Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Kurt, de enkel en de lijdende vorm

Kurt, je fietst elke dag door Londen naar je werk als fysiotherapeut, en in maart 2027 wil je datzelfde ritme in Den Haag.

Dat doel is dichtbij genoeg om er nu al taal voor te bouwen.

Niet de taal van een folder.

De taal van een mens die pijn heeft en naar jou kijkt.

Vandaag oefenen we die taal.

Kort.

Direct.

Een beetje streng, zoals jij zelf traint.

Nieuw woord.

De klacht.

De klacht.

That means the complaint.

What hurts, in the patient's own words.

Een man zegt: mijn klacht zit in de enkel.

A man says: my complaint is in the ankle.

De enkel.

De enkel.

The ankle.

It is de enkel.

Not het enkel.

Zeg het één keer op de fiets.

De enkel.

Jij kent dat lijf.

Jij hardloopt drie keer per week.

Na een zware training komt de spierpijn.

De spierpijn.

Muscle soreness.

De spierpijn.

Shit, dat woord is lang.

Knip het.

Spier.

Pijn.

Dan weer samen.

In de praktijk zeg je niet alleen: rustig aan.

Je geeft een behandeling.

De behandeling.

De behandeling.

The treatment.

De behandeling.

Onthoud de.

En je geeft een schema.

Het schema.

The plan.

Het schema.

Not de schema.

Het.

Zeg het nu hardop.

Ik maak het schema voor jouw herstel.

Het herstel.

Recovery.

Het herstel.

Mooi.

Drie woorden met het.

Het schema.

Het herstel.

En straks het consult, als je dat later zelf opzoekt.

Vandaag blijven we bij deze twee.

In Nederland begint veel via de huisarts.

De huisarts.

De huisarts.

The GP.

De huisarts schrijft vaak een verwijzing.

De verwijzing.

The referral.

De verwijzing.

Zonder die brief blijf je soms klote lang wachten.

Dat is het systeem.

Jij leert de woorden, zodat jij later niet verdwaalt.

Nu de grammatica.

De lijdende vorm.

The passive.

In je aantekeningen schrijf je vaak niet ik, ik, ik.

Je schrijft wat er met het lichaam gebeurt.

Actief.

Ik belast de enkel licht.

Active.

I load the ankle lightly.

Passief.

De enkel wordt licht belast.

Passive.

The ankle is loaded lightly.

Nog een keer.

Actief.

Jij plant de behandeling.

Passief.

De behandeling wordt gepland.

The treatment is planned.

Let op de spelling.

Wordt met dt bij één ding, in de tegenwoordige tijd.

Worden zonder dt bij meer dingen.

De enkel wordt belast.

De spieren worden belast.

One ankle: wordt.

Muscles: worden.

Dat is geen magie.

Dat is een regel die je B2-examen ook wil horen.

Luistertip voor je fiets.

Zet een kort Nederlands sportbericht op.

Luister naar wordt.

Zeg de zin daarna zelf, bij het rode licht.

Ja, mensen kijken.

Laat ze kijken.

Jij bouwt een stem voor Den Haag.

Spreektip voor vanavond, met je vrouw.

Eén vraag.

Geen speech.

Wat is jouw klacht na vandaag?

What is your complaint after today?

Luister.

Wacht.

Herhaal haar laatste drie woorden.

Dan ben je niet alleen aan het praten.

Je bent aan het verstaan.

En voor je feed, later.

Eén zin.

Geen perfecte video.

Het schema wordt deze week gewijzigd.

The plan is changed this week.

Als je die zin foutloos kunt zeggen, ben je al een stap dichter bij een praktijk die jouw naam op de deur zet.

Kurt, vanavond één keer hardop.

De klacht wordt serieus genomen.

The complaint is taken seriously.

Dat is liefde in een witte jas.

Kort.

Helder.

Van jou.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause