Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Onregelmatig

Vervoeging van Komen

komen = to come

Hele werkwoord
komen
Verleden tijd
kwam · kwamen
Voltooide tijd
is gekomen

Kort antwoord

Komen is in het Engels to come. Verleden tijd: kwam (enkelvoud) en kwamen (meervoud). Voltooid deelwoord: gekomen, met zijn: ik ben gekomen.

Oefen komen

Tegenwoordige tijd

ikkom
jijkomt
hij/zij/hetkomt
wijkomen
julliekomen
zijkomen

Verleden tijd

ikkwam
jijkwam
hij/zij/hetkwam
wijkwamen
julliekwamen
zijkwamen

Voltooide tijd

ikben gekomen
jijbent gekomen
hij/zij/hetis gekomen
wijzijn gekomen
julliezijn gekomen
zijzijn gekomen

Voltooid verleden tijd

ikwas gekomen
jijwas gekomen
hij/zij/hetwas gekomen
wijwaren gekomen
julliewaren gekomen
zijwaren gekomen

Toekomende tijd

ikzal komen
jijzult komen
hij/zij/hetzal komen
wijzullen komen
julliezullen komen
zijzullen komen

Voorwaardelijke wijs

ikzou komen
jijzou komen
hij/zij/hetzou komen
wijzouden komen
julliezouden komen
zijzouden komen

Oefen komen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: komen, kwam, gekomen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij komt, maar kom jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben gekomen, niet ik heb gekomen.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van komen?

kwam (ik, jij, hij/zij/het) en kwamen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van komen?

gekomen, met zijn: ik ben gekomen.

Gebruik je komen met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben gekomen, hij is gekomen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.