Level B1 · Regular
Controleren conjugation
controleren = to check
- Infinitive
- controleren
- Past
- controleerde · controleerden
- Perfect
- heeft gecontroleerd
Quick answer
Controleren means to check. Past tense: controleerde (singular) and controleerden (plural). Past participle: gecontroleerd, with hebben: ik heb gecontroleerd.
Practise controlerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | controleer |
| jij | controleert |
| hij/zij/het | controleert |
| wij | controleren |
| jullie | controleren |
| zij | controleren |
Past (verleden tijd)
| ik | controleerde |
| jij | controleerde |
| hij/zij/het | controleerde |
| wij | controleerden |
| jullie | controleerden |
| zij | controleerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gecontroleerd |
| jij | hebt gecontroleerd |
| hij/zij/het | heeft gecontroleerd |
| wij | hebben gecontroleerd |
| jullie | hebben gecontroleerd |
| zij | hebben gecontroleerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gecontroleerd |
| jij | had gecontroleerd |
| hij/zij/het | had gecontroleerd |
| wij | hadden gecontroleerd |
| jullie | hadden gecontroleerd |
| zij | hadden gecontroleerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal controleren |
| jij | zult controleren |
| hij/zij/het | zal controleren |
| wij | zullen controleren |
| jullie | zullen controleren |
| zij | zullen controleren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou controleren |
| jij | zou controleren |
| hij/zij/het | zou controleren |
| wij | zouden controleren |
| jullie | zouden controleren |
| zij | zouden controleren |
Practise controleren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is controleer. The infinitive controleren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (controleerde, controleerden) and the participle ends in -d (gecontroleerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij controleert, but controleer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of controleren?
controleerde (ik, jij, hij/zij/het) and controleerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of controleren?
gecontroleerd, with hebben: ik heb gecontroleerd.
Is controleren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gecontroleerd, hij heeft gecontroleerd.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.