Nivel A1 · Irregular
Conjugación de Zwemmen
zwemmen = nadar
- Infinitivo
- zwemmen
- Pasado
- zwom · zwommen
- Perfecto
- heeft / is gezwommen
Respuesta rápida
Zwemmen significa nadar. Pasado: zwom (singular) y zwommen (plural). Participio: gezwommen, con hebben / zijn: ik heb / ben gezwommen.
Practica zwemmenPresente (tegenwoordige tijd)
| ik | zwem |
| jij | zwemt |
| hij/zij/het | zwemt |
| wij | zwemmen |
| jullie | zwemmen |
| zij | zwemmen |
Pasado (verleden tijd)
| ik | zwom |
| jij | zwom |
| hij/zij/het | zwom |
| wij | zwommen |
| jullie | zwommen |
| zij | zwommen |
Pretérito perfecto (voltooide tijd)
| ik | heb / ben gezwommen |
| jij | hebt / bent gezwommen |
| hij/zij/het | heeft / is gezwommen |
| wij | hebben / zijn gezwommen |
| jullie | hebben / zijn gezwommen |
| zij | hebben / zijn gezwommen |
Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was gezwommen |
| jij | had / was gezwommen |
| hij/zij/het | had / was gezwommen |
| wij | hadden / waren gezwommen |
| jullie | hadden / waren gezwommen |
| zij | hadden / waren gezwommen |
Futuro (toekomende tijd)
| ik | zal zwemmen |
| jij | zult zwemmen |
| hij/zij/het | zal zwemmen |
| wij | zullen zwemmen |
| jullie | zullen zwemmen |
| zij | zullen zwemmen |
Condicional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou zwemmen |
| jij | zou zwemmen |
| hij/zij/het | zou zwemmen |
| wij | zouden zwemmen |
| jullie | zouden zwemmen |
| zij | zouden zwemmen |
Practica zwemmen
Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.
Presente
Cómo funciona este verbo
- Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: zwemmen, zwom, gezwommen.
- Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij zwemt, pero zwem jij?
- Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. Ik heb een uur gezwommen. Ik ben naar de overkant gezwommen.
Preguntas sobre los verbos neerlandeses
¿Cuál es el pasado de zwemmen?
zwom (ik, jij, hij/zij/het) y zwommen (wij, jullie, zij).
¿Cuál es el participio de zwemmen?
gezwommen, con hebben o zijn según el significado: Ik heb een uur gezwommen. Ik ben naar de overkant gezwommen.
¿El verbo zwemmen va con hebben o con zijn?
Con los dos, según el significado: Ik heb een uur gezwommen. Ik ben naar de overkant gezwommen.
Más verbos
Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het
¿Quieres dejar de buscar cada palabra?
La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.
Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.