Niveau A2 · Modaal werkwoord
Vervoeging van Moeten
moeten = must, to have to
- Hele werkwoord
- moeten
- Verleden tijd
- moest · moesten
- Voltooide tijd
- heeft gemoeten
Kort antwoord
Moeten is in het Engels must, to have to. Verleden tijd: moest (enkelvoud) en moesten (meervoud). Voltooid deelwoord: gemoeten, met hebben: ik heb gemoeten.
Oefen moetenTegenwoordige tijd
| ik | moet |
| jij | moet |
| hij/zij/het | moet |
| wij | moeten |
| jullie | moeten |
| zij | moeten |
Verleden tijd
| ik | moest |
| jij | moest |
| hij/zij/het | moest |
| wij | moesten |
| jullie | moesten |
| zij | moesten |
Voltooide tijd
| ik | heb gemoeten |
| jij | hebt gemoeten |
| hij/zij/het | heeft gemoeten |
| wij | hebben gemoeten |
| jullie | hebben gemoeten |
| zij | hebben gemoeten |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gemoeten |
| jij | had gemoeten |
| hij/zij/het | had gemoeten |
| wij | hadden gemoeten |
| jullie | hadden gemoeten |
| zij | hadden gemoeten |
Toekomende tijd
| ik | zal moeten |
| jij | zult moeten |
| hij/zij/het | zal moeten |
| wij | zullen moeten |
| jullie | zullen moeten |
| zij | zullen moeten |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou moeten |
| jij | zou moeten |
| hij/zij/het | zou moeten |
| wij | zouden moeten |
| jullie | zouden moeten |
| zij | zouden moeten |
Oefen moeten
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Modaal werkwoord: er volgt meestal een infinitief aan het eind van de zin, bijvoorbeeld: Ik moet morgen komen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van moeten?
moest (ik, jij, hij/zij/het) en moesten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van moeten?
gemoeten, met hebben: ik heb gemoeten.
Gebruik je moeten met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gemoeten, hij heeft gemoeten.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.