Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitleggen
uitleggen = to explain
- Hele werkwoord
- uitleggen
- Verleden tijd
- legde uit · legden uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgelegd
Kort antwoord
Uitleggen is in het Engels to explain. Verleden tijd: legde uit (enkelvoud) en legden uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgelegd, met hebben: ik heb uitgelegd.
Oefen uitleggenTegenwoordige tijd
| ik | leg uit |
| jij | legt uit |
| hij/zij/het | legt uit |
| wij | leggen uit |
| jullie | leggen uit |
| zij | leggen uit |
Verleden tijd
| ik | legde uit |
| jij | legde uit |
| hij/zij/het | legde uit |
| wij | legden uit |
| jullie | legden uit |
| zij | legden uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgelegd |
| jij | hebt uitgelegd |
| hij/zij/het | heeft uitgelegd |
| wij | hebben uitgelegd |
| jullie | hebben uitgelegd |
| zij | hebben uitgelegd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgelegd |
| jij | had uitgelegd |
| hij/zij/het | had uitgelegd |
| wij | hadden uitgelegd |
| jullie | hadden uitgelegd |
| zij | hadden uitgelegd |
Toekomende tijd
| ik | zal uitleggen |
| jij | zult uitleggen |
| hij/zij/het | zal uitleggen |
| wij | zullen uitleggen |
| jullie | zullen uitleggen |
| zij | zullen uitleggen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitleggen |
| jij | zou uitleggen |
| hij/zij/het | zou uitleggen |
| wij | zouden uitleggen |
| jullie | zouden uitleggen |
| zij | zouden uitleggen |
Oefen uitleggen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is leg. In leggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (legde, legden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (uitgelegd).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik leg uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitleg, ... dat ik uitlegde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgelegd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitleggen?
legde uit (ik, jij, hij/zij/het) en legden uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitleggen?
uitgelegd, met hebben: ik heb uitgelegd.
Gebruik je uitleggen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgelegd, hij heeft uitgelegd.
Meer werkwoorden
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.