Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A1 · Irregular, separable

Conjugación de Meekomen

meekomen = venir también

Infinitivo
meekomen
Pasado
kwam mee · kwamen mee
Perfecto
is meegekomen

Respuesta rápida

Meekomen significa venir también. Pasado: kwam mee (singular) y kwamen mee (plural). Participio: meegekomen, con zijn: ik ben meegekomen.

Practica meekomen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikkom mee
jijkomt mee
hij/zij/hetkomt mee
wijkomen mee
julliekomen mee
zijkomen mee

Pasado (verleden tijd)

ikkwam mee
jijkwam mee
hij/zij/hetkwam mee
wijkwamen mee
julliekwamen mee
zijkwamen mee

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben meegekomen
jijbent meegekomen
hij/zij/hetis meegekomen
wijzijn meegekomen
julliezijn meegekomen
zijzijn meegekomen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas meegekomen
jijwas meegekomen
hij/zij/hetwas meegekomen
wijwaren meegekomen
julliewaren meegekomen
zijwaren meegekomen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal meekomen
jijzult meekomen
hij/zij/hetzal meekomen
wijzullen meekomen
julliezullen meekomen
zijzullen meekomen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou meekomen
jijzou meekomen
hij/zij/hetzou meekomen
wijzouden meekomen
julliezouden meekomen
zijzouden meekomen

Meekomen es un verbo separable

En una oración principal mee va al final (ik kom mee). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik meekom). Participio: meegekomen.

Oración principalik kom mee
Preguntakom jij mee?
Oración subordinada… dat ik meekom
Con un verbo modalik wil meekomen
Pretérito perfectoik ben meegekomen
Con om ... teom mee te komen
Imperativokom mee!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica meekomen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: meekomen, kwam mee, meegekomen.
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo mee va al final: ik kom mee. En una subordinada se queda unido: ... dat ik meekom, ... dat ik meekwam.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: meegekomen.
  • Perfecto con zijn: ik ben meegekomen, no ik heb meegekomen.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de meekomen?

kwam mee (ik, jij, hij/zij/het) y kwamen mee (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de meekomen?

meegekomen, con zijn: ik ben meegekomen.

¿El verbo meekomen va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben meegekomen, hij is meegekomen.

¿Es meekomen un verbo separable?

Sí. En una oración principal mee va al final (ik kom mee), en una subordinada permanece unido (dat ik meekom). Participio: meegekomen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.