Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Onregelmatig

Vervoeging van Roepen

roepen = to call

Hele werkwoord
roepen
Verleden tijd
riep · riepen
Voltooide tijd
heeft geroepen

Kort antwoord

Roepen is in het Engels to call. Verleden tijd: riep (enkelvoud) en riepen (meervoud). Voltooid deelwoord: geroepen, met hebben: ik heb geroepen.

Oefen roepen

Tegenwoordige tijd

ikroep
jijroept
hij/zij/hetroept
wijroepen
jullieroepen
zijroepen

Verleden tijd

ikriep
jijriep
hij/zij/hetriep
wijriepen
jullieriepen
zijriepen

Voltooide tijd

ikheb geroepen
jijhebt geroepen
hij/zij/hetheeft geroepen
wijhebben geroepen
julliehebben geroepen
zijhebben geroepen

Voltooid verleden tijd

ikhad geroepen
jijhad geroepen
hij/zij/hethad geroepen
wijhadden geroepen
julliehadden geroepen
zijhadden geroepen

Toekomende tijd

ikzal roepen
jijzult roepen
hij/zij/hetzal roepen
wijzullen roepen
julliezullen roepen
zijzullen roepen

Voorwaardelijke wijs

ikzou roepen
jijzou roepen
hij/zij/hetzou roepen
wijzouden roepen
julliezouden roepen
zijzouden roepen

Oefen roepen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: roepen, riep, geroepen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij roept, maar roep jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van roepen?

riep (ik, jij, hij/zij/het) en riepen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van roepen?

geroepen, met hebben: ik heb geroepen.

Gebruik je roepen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geroepen, hij heeft geroepen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.