Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Irregular, separable

Conjugación de Dichtdoen

dichtdoen = cerrar

Infinitivo
dichtdoen
Pasado
deed dicht · deden dicht
Perfecto
heeft dichtgedaan

Respuesta rápida

Dichtdoen significa cerrar. Pasado: deed dicht (singular) y deden dicht (plural). Participio: dichtgedaan, con hebben: ik heb dichtgedaan.

Practica dichtdoen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikdoe dicht
jijdoet dicht
hij/zij/hetdoet dicht
wijdoen dicht
julliedoen dicht
zijdoen dicht

Pasado (verleden tijd)

ikdeed dicht
jijdeed dicht
hij/zij/hetdeed dicht
wijdeden dicht
julliededen dicht
zijdeden dicht

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb dichtgedaan
jijhebt dichtgedaan
hij/zij/hetheeft dichtgedaan
wijhebben dichtgedaan
julliehebben dichtgedaan
zijhebben dichtgedaan

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad dichtgedaan
jijhad dichtgedaan
hij/zij/hethad dichtgedaan
wijhadden dichtgedaan
julliehadden dichtgedaan
zijhadden dichtgedaan

Futuro (toekomende tijd)

ikzal dichtdoen
jijzult dichtdoen
hij/zij/hetzal dichtdoen
wijzullen dichtdoen
julliezullen dichtdoen
zijzullen dichtdoen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou dichtdoen
jijzou dichtdoen
hij/zij/hetzou dichtdoen
wijzouden dichtdoen
julliezouden dichtdoen
zijzouden dichtdoen

Practica dichtdoen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: dichtdoen, deed dicht, dichtgedaan.
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo dicht va al final: ik doe dicht. En una subordinada se queda unido: ... dat ik dichtdoe, ... dat ik dichtdeed.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: dichtgedaan.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de dichtdoen?

deed dicht (ik, jij, hij/zij/het) y deden dicht (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de dichtdoen?

dichtgedaan, con hebben: ik heb dichtgedaan.

¿El verbo dichtdoen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb dichtgedaan, hij heeft dichtgedaan.

Más verbos

Todos los verbosComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.