Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Irregular

Conjugación de Bieden

bieden = ofrecer

Infinitivo
bieden
Pasado
bood · boden
Perfecto
heeft geboden

Respuesta rápida

Bieden significa ofrecer. Pasado: bood (singular) y boden (plural). Participio: geboden, con hebben: ik heb geboden.

Practica bieden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbied
jijbiedt
hij/zij/hetbiedt
wijbieden
julliebieden
zijbieden

Pasado (verleden tijd)

ikbood
jijbood
hij/zij/hetbood
wijboden
jullieboden
zijboden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geboden
jijhebt geboden
hij/zij/hetheeft geboden
wijhebben geboden
julliehebben geboden
zijhebben geboden

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geboden
jijhad geboden
hij/zij/hethad geboden
wijhadden geboden
julliehadden geboden
zijhadden geboden

Futuro (toekomende tijd)

ikzal bieden
jijzult bieden
hij/zij/hetzal bieden
wijzullen bieden
julliezullen bieden
zijzullen bieden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bieden
jijzou bieden
hij/zij/hetzou bieden
wijzouden bieden
julliezouden bieden
zijzouden bieden

Practica bieden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: bieden, bood, geboden.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij biedt, pero bied jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de bieden?

bood (ik, jij, hij/zij/het) y boden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de bieden?

geboden, con hebben: ik heb geboden.

¿El verbo bieden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geboden, hij heeft geboden.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.