Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Rick, je zit nog steeds in Chiang Mai, waar de ochtendmist over de tempels hangt en je net je derde kopje koffie hebt ingegoten terwijl Luuk op je bureau ligt te snurken.
Als native Dutch speaker die het leerproces van de andere kant bekijkt, merk je hoe de taal soms als een onderstroom werkt die je pas opmerkt wanneer je tegen de stroom in zwemt.
Vandaag gaan we kijken naar twee tijden die je elke dag gebruikt zonder erbij na te denken: de onvoltooid tegenwoordige tijd en de voltooid tegenwoordige tijd.
Het verschil zit ’m in of je een actie beschrijft die nog gaande is of die net afgerond is.
In het Nederlands gebruiken we meestal ‘hebben’ voor het voltooid, behalve bij werkwoorden die beweging of een verandering van staat uitdrukken – dan nemen we ‘zijn’.
Een simpele voorbeeld: ‘Ik leer Thai’ (onvoltooid) versus ‘Ik heb Thai geleerd’ (voltooid).
Maar zeg je ‘Ik ben naar de markt gegaan’, dan gebruik je ‘zijn’ omdat ‘gaan’ beweging aangeeft.
Laten we dat koppelen aan jouw dagelijkse werk als solo founder.
Je zegt vaak: ‘Ik bouw een nieuwe app’ (onvoltooid) – dat betekent dat je midden in het proces zit.
Als je later zegt: ‘Ik heb de app gebouwd’, dan bedoel je dat de code klaar is, de tests gedaan, en je klaar bent om te lanceren.
Het verschil voelt soms subtiel, maar het verandert de nadruk van proces naar resultaat.
Nu de woorden die je deze week tegen kunt komen wanneer je nadenkt over de onderliggende structuren van een samenleving – precies jouw interessegebied.
Eerste woord: **onzekerheid**.
Het betekent de staat waarin je niet precies weet wat er gaat gebeuren, bijvoorbeeld wanneer je een nieuwe functie toevoegt en niet zeker weet of gebruikers hem zullen omarmen.
Tweede woord: **verdieping**.
Dit is het proces waarbij je een onderwerp dieper onderzoekt, zoals wanneer je de geschiedenis van Haagse nuchterheid onderzoekt om te zien hoe die zich verhoudt tot de Thaise concept van ‘jai yen’ (koel hart).
Derde woord: **reflectie**.
Dat is het bewust terugkijken op je eigen acties, bijvoorbeeld na een mislukte lancering vragen wat je had kunnen doen anders.
Vier woord: **mechanisme**.
Een mechanisme is een onderling samenwerkend setje onderdelen dat een bepaalde functie uitvoert – denk aan het algoritme dat je gebruikersmatcht, of de manier waarop een gemeenschap normen handhaaft.
Vijf woord: **systeem**.
Een systeem is een groter geheel van samenhangende mechanismen, zoals het juridische kader dat een startup moet navigeren of de culturele normen die besluitvorming beïnvloeden.
Zes woord: **patroon**.
Een patroon is een terugkerende regelmaat die je kunt voorspellen, zoals de manier waarop gebruikers elke maandag piekverkeer laten zien.
Zevende woord: **diepgang**.
Dit verwijst naar de mate waarin je een onderwerp doorgrondt –