Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Kat van de Buurvrouw

Hoi Tom, ben je de kat aan het zoeken?

Ja, mijn kat is weg. Alweer.

Alweer? Dat is vervelend.

Ja, hij heet muis. Grapen we hè?

Je kat heet muis? Dat is een grappje toch?

Nee echt, mijn kat heet muis.

Maar hij is een kat en hij heet muis?

Ja, dat is het punt. Het is een woordgrapje.

Oh, ik snap het. Een kat die muis heet.

Precies, mijn vrienden vinden het leuk.

Oké, en wanneer is hij weggegaan?

Vanmorgen, de deur stond open.

Heb je buiten gekeken?

Ja, ik heb overal gekeken onder de bank in de tuin.

En in de keuken?

Ja, ook in de keuken. Geen muis.

Misschien is hij bij de buren?

Dat hoop ik. De buren hebben vis.

Vis? Je kat eet vis?

Ja, hij is dol op vis.

Vooral haring.

Haring? Dat is grappig.

Een kat die haring eet.

Ja, hij is een echte Nederlandse kat.

Zal ik je helpen zoeken?

Graag, jij bent een goede buurvrouw.

Dank je wel. Waar beginnen we?

Laten we bij de schuur kijken.

Oké, ik kijk in de schuur, jij kijkt in de tuin.

Goed. En als we hem vinden?

Dan roepen we muis, hier.

Dat klinkt raar.

Muis, hier tegen een kat.

Ja, maar het is jouw kat.

Jij hebt hem muis genoemd.

Dat is waar. Ik ben een beetje dom geweest.

Een beetje? Je kat heet muis.

Oké, even tussen door.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Heel dom.

Maar het is wel grappig.

Ja, dat is het.

Een kat die muis heet.

Wacht, ik zie iets.

Wat? Waar?

In de tuin, bij de schutting.

Is het muis?

Nee, het is een oude schoen.

Een schoen? Dat is geen kat.

Nee, maar het is wel grappig.

Tom, we zoeken een kat.

Geen schoen.

Sorry, ik ben snel afgeleid.

Dat merk ik.

Kom, we kijken verder.

Oké, ik kijk in de schuur, jij in de tuin.

Nee, jij kijkt in de tuin, ik kijk in de schuur.

Waarom?

Omdat jij je kat Muis hebt genoemd.

Je bent niet te vertrouwen.

Dat is eerlijk.

Oké, ik kijk in de tuin.

Goed, en Tom?

Ja?

Als je muis vindt, roep dan niet muis.

Hier, dat klinkt raar.

Wat moet ik dan roepen?

Gewoon kat, hier ofzo.

Maar hij heet muis.

Tom.

Oké, oké.

Ik roep kat, hier.

Dank je.

Ik ben zo terug.

Wacht.

Lisa.

Wat nu?

Ik hoor iets in de schuur.

Echt?

Ik ga kijken.

Nee, wacht.

Ik ga mee.

Tom, je zei dat je in de tuin zou kijken.

Ja, maar nu is er iets in de schuur.

Dat is vast een muis.

Een echte muis.

Oh nee. Mijn kat heet Muis.

En er is een muis in de schuur.

Dat is verwarrend.

Ja, dit is een probleem.

Kom.

We kijken samen, voorzichtig.

Oké, samen.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als het moeilijk is. Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause