Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Amir en de witte boot

Amir zit op een witte boot.

De boot komt uit Iran.

Nu is de boot bij Somalië.

Amir kijkt naar de zee.

De lucht is blauw.

De zon is warm.

Zijn vriendin Noor zit naast hem.

Noor heeft een kop thee.

Amir heeft ook een kop thee.

Zijn thee is nog heet.

Hij drinkt een klein beetje.

Noor kijkt naar zijn voet.

Daar zit een blauwe sok.

Zijn andere sok is geel. “Je sokken zijn niet hetzelfde,” zegt Noor.

Amir kijkt naar zijn voeten. “Deze voet houdt van blauw.

Deze voet houdt van geel.” Noor kijkt naar haar eigen sokken.

Haar sokken zijn allebei wit. “Mijn voeten houden van wit.” Amir eet een appel.

De appel is groen.

Noor eet een banaan.

Ze kijkt naar de zee.

Er is een kleine boot.

Er zitten drie mensen op.

De kleine boot komt naar hen toe.

Amir zet zijn kop op tafel.

Noor staat nu ook op.

Ze kijkt naar de drie mensen.

Een man heeft een zwart shirt.

Een vrouw heeft een blauwe broek.

De andere man heeft een pet.

De drie mensen komen op de boot. “Deze boot is nu van ons.” De man kijkt naar Amir. “Jullie blijven hier,” zegt hij.

Amir kijkt naar Noor.

Noor gaat naast Amir zitten.

Dit zijn piraten.

Ze nemen de boot.

De man loopt naar de tafel.

Hij ziet de twee koppen thee.

Hij drinkt niet van de thee.

Hij kijkt naar de zee. “We willen nog een boot.” De vrouw kijkt ook naar de zee.

Noor hoort het ook.

Amir denkt aan zijn huis.

Zijn huis staat in Iran.

Daar woont ook zijn kat.

De kat heet Ali.

Ali slaapt op een stoel.

Amir kijkt naar een foto.

Op de foto zit Ali.

De kat heeft zijn ogen dicht.

Noor ziet de foto van Ali. “Wat een mooie kat,” zegt ze.

Amir kijkt naar de kleine foto. “Ja, hij eet heel veel.” Noor kijkt naar haar banaan. “Eet hij ook een banaan?” Amir kijkt haar aan. “Nee, Ali eet geen banaan.” De zon staat hoog.

Amir heeft het warm.

Hij drinkt van zijn thee.

De thee is niet meer heet.

Noor drinkt ook een beetje.

Ze zitten naast elkaar.

De vrouw loopt langs hun tafel.

Ze kijkt niet naar de foto.

Noor heeft een pen.

Ze heeft ook papier.

Ze tekent een kleine kat.

De kat heeft grote oren.

Naast de kat tekent ze sokken.

Eén sok is blauw.

Eén sok is geel.

Amir kijkt naar de kat. “Dat ben ik,” zegt hij.

Noor tekent ook een witte sok. “Deze sok is van mij.” Amir pakt de pen.

Hij tekent een grote banaan.

De banaan ligt naast de kat.

Noor kijkt naar de banaan. “Ali eet dat niet,” zegt ze.

De piraten blijven op de boot.

Amir en Noor blijven ook.

Amir kijkt weer naar zijn foto.

Daarna kijkt hij naar Noor.

Hij is niet alleen.

Dat voelt goed.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause