Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular

Ervaren conjugation

ervaren = to experience

Infinitive
ervaren
Past
ervoer · ervoeren
Perfect
heeft ervaren

Quick answer

Ervaren means to experience. Past tense: ervoer (singular) and ervoeren (plural). Past participle: ervaren, with hebben: ik heb ervaren.

Practise ervaren

Present (tegenwoordige tijd)

ikervaar
jijervaart
hij/zij/hetervaart
wijervaren
jullieervaren
zijervaren

Past (verleden tijd)

ikervoer
jijervoer
hij/zij/hetervoer
wijervoeren
jullieervoeren
zijervoeren

Perfect (voltooide tijd)

ikheb ervaren
jijhebt ervaren
hij/zij/hetheeft ervaren
wijhebben ervaren
julliehebben ervaren
zijhebben ervaren

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad ervaren
jijhad ervaren
hij/zij/hethad ervaren
wijhadden ervaren
julliehadden ervaren
zijhadden ervaren

Future (toekomende tijd)

ikzal ervaren
jijzult ervaren
hij/zij/hetzal ervaren
wijzullen ervaren
julliezullen ervaren
zijzullen ervaren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou ervaren
jijzou ervaren
hij/zij/hetzou ervaren
wijzouden ervaren
julliezouden ervaren
zijzouden ervaren

Practise ervaren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: ervaren, ervoer, ervaren.
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: ervaren.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij ervaart, but ervaar jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of ervaren?

ervoer (ik, jij, hij/zij/het) and ervoeren (wij, jullie, zij).

What is the past participle of ervaren?

ervaren, with hebben: ik heb ervaren.

Is ervaren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb ervaren, hij heeft ervaren.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.