

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Lotte zit met haar broer Amir in de trein.
Ze gaan een weekend naar Duitsland.
Buiten zijn de bomen geel en rood.
De zon schijnt door het raam.
Amir heeft twee boterhammen met kaas.
Lotte ruikt de kaas en schuift een stukje weg. ‘Jouw ontbijt ruikt sterker dan mijn koffie,’ zegt ze.
In Duitsland slapen ze bij hun tante Hanna.
Ze woont in een huis met een blauwe deur.
Voor het raam staan planten met grote bladeren.
Hanna geeft haar bezoek een dikke kus. ‘We maken vanavond soep,’ zegt ze. ‘Maar ik heb nog brood en tomaten nodig.’ Lotte en Amir gaan samen naar de supermarkt.
Ze nemen een grote rode tas mee.
Het is maar tien minuten lopen.
Onderweg horen ze een hond achter een hek.
Amir zegt zacht iets tegen de hond.
De hond blaft nog harder. ‘Hij begrijpt mijn Duits niet,’ zegt Amir.
Bij de supermarkt staan veel mensen.
Een man draagt een tas met lege flessen.
Een kind houdt een gele banaan vast.
Binnen klinkt geen muziek.
Een vrouw in een groen shirt staat bij de deur. ‘U kunt vandaag alleen met munten en papiergeld betalen,’ zegt ze.
Lotte kijkt naar haar telefoon. ‘Ik betaal bijna altijd met mijn telefoon.’ Amir zoekt in zijn jas.
Hij vindt een sleutel en een oud kaartje.
Dan vindt hij tien euro. ‘Kijk, mijn jas is vandaag mijn bank.’ Lotte lacht, maar tien euro is niet veel.
Ze vragen wat er aan de hand is.
De vrouw wijst naar een computer. ‘Onze computers werken niet goed,’ zegt ze. ‘Mensen hebben onze computers met opzet kapotgemaakt.
Daarom kunnen we niet alles doen.’ Lotte kijkt naar de lange rij.
Iedereen moet vandaag langer wachten. ‘Gebeurt dit alleen hier?’ vraagt Amir.
De vrouw schudt haar hoofd. ‘Nee, meer supermarkten in Duitsland hebben dit probleem.
Ook winkels in andere landen hebben problemen.’ Een oude man hoort het gesprek. ‘Dan hebben veel mensen vandaag geduld nodig,’ zegt hij.
Hij gaat rustig op een stoel zitten.
Lotte en Amir lopen naar het brood.
Het ruikt er warm en lekker.
Ze kiezen een klein brood en vier tomaten.
Amir wil ook koekjes meenemen.
Lotte wijst naar het geld in zijn hand. ‘Eerst eten voor vanavond,’ zegt ze. ‘Koekjes zijn ook eten,’ zegt Amir zacht.
Ze tellen samen hoeveel alles kost.
Het brood kost drie euro.
De tomaten kosten samen twee euro.
Er blijft dus nog geld over.
Amir pakt een klein pak koekjes. ‘Voor tante Hanna,’ zegt hij snel.
Lotte kijkt naar hem. ‘Dan mag tante Hanna ook de eerste kiezen.’ In de rij wacht een vader met zijn dochter.
Het meisje begint haar vingers te tellen.
Daarna telt ze de lampen boven haar hoofd.
Lotte telt zacht met haar mee.
Amir houdt de rode tas open.
Het meisje kijkt erin en vraagt waar de koekjes zijn. ‘Nog niet in mijn buik,’ zegt hij.
Eindelijk kunnen Lotte en Amir betalen.
Een medewerker schrijft de bedragen op papier.
Hij telt alles nog een keer.
Lotte geeft hem het geld.
Daarna legt Amir het eten in de tas. ‘Dank u voor het wachten,’ zegt de medewerker.
Buiten ademt Lotte diep de frisse lucht in.
Thuis snijdt Hanna de tomaten in kleine stukken.
Uit een grote pan komt een heerlijke geur.
Lotte vertelt over de computers en de lange rij. ‘Maar iedereen bleef rustig,’ zegt ze.
Amir legt de koekjes naast zijn tante.
Hanna kiest er twee.
Lotte voelt zich warm en blij bij haar familie.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause