Level B2 · Regular
Dwalen conjugation
dwalen = to wander, to stray
- Infinitive
- dwalen
- Past
- dwaalde · dwaalden
- Perfect
- heeft / is gedwaald
Quick answer
Dwalen means to wander, to stray. Past tense: dwaalde (singular) and dwaalden (plural). Past participle: gedwaald, with hebben / zijn: ik heb / ben gedwaald.
Practise dwalenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | dwaal |
| jij | dwaalt |
| hij/zij/het | dwaalt |
| wij | dwalen |
| jullie | dwalen |
| zij | dwalen |
Past (verleden tijd)
| ik | dwaalde |
| jij | dwaalde |
| hij/zij/het | dwaalde |
| wij | dwaalden |
| jullie | dwaalden |
| zij | dwaalden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb / ben gedwaald |
| jij | hebt / bent gedwaald |
| hij/zij/het | heeft / is gedwaald |
| wij | hebben / zijn gedwaald |
| jullie | hebben / zijn gedwaald |
| zij | hebben / zijn gedwaald |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was gedwaald |
| jij | had / was gedwaald |
| hij/zij/het | had / was gedwaald |
| wij | hadden / waren gedwaald |
| jullie | hadden / waren gedwaald |
| zij | hadden / waren gedwaald |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal dwalen |
| jij | zult dwalen |
| hij/zij/het | zal dwalen |
| wij | zullen dwalen |
| jullie | zullen dwalen |
| zij | zullen dwalen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou dwalen |
| jij | zou dwalen |
| hij/zij/het | zou dwalen |
| wij | zouden dwalen |
| jullie | zouden dwalen |
| zij | zouden dwalen |
Practise dwalen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is dwaal. The infinitive dwalen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (dwaalde, dwaalden) and the participle ends in -d (gedwaald).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij dwaalt, but dwaal jij?
- Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. We hebben urenlang door de stad gedwaald. Hij is naar de rand van het bos gedwaald.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of dwalen?
dwaalde (ik, jij, hij/zij/het) and dwaalden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of dwalen?
gedwaald, with hebben or zijn depending on the meaning: We hebben urenlang door de stad gedwaald. Hij is naar de rand van het bos gedwaald.
Is dwalen used with hebben or zijn?
Both, depending on the meaning: We hebben urenlang door de stad gedwaald. Hij is naar de rand van het bos gedwaald.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.