Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Kurt, je feed en de dt-regel

Kurt, je fietst elke ochtend door Londen naar je praktijk, en in je hoofd draait er al een set voor Den Haag.

Je bent dertig, je komt uit Australië, en in maart 2027 verhuis je met je vrouw.

Tot die tijd post je je reis.

Mooi plan.

Ook een beetje gevaarlijk.

Want een filmpje vergeet niemand.

Een spelfout blijft ook staan.

Verdomme.

De spelling.

Spelling.

How you write the word, not only how you say it.

Jij wilt vloeiend klinken én schoon schrijven.

Dat is twee sporten tegelijk.

Je kent dat gevoel van krachttraining na een lange loop.

Je deelt een bericht.

Het bericht.

A post.

One message on your feed.

Houd het kort.

Eén idee.

Eén zin.

Dan nog een zin.

Zo hoort een luisteraar je ook.

Mensen blijven hangen.

Dan heb je een volger.

De volger.

A follower.

Someone who stays for your Dutch and your physio brain.

Je hoeft niet grappig te zijn voor duizend vreemden.

Eén echte volger in Den Haag is al goud.

Je houdt van muziek.

Je draait.

Straks wil je misschien een klein optreden.

Het optreden.

A gig.

A performance, not a treatment hour.

Op een optreden kies je de toon.

Online doe je hetzelfde.

De toon.

The tone.

How it feels when someone reads you.

Warm.

Direct.

Een beetje droog.

Niet het toontje van een saai formulier.

En dan die fout.

De fout.

The mistake.

The one that makes you want to delete the whole post.

Niet doen.

Eén fout is geen ramp.

Tien dezelfde fouten wel.

Dus slijp je mes.

Bijschaven.

To refine.

To sand the rough edge until it sits clean.

Jij schaaft je Nederlands bij zoals je een set bijschaaft op de draaitafel.

De draaitafel.

The turntable.

Your deck, not a treatment table.

Op de draaitafel hoor je meteen of de mix klopt.

Op papier hoor je niks.

Daarom is spelling zo klote eerlijk.

Nu de regel.

De dt-regel.

Je neemt de stam van het werkwoord.

De stam is het hele werkwoord zonder en.

Werken wordt werk.

Posten wordt post.

Delen wordt deel.

In de tegenwoordige tijd, bij hij, zij of het, plak je een t achter die stam.

Hij werkt in Londen.

Zij post een bericht.

Het nummer deelt de sfeer.

Hoor je een t aan het eind van de stam, zoals in praat, dan schrijf je dt.

Hij praat.

Niet hij praad.

Niet hij praatt.

Ezelsbruggetje, en ja, het is suf, maar het werkt.

Maak er een vraag van met jij.

Werk jij?

Dan schrijf je hij werkt.

Praat jij?

Dan schrijf je hij praat, met dt, want de t zat al in de stam.

Verleden tijd is een andere sport.

Die laten we vandaag liggen.

Eén regel per rit.

Zo train je ook.

Schrijf vanavond drie zinnen voor je feed.

Over je fietsrit.

Over je vrouw en maart 2027.

Over een nummer dat je draait.

Gebruik hij of zij in elke zin.

Check de stam.

Check de t.

Lees ze hardop.

Als het mondeling klopt en op papier ook, dan schaaf je bij als een volwassene, niet als een gast die hoopt dat niemand kijkt.

Kurt, post die drie zinnen.

Eén fout mag.

Dezelfde fout twee keer, dat is lui.

En lui past niet bij een man die drie keer per week hardloopt en nog een marathon in Amsterdam in oktober heeft.

Morgen weer.

Zelfde regel.

Nieuwe zin.

Geen genade voor die dt.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause