Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, niet scheidbaar

Vervoeging van Overtuigen

overtuigen = to convince

Hele werkwoord
overtuigen
Verleden tijd
overtuigde · overtuigden
Voltooide tijd
heeft overtuigd

Kort antwoord

Overtuigen is in het Engels to convince. Verleden tijd: overtuigde (enkelvoud) en overtuigden (meervoud). Voltooid deelwoord: overtuigd, met hebben: ik heb overtuigd.

Oefen overtuigen

Tegenwoordige tijd

ikovertuig
jijovertuigt
hij/zij/hetovertuigt
wijovertuigen
jullieovertuigen
zijovertuigen

Verleden tijd

ikovertuigde
jijovertuigde
hij/zij/hetovertuigde
wijovertuigden
jullieovertuigden
zijovertuigden

Voltooide tijd

ikheb overtuigd
jijhebt overtuigd
hij/zij/hetheeft overtuigd
wijhebben overtuigd
julliehebben overtuigd
zijhebben overtuigd

Voltooid verleden tijd

ikhad overtuigd
jijhad overtuigd
hij/zij/hethad overtuigd
wijhadden overtuigd
julliehadden overtuigd
zijhadden overtuigd

Toekomende tijd

ikzal overtuigen
jijzult overtuigen
hij/zij/hetzal overtuigen
wijzullen overtuigen
julliezullen overtuigen
zijzullen overtuigen

Voorwaardelijke wijs

ikzou overtuigen
jijzou overtuigen
hij/zij/hetzou overtuigen
wijzouden overtuigen
julliezouden overtuigen
zijzouden overtuigen

Overtuigen is niet scheidbaar

Het voorvoegsel over- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik overtuig, dat ik overtuig), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: overtuigd.

Hoofdzinik overtuig
Vraagovertuig jij?
Bijzin… dat ik overtuig
Met een modaal werkwoordik wil overtuigen
Voltooide tijdik heb overtuigd
Met om ... teom te overtuigen
Gebiedende wijsovertuig!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen overtuigen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is overtuig. In overtuigen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (overtuigde, overtuigden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (overtuigd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij overtuigt, maar overtuig jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van overtuigen?

overtuigde (ik, jij, hij/zij/het) en overtuigden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van overtuigen?

overtuigd, met hebben: ik heb overtuigd.

Gebruik je overtuigen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb overtuigd, hij heeft overtuigd.

Is overtuigen een scheidbaar werkwoord?

Nee. Het voorvoegsel over- gaat bij overtuigen nooit los (ik overtuig, dat ik overtuig), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: overtuigd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.