

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hey, Jamie, hier van Dutch Fluency.
Laten we samen je A1 Nederlandse avontuur beginnen.
Jana woont in een klein dorpje. Het is still in het dorp. Er zijn veel bomen.
Jana houdt van de bomen. Ze loopt vaak met haar hond. De hond heet Max.
Vandaag is het zonnig. Jana en Max lopen op het pad. Jana lacht.
Max rent en speelt. Jana denkt, wat een mooie dag. Maar dan hoort Jana iets.
Het is een auto. Nog een auto. En nog geen. Jana kijkt. Er zijn veel auto's.
Het is druk. Jana is verbaasd. Wat gebeurt er? Vraagt ze zich af.
Ze ziet haar buurman Tom. Tom loopt naar haar toe. Heb je het nieuws gehoord?
Vraagt Tom. Jana schut haar hoofd. Nee, wat is er? Tom vertelt.
Er is een nieuw winkel centrum. Het is groot. Veel mensen komen. Ze willen winkelen.
Jana kijkt naar de auto's. Wat een drukte. Ja, zegt Tom. Het is een gaal's.
Jana loopt verder met Max. Ze denkt, wat nu? Het is niet meer stil. Het is druk.
Jana vindt het niet leuk. Ze wil rust. Ze wil geen auto's. Ze loopt terug naar huis.
Ze denkt na. Tuis besluit Jana iets. Ze wil actie. Ze belte gemeente.
Hallo, ik ben Jana, zegt ze. Het is de druk in ons dorp. De man aan de telefoon luistert.
We gaan kijken, zegt hij. Jana voelt zich beter. Ze heeft iets gedaan. Ze loopt naar Max.
Laatten we spelen, zegt ze. Max blaft blij. Jana gooide bal. Max rent. Jana lacht weer.
Het is nog steeds een mooie dag. Het is druk, maar Jana weet. Ze kan iets doen.
Jana zit in haar tuin. Ze denkt aan de auto's. Ze denkt aan rust. Ze glim lacht. Ze weet dat het goed komt.
Misschien komen er minder auto's. Misschien wordt het weer stil.
Jana hoopt het. Ze kijkt naar Max. Hij slaapt. Jana zucht te vreden.
Wat een dag, zegt ze zagjes. Dank je wel voor het luisteren. Morgen gaan we samen weer iets nieuws ontdekken. Tot dan.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze