zegt: “Vandaag praten wij over landen.” Een kind zegt: “Welk land?” Rick zegt: “Syrië.” Het kind zegt: “Waar is Syrië?” Rick zegt: “Het is ver weg.” Het kind zegt: “Wonen daar mensen?” Rick zegt: “Ja, daar wonen mensen.” Het kind zegt: “Wat doen ze?” Rick zegt: “Ze eten brood.

Ze drinken water.

Ze spelen.” Het kind lacht.

Rick zegt: “Mensen zijn overal hetzelfde.” De kinderen knikken.

Rick schrijft op het bord.

Hij schrijft: “Syrië is een land.” De kinderen lezen.

Ze zeggen: “Syrië.” Rick is blij.

Hij denkt: “Dit is een goede dag.” Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze