Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular, separable

Meedoen conjugation

meedoen = to join in

Infinitive
meedoen
Past
deed mee · deden mee
Perfect
heeft meegedaan

Quick answer

Meedoen means to join in. Past tense: deed mee (singular) and deden mee (plural). Past participle: meegedaan, with hebben: ik heb meegedaan.

Practise meedoen

Present (tegenwoordige tijd)

ikdoe mee
jijdoet mee
hij/zij/hetdoet mee
wijdoen mee
julliedoen mee
zijdoen mee

Past (verleden tijd)

ikdeed mee
jijdeed mee
hij/zij/hetdeed mee
wijdeden mee
julliededen mee
zijdeden mee

Perfect (voltooide tijd)

ikheb meegedaan
jijhebt meegedaan
hij/zij/hetheeft meegedaan
wijhebben meegedaan
julliehebben meegedaan
zijhebben meegedaan

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad meegedaan
jijhad meegedaan
hij/zij/hethad meegedaan
wijhadden meegedaan
julliehadden meegedaan
zijhadden meegedaan

Future (toekomende tijd)

ikzal meedoen
jijzult meedoen
hij/zij/hetzal meedoen
wijzullen meedoen
julliezullen meedoen
zijzullen meedoen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou meedoen
jijzou meedoen
hij/zij/hetzou meedoen
wijzouden meedoen
julliezouden meedoen
zijzouden meedoen

Practise meedoen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: meedoen, deed mee, meegedaan.
  • Separable verb. In a main clause the prefix mee goes to the end: ik doe mee. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik meedoe, ... dat ik meedeed.
  • In the participle, ge goes between the two parts: meegedaan.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of meedoen?

deed mee (ik, jij, hij/zij/het) and deden mee (wij, jullie, zij).

What is the past participle of meedoen?

meegedaan, with hebben: ik heb meegedaan.

Is meedoen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb meegedaan, hij heeft meegedaan.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.