Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A1 · Irregular

Conjugación de Zwemmen

zwemmen = nadar

Infinitivo
zwemmen
Pasado
zwom · zwommen
Perfecto
heeft / is gezwommen

Respuesta rápida

Zwemmen significa nadar. Pasado: zwom (singular) y zwommen (plural). Participio: gezwommen, con hebben / zijn: ik heb / ben gezwommen.

Practica zwemmen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikzwem
jijzwemt
hij/zij/hetzwemt
wijzwemmen
julliezwemmen
zijzwemmen

Pasado (verleden tijd)

ikzwom
jijzwom
hij/zij/hetzwom
wijzwommen
julliezwommen
zijzwommen

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben gezwommen
jijhebt / bent gezwommen
hij/zij/hetheeft / is gezwommen
wijhebben / zijn gezwommen
julliehebben / zijn gezwommen
zijhebben / zijn gezwommen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gezwommen
jijhad / was gezwommen
hij/zij/hethad / was gezwommen
wijhadden / waren gezwommen
julliehadden / waren gezwommen
zijhadden / waren gezwommen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal zwemmen
jijzult zwemmen
hij/zij/hetzal zwemmen
wijzullen zwemmen
julliezullen zwemmen
zijzullen zwemmen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou zwemmen
jijzou zwemmen
hij/zij/hetzou zwemmen
wijzouden zwemmen
julliezouden zwemmen
zijzouden zwemmen

Practica zwemmen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: zwemmen, zwom, gezwommen.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij zwemt, pero zwem jij?
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. Ik heb een uur gezwommen. Ik ben naar de overkant gezwommen.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de zwemmen?

zwom (ik, jij, hij/zij/het) y zwommen (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de zwemmen?

gezwommen, con hebben o zijn según el significado: Ik heb een uur gezwommen. Ik ben naar de overkant gezwommen.

¿El verbo zwemmen va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: Ik heb een uur gezwommen. Ik ben naar de overkant gezwommen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.