Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Kurt, je fietst elke dag door Den Haag naar je werk, en gisteren zag je die nieuwe praktijk aan de Javastraat.
Je dacht: 'Daar wil ik over twee jaar werken.' Maar voordat je daar solliciteert, moet je eerst dat B2-examen halen.
Vandaag gaan we een stukje van dat gesprek oefenen, want jij weet: een goed gesprek is net als een goede fysio-sessie – het draait om de juiste vragen stellen en goed luisteren.
Stel je voor: je zit tegenover de eigenaar van die praktijk.
Ze zegt: 'Vertel eens, waarom wil je hier werken?' Jij wilt zeggen: 'Ik wil hier werken omdat ik het team zo sterk vind en omdat ik graag met sporters werk.' Maar in het Nederlands moet je letten op de woordvolgorde.
Na 'omdat' gaat de persoonsvorm naar het einde.
Dus: 'Ik wil hier werken omdat ik het team zo sterk vind en omdat ik graag met sporters werk.' Zie je het verschil?
In het Engels zeg je 'because I find the team so strong', maar in het Nederlands staat 'vind' aan het eind.
Nu gaan we een stap verder.
De eigenaar vraagt: 'Hoe zie jij jouw rol in ons team?' Jij wilt antwoorden: 'Ik denk dat ik veel energie kan brengen en dat ik goed kan samenwerken met de rest.' Let op: na 'dat' komt ook de persoonsvorm aan het eind.
Dus: 'Ik denk dat ik veel energie kan brengen en dat ik goed kan samenwerken met de rest.' Dat is de indirecte rede, Kurt.
Je gebruikt 'dat' om te vertellen wat iemand anders zegt of denkt.
En dan moet je de zin omgooien.
Laten we oefenen met een paar woorden die je hierbij nodig hebt.
'De sollicitatie' – dat is het gesprek en de hele procedure.
'De werkgever' – dat is de baas die jou wil aannemen.
'De werknemer' – dat ben jij.
'De functie' – dat is de baan.
'De ervaring' – die heb jij genoeg.
'Het salaris' – daar praten we later over.
En 'de arbeidsvoorwaarden' – dat zijn de extra's, zoals vakantiedagen en reiskostenvergoeding.
Oefen die woorden eens hardop, Kurt.
Zeg ze na mij: de sollicitatie, de werkgever, de werknemer, de functie, de ervaring, het salaris, de arbeidsvoorwaarden.
Nu een luisteroefening.
Ik ga een stukje van een gesprek voorlezen, en jij moet de indirecte rede herkennen.
De werkgever zegt: 'Ik heb gehoord dat je in Londen werkt en dat je graag naar Nederland wilt verhuizen.
Ik vind het belangrijk dat je hier ook je thuis voelt.' Hoor je de 'dat'-zinnen?
'Dat je in Londen werkt', 'dat je graag naar Nederland wilt verhuizen', 'dat je hier ook je thuis voelt'.
Allemaal indirecte rede.
Jij kunt dan antwoorden: 'Ja, ik bevestig dat ik in Londen werk en dat ik in maart 2027 verhuis.
Ik hoop dat ik dan hier kan starten.'
Kurt, jij houdt van hardlopen.
Een sollicitatiegesprek is als een marathon: je moet je tempo bepalen, je ademhaling onder controle houden en niet te snel willen finishen.
Neem de tijd om na te denken voordat je antwoordt.
Je mag best even stil zijn.
Dat is geen zwakte, dat is kracht.
En onthoud: oefening baart kunst.
Elke dag een klein gesprekje in het Nederlands, of het nu met je vrouw is of met de buurvrouw, maakt je sterker.
Nu jouw nudge voor vandaag: zoek vanavond één nieuwsartikel over een fysiotherapiepraktijk in Den Haag.
Lees het hardop, en markeer alle 'dat'-zinnen.
Schrijf er drie op in je notitieboekje.
Dat is jouw training voor morgen.
En Kurt, vergeet niet: jij kunt dit.
Je hebt al een marathon gelopen, en dit is gewoon een andere marathon.
Ik geloof in je.