De Amsterdamse Kringloopwinkel
Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Hello, je vertelde me laatst dat je in Amsterdam woont.
En ik weet nog dat je zei: 'Ik hoop ik kan sprak Nederlands heel goed.' Nou, je Nederlands wordt al beter, hoor!
Maar vandaag wil ik het hebben over iets wat ik zelf heel leuk vind: de kringloopwinkel.
Ken je die al?
In Amsterdam heb je er heel veel, zoals de kringloopwinkel in de Jordaan of bij het Waterlooplein.
Gisteren liep ik er zelf een binnen, en ik dacht meteen aan jou.
Waarom?
Omdat jij ook van ontdekken houdt, denk ik.
Stel je voor: je loopt een kringloopwinkel binnen.
Het ruikt een beetje oud, maar gezellig.
Je ziet stapels boeken, oude kopjes, en misschien een vintage jas.
Het is een schatkamer, echt waar.
Het woord 'kringloop' betekent letterlijk 'cycle' of 'circulatie'.
Dus een kringloopwinkel is een winkel waar spullen een tweede leven krijgen.
In het Engels zeg je 'thrift store'.
Maar in het Nederlands zeggen we ook wel 'tweedehandswinkel'.
'Tweedehands' betekent 'secondhand'.
Dus je kunt zeggen: 'Ik koop graag tweedehands kleding.' Of: 'Deze vaas is tweedehands, maar hij is prachtig.'
Laten we wat woorden leren die je kunt gebruiken in een kringloopwinkel.
Ten eerste: 'de aanbieding'.
Dat is een speciale deal, zoals '50% korting'.
Je kunt vragen: 'Zijn er aanbiedingen vandaag?' Ten tweede: 'de schat'.
Dat is iets waardevols, zoals een mooi boek of een bijzonder bord.
Je kunt zeggen: 'Wat een schat, deze oude kaarsenhouder!' Ten derde: 'de vondst'.
Dat is iets wat je hebt gevonden, zoals 'mijn beste vondst was een leren tas voor vijf euro.' Ten vierde: 'het prijskaartje'.
Dat is het kleine papiertje met de prijs.
Bij een kringloopwinkel zijn prijskaartjes vaak heel laag.
Ten vijfde: 'de etalage'.
Dat is de voorkant van de winkel met spullen in de etalage.
En ten zesde: 'de kassa'.
Daar betaal je.
Je kunt zeggen: 'Ik sta bij de kassa.'
Nu een klein beetje grammatica.
Je kent vast het woord 'om' al.
Maar wist je dat je 'om' kunt gebruiken met 'te' om een doel aan te geven?
Bijvoorbeeld: 'Ik ga naar de kringloopwinkel om een cadeau te vinden.' Of: 'Hij leert Nederlands om beter te communiceren.' In het Engels is dat 'in order to'.
Dus 'om...te' + heel werkwoord.
Let op: je gebruikt het alleen als het onderwerp van de zin hetzelfde is.
Bijvoorbeeld: 'Ik ga naar de stad om te winkelen.' Niet: 'Ik ga naar de stad om zij winkelt.' Dat is fout.
Probeer het zelf: 'Ik lees dit boek om...' Wat is jouw doel?
'Om mijn Nederlands te verbeteren.' Ja, precies!
Dus Hello, mijn vraag aan jou: ben je wel eens in een kringloopwinkel geweest in Amsterdam?
Of heb je een lievelingswinkel voor tweedehands spullen?
Ik ben benieuwd.
Misschien kun je deze week even langsgaan bij de kringloop in jouw buurt.
En als je iets leuks vindt, vertel het me dan.
Ik hoor graag over jouw vondsten.
Tot de volgende keer!