Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Studeren

studeren = estudiar

Infinitivo
studeren
Pasado
studeerde · studeerden
Perfecto
heeft gestudeerd

Respuesta rápida

Studeren significa estudiar. Pasado: studeerde (singular) y studeerden (plural). Participio: gestudeerd, con hebben: ik heb gestudeerd.

Practica studeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikstudeer
jijstudeert
hij/zij/hetstudeert
wijstuderen
julliestuderen
zijstuderen

Pasado (verleden tijd)

ikstudeerde
jijstudeerde
hij/zij/hetstudeerde
wijstudeerden
julliestudeerden
zijstudeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gestudeerd
jijhebt gestudeerd
hij/zij/hetheeft gestudeerd
wijhebben gestudeerd
julliehebben gestudeerd
zijhebben gestudeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gestudeerd
jijhad gestudeerd
hij/zij/hethad gestudeerd
wijhadden gestudeerd
julliehadden gestudeerd
zijhadden gestudeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal studeren
jijzult studeren
hij/zij/hetzal studeren
wijzullen studeren
julliezullen studeren
zijzullen studeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou studeren
jijzou studeren
hij/zij/hetzou studeren
wijzouden studeren
julliezouden studeren
zijzouden studeren

Practica studeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es studeer. En el infinitivo studeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (studeerde, studeerden) y el participio termina en -d (gestudeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij studeert, pero studeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de studeren?

studeerde (ik, jij, hij/zij/het) y studeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de studeren?

gestudeerd, con hebben: ik heb gestudeerd.

¿El verbo studeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gestudeerd, hij heeft gestudeerd.

Más verbos

Todos los verbosComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.