Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Modaal werkwoord

Vervoeging van Moeten

moeten = must, to have to

Hele werkwoord
moeten
Verleden tijd
moest · moesten
Voltooide tijd
heeft gemoeten

Kort antwoord

Moeten is in het Engels must, to have to. Verleden tijd: moest (enkelvoud) en moesten (meervoud). Voltooid deelwoord: gemoeten, met hebben: ik heb gemoeten.

Oefen moeten

Tegenwoordige tijd

ikmoet
jijmoet
hij/zij/hetmoet
wijmoeten
julliemoeten
zijmoeten

Verleden tijd

ikmoest
jijmoest
hij/zij/hetmoest
wijmoesten
julliemoesten
zijmoesten

Voltooide tijd

ikheb gemoeten
jijhebt gemoeten
hij/zij/hetheeft gemoeten
wijhebben gemoeten
julliehebben gemoeten
zijhebben gemoeten

Voltooid verleden tijd

ikhad gemoeten
jijhad gemoeten
hij/zij/hethad gemoeten
wijhadden gemoeten
julliehadden gemoeten
zijhadden gemoeten

Toekomende tijd

ikzal moeten
jijzult moeten
hij/zij/hetzal moeten
wijzullen moeten
julliezullen moeten
zijzullen moeten

Voorwaardelijke wijs

ikzou moeten
jijzou moeten
hij/zij/hetzou moeten
wijzouden moeten
julliezouden moeten
zijzouden moeten

Oefen moeten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Modaal werkwoord: er volgt meestal een infinitief aan het eind van de zin, bijvoorbeeld: Ik moet morgen komen.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van moeten?

moest (ik, jij, hij/zij/het) en moesten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van moeten?

gemoeten, met hebben: ik heb gemoeten.

Gebruik je moeten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gemoeten, hij heeft gemoeten.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.