

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé, ik las een artikel.
SOPHIE: Waar ging het over?
RICK: Over geld en erfenis.
DAAN: Klinkt interessant.
RICK: Het zegt dat vermogen door erfenis komt.
SOPHIE: Dat is logisch toch?
Mijn oma zei altijd: geld komt van geld.
DAAN: Mensen met geld geven het door.
Dat zie je in mijn familie ook.
RICK: Ja, maar kinderen met een koophuis krijgen veel meer.
SOPHIE: Hoeveel meer dan?
Geef een voorbeeld.
RICK: Twintig keer zoveel.
Stel, je krijgt een huis van 200.000 euro.
Dat is veel.
DAAN: Wow, dat is veel.
Mijn ouders hebben geen huis, dus ik krijg niks.
SOPHIE: Dus wie niks erft, heeft pech?
Zoals mijn buurman, hij huurt al jaren.
RICK: Ja, dat zegt het artikel.
Het is een groot verschil.
DAAN: Dat is oneerlijk.
Mijn vriend Mark kreeg een huis van zijn vader.
SOPHIE: Maar zo werkt het wel.
Mijn tante erfde ook een huis.
RICK: Mijn ouders huren een huis.
Ze hebben nooit kunnen kopen.
DAAN: Dus jij krijgt niet veel?
Geen erfenis van een huis?
RICK: Nee, ik denk het niet.
Alleen wat spaargeld, misschien.
SOPHIE: Mijn ouders hebben een huis.
Het is klein, maar het is iets.
DAAN: Dus jij hebt geluk?
Dan krijg jij straks een huis?
SOPHIE: Misschien, maar ik weet het niet.
Mijn broer wil het ook.
RICK: Het systeem is niet eerlijk.
Rijke mensen worden rijker.
DAAN: Wat kunnen we doen?
Kunnen we protesteren?
RICK: Misschien meer belasting op erfenis?
Dat helpt.
SOPHIE: Dat is een idee.
Maar mijn vader zegt: belasting is al hoog.
DAAN: Maar politici willen dat niet.
Ze zijn zelf rijk.
RICK: Nee, want dan stemmen rijke mensen tegen.
En zij hebben macht.
SOPHIE: Typisch.
De gewone mens heeft pech, zoals altijd.
DAAN: De gewone mens heeft pech.
Maar we hebben bier.
Dat is ook wat.
SOPHIE: Ha, ja.
Bier is voor iedereen.
Rijk of arm, bier smaakt hetzelfde.
DAAN: Gelukkig maar.
Proost!
En proost op de gewone mens.
RICK: Proost!
Maar serieus, ik vind het oneerlijk.
Mijn vrienden met geld hebben makkelijk.
SOPHIE: Het is de realiteit.
Mijn oom werkt hard, maar hij heeft nog steeds weinig.
DAAN: Mijn huis is van de bank.
Ik betaal elke maand hypotheek.
SOPHIE: Ja, maar jij hebt wel een huis.
Dat is beter dan huren.
DAAN: En ik huur een klein appartement.
Het is niet groot, maar het is oké.
RICK: Maar je kunt later nog kopen.
Als je spaart.
DAAN: Als de prijzen dalen.
Maar dat gebeurt niet.
Ze stijgen elk jaar.
SOPHIE: Nee, ze stijgen altijd.
Mijn moeder kocht voor 100.000, nu is het 300.000.
RICK: Mijn ouders kochten vroeger voor weinig geld.
Nu is het niet meer mogelijk.
SOPHIE: Vroeger was alles goedkoper.
Brood, huizen, alles.
DAAN: Ja, een huis kost nu heel veel.
Zelfs een klein huis is duur.
RICK: Maar een erfenis helpt dan wel.
Zonder erfenis kom je niet ver.
SOPHIE: Als je die krijgt.
Ik niet.
Mijn ouders hebben schulden.
DAAN: Ik ook niet.
Dus wij moeten hard werken.
En misschien sparen.
RICK: Of winnen met de loterij.
Dat is makkelijker dan sparen.
SOPHIE: Haha, ja.
Dat is de enige hoop.
Een loterijticket kopen.
DAAN: Loterij is ook oneerlijk.
De kans is klein.
RICK: Maar wel leuk om over te dromen.
Een villa aan zee, een boot.
SOPHIE: Waar of niet.
Een villa aan zee.
En een boot.
Maar nu eerst nog een biertje?
DAAN: Goed idee.
Nog een rondje?
Ik trakteer deze keer.
RICK: Goed idee.
Nog een rondje?
Dit gesprek maakt me dorstig.
SOPHIE: Ja, graag.
Dit gesprek maakt me dorstig.
Geldzaken zijn zwaar.
DAAN: Het is belangrijk, maar ook zwaar.
Laten we lachen.
RICK: Geldzaken zijn nooit licht.
Maar bier wel.
Proost!
SOPHIE: Klopt.
Laten we maar lachen.
En genieten van het bier.
DAAN: Oké, proost!
Tot de volgende.
Meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze