
De Amsterdamse Huisarts en Afspraken Maken

Audio1x
Speed
Practice
Woordenschat
Hello.
Goedenavond, ik ben heel goed, dank je wel en jij?
Ik weet dat je in Amsterdam woont en Nederlands wilt verbeteren voor je dagelijkse leven.
Vandaag gaan we praten over iets dat vaak lastig is: een afspraak maken bij de huisarts.
Stel je voor: je wordt wakker met een zere keel en je moet een afspraak maken.
Maar hoe doe je dat in het Nederlands?
Laten we beginnen.
Eerst een paar woorden.
'De huisarts' is de dokter die je eerst ziet voor kleine problemen.
'Een afspraak maken' betekent dat je een tijd afspreekt om te komen.
'De assistente' is de persoon die de telefoon beantwoordt.
'De klacht' is wat je hebt, zoals hoofdpijn of koorts.
'Het spreekuur' is de tijd dat de huisarts beschikbaar is.
'Bellen' is natuurlijk telefoneren.
En 'langskomen' betekent dat je naar de praktijk gaat.
Nu een klein grammatica-onderdeel: 'moeten' en 'kunnen'.
'Moeten' gebruik je voor verplichtingen.
Bijvoorbeeld: 'Ik moet een afspraak maken.' Of: 'Je moet eerst bellen.' 'Kunnen' gebruik je voor mogelijkheden.
Bijvoorbeeld: 'Kan ik morgen langskomen?' Of: 'U kunt ook online een afspraak maken.' Let op: 'moeten' is sterker dan 'kunnen'.
Als je zegt 'Ik moet bellen', dan is het nodig.
Als je zegt 'Ik kan bellen', dan is het een optie.
Stel je voor dat je de assistente belt.
Zij zegt: 'Goedemorgen, huisartsenpraktijk De Pijp, waarmee kan ik u helpen?' Jij zegt: 'Goedemorgen, ik wil graag een afspraak maken.
Ik heb last van mijn keel.' Zij zegt: 'U kunt vanmiddag om 14:00 uur langskomen.
Past dat?' Jij zegt: 'Ja, dat past.
Dank u wel.' Zie je hoe 'kunnen' en 'moeten' werken?
Jij 'moet' een afspraak maken omdat je ziek bent, maar de assistente zegt wat je 'kunt' doen.
In Amsterdam is het vaak druk bij de huisarts.
Soms moet je een paar dagen wachten.
Maar als je echt ziek bent, kun je altijd bellen voor een spoedafspraak.
De assistente vraagt dan: 'Wat is uw klacht?' En jij vertelt wat er aan de hand is.
Probeer het zelf eens: als je morgen moet bellen, wat zeg je dan?
Oefen met 'moeten' en 'kunnen'.
Bijvoorbeeld: 'Ik moet een afspraak maken omdat ik koorts heb.' Of: 'Kan ik vanavond langskomen?'
Tot slot, Hello.
Goedenavond, ik ben heel goed, dank je wel en jij?
Ik hoop dat je deze woorden en grammatica kunt gebruiken.
De volgende keer als je naar de huisarts moet, voel je je zekerder.
Blijf oefenen, en vergeet niet: elke kleine stap helpt.
Tot de volgende keer!
Settings
Text
Audio