

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Het is woensdagavond.
Meneer De Fris zit in zijn woonkamer.
Hij leest een boek.
De kamer is warm en stil.
Buiten is het stil.
Hij ruikt de geur van zijn boek en de warmen lucht van de verwarming.
Dan ruikt hij op eens rok.
Het ruikt naar verbrand houdt.
Het is een scherpe geur.
Hij staat op en kijkt uit het raam.
Hij ziet rok bij het huis naast hem.
De roek is grijs en dik.
Het is het huis van mijn vrouw Janse.
Meneer De Fris pakt zijn telefoon.
Zijn handen trillen een beetje.
Hij belt de brandweer.
Hij zegt, er is een brand in de straat.
De brandweer komt snel.
Er komen twee grote rode auto's.
De auto's hebben velle lichten.
De mensen van de brandweer stappen uit.
Ze dragen donkere kleren.
Een man roept, iedereen moet naar buiten.
Meneer De Fris loopt naar buiten.
Hij ziet veel mensen op straat.
Ze kijken naar het huis van mijn vrouw Janse.
De roek is dik en zwart.
Hij ruikt nog sterker naar brand.
Meneer De Fris hoort een hart geluid.
Het is het water dat uit de slank komt.
Hij ziet me vrouw Janse.
Ze staat bij de deur.
Ze houdt.
haar handen beven.
Meneer De Fris loopt naar hard toe.
Hij vraagt, gaat het met u?
Me vrouw Janse zegt, ik ben bang.
Mijn huis brand.
Meneer De Fris zegt, de brandweer is er.
Ze helpen u.
Even later komt er een man van de brandweer.
Hij zegt, me vrouw, u moet mee naar een andere...
Even tussen door.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de...
interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Plak, u kunt hier niet blijven.
Mijn vrouw Janse zegt, waar moet ik dan heen?
De man zegt, er is een plek in de school om de hoek.
Daar kunt u slapen.
Mijn vrouw Janse knikt.
Ze loopt met de man mee.
Meneer De Fris kijk naar het huis.
De brandweer spuit water op het huis.
Het water sist.
Na een uur is de brand uit.
Het huis is zwart.
Het ruikt nog naar rook.
Meneer De Fris gaat naar de school.
Daar ziet hij me vrouw Janse.
Ze zit op een stoel.
Ze heeft een beker T in haar hand.
De beker is warm.
Meneer De Fris zegt, hoe gaat het nu?
M'n vrouw Janse zegt, ik ben moe.
Maar ik ben blij dat u mij hierop.
Meneer De Fris zegt, dat is toch normaal.
M'n vrouw Janse lacht.
Ze zegt, ja, maar niet iedereen doet dat.
De volgende dag gaat Meneer De Fris naar de school.
Hij brengt kleren voor m'n vrouw Janse.
De kleren zijn zacht en warm.
Ze zegt, dank u wel.
U bent een goede man.
Meneer De Fris zegt, ik ben blij dat ik u kan helpen.
M'n vrouw Janse zegt, ik heb geen huis meer.
Maar ik heb wel lieve mensen om me heen.
Meneer De Fris voelt zich warm van binnen.
Hij denkt, een huis is belangrijk, maar mensen zijn belangrijk.
Die avond zit meneer De Fris weer in zijn woonkamer.
Hij kijk naar buiten.
De straat is nu rustig.
Hij denkt aan m'n vrouw Janse.
Hij denkt aan de brand.
Hij is blij dat hij heeft geholpen.
Hij weet, je moet altijd naar andere omkijken.
Tot de volgende keer.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederland's, zelfs alsje stottert.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause