Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Bram helpt op straat

Het is ochtend in Utrecht.

De lucht is blauw.

Bram loopt naar zijn werk.

Hij werkt op straat.

Hij helpt mensen op straat.

Er zijn veel auto's.

Er zijn ook veel fietsen.

Bram kijkt naar links.

Hij kijkt naar rechts.

Een kind loopt naar school.

Bram steekt zijn hand op.

Een auto stopt.

Het kind loopt naar school.

De moeder van het kind kijkt.

Ze zegt: "Dank je, Bram." Bram zegt: "Dag, Anna." Hij kent Anna goed.

Ze woont in zijn straat.

Anna heeft een gele tas.

Er staat een kat op.

Bram kijkt naar de kat.

De kat heeft een groene broek.

Een kat met een broek!

Dat is gek.

Bram heeft ook een kat.

Zijn kat heeft geen broek.

Zijn kat slaapt op zijn jas.

Bram kijkt weer naar de straat.

Er komt een witte auto.

Daan zit in de auto.

Hij wil naar zijn werk.

Bram steekt zijn hand op.

Daan stopt zijn auto.

Er lopen mensen op straat.

Bram helpt de mensen.

Daan kijkt naar zijn telefoon.

Hij kijkt naar Bram.

Hij is boos.

Hij wil nu verder.

Daan komt uit zijn auto.

Hij loopt naar Bram.

"Ik wil verder", zegt hij.

Bram zegt: "Stop, er loopt een kind." Daan kijkt niet naar het kind.

Hij slaat Bram op zijn hoofd.

Bram valt op de straat.

Zijn hoofd doet veel pijn.

Zijn arm doet ook pijn.

Anna ziet Bram op de straat.

Ze loopt naar hem.

"Blijf hier", zegt Anna.

"Ik bel voor hulp." Bram kan niet lopen.

Hij kan wel praten.

"Mijn hoofd doet pijn", zegt hij.

Anna zit naast hem.

Ze blijft bij Bram.

Het kind staat bij een vrouw.

Er komt een grote auto.

Twee mensen komen naar Bram.

Ze helpen hem heel goed.

Bram gaat met hen mee.

Anna gaat ook mee.

Ze houdt zijn hand vast.

"Je bent niet alleen", zegt ze.

Bram kijkt naar Anna.

Hij zegt heel zacht: "Dank je." Daan blijft op straat.

Twee mannen komen naar hem.

Ze zien Daan en zijn auto.

Anna praat met de mannen.

Daan gaat met de mannen mee.

Hij mag niet naar huis.

Hij zit bij de twee mannen.

Ze praten met Daan.

Daan kijkt naar zijn handen.

Bram ligt nu in een bed.

Noor komt naar hem toe.

Ze helpt mensen met pijn.

Dat is haar werk.

Ze kijkt naar zijn hoofd.

Ze kijkt naar zijn arm.

Bram krijgt iets voor de pijn.

Noor blijft even bij hem.

Anna zit op een stoel.

Bram drinkt een beetje water.

Zijn hoofd doet nog pijn.

Hij blijft in het bed.

Anna pakt haar gele tas.

Bram ziet de kat weer.

"Die broek is te groot", zegt hij.

Anna kijkt naar de groene broek.

"Ja, de kat heeft jouw broek." Bram is moe.

Hij doet zijn ogen dicht.

Anna blijft naast zijn bed.

Noor komt nog even kijken.

Bram doet zijn ogen open.

Hij ziet Anna en Noor.

Hij is niet alleen.

Dat is fijn.

Nu gaat hij slapen.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause

Bram helpt op straat | Dutch A1 listening + transcript