Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Gebeuren

gebeuren = pasar, ocurrir

Infinitivo
gebeuren
Pasado
gebeurde · gebeurden
Perfecto
is gebeurd

Respuesta rápida

Gebeuren significa pasar, ocurrir. Pasado: gebeurde (singular) y gebeurden (plural). Participio: gebeurd, con zijn: ik ben gebeurd.

Practica gebeuren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikgebeur
jijgebeurt
hij/zij/hetgebeurt
wijgebeuren
julliegebeuren
zijgebeuren

Pasado (verleden tijd)

ikgebeurde
jijgebeurde
hij/zij/hetgebeurde
wijgebeurden
julliegebeurden
zijgebeurden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben gebeurd
jijbent gebeurd
hij/zij/hetis gebeurd
wijzijn gebeurd
julliezijn gebeurd
zijzijn gebeurd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas gebeurd
jijwas gebeurd
hij/zij/hetwas gebeurd
wijwaren gebeurd
julliewaren gebeurd
zijwaren gebeurd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal gebeuren
jijzult gebeuren
hij/zij/hetzal gebeuren
wijzullen gebeuren
julliezullen gebeuren
zijzullen gebeuren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou gebeuren
jijzou gebeuren
hij/zij/hetzou gebeuren
wijzouden gebeuren
julliezouden gebeuren
zijzouden gebeuren

Practica gebeuren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es gebeur. En el infinitivo gebeuren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (gebeurde, gebeurden) y el participio termina en -d (gebeurd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij gebeurt, pero gebeur jij?
  • Perfecto con zijn: ik ben gebeurd, no ik heb gebeurd.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de gebeuren?

gebeurde (ik, jij, hij/zij/het) y gebeurden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de gebeuren?

gebeurd, con zijn: ik ben gebeurd.

¿El verbo gebeuren va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben gebeurd, hij is gebeurd.

Más verbos

Todos los verbosComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.