

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ah, ik heb een boek.
Het boek is oud. Het boek is een kokeboek.
Het kokeboek is uit 1934.
Het kokeboek heeft veel recepten.
De recepten zijn kort.
Ik lees het kokeboek.
Ik vind het kokeboek goed.
Ik vind het kokeboek interessant.
Ik zie woorden in het kokeboek.
De woorden zijn oud.
De woorden zijn anders.
Ik zie het woord vlees.
Nu schrijven wij het woord vlees.
Ik zie het woord vies.
Nu schrijven wij het woord vies.
Ik vind het leuk om de oude woorden te zien.
Ik heb een recept uit het kokeboek.
Ik ga het recept maken.
Ik heb vlees nodig.
Ik heb viss nodig.
Ik ga naar de winkel.
Ik koop het vlees.
Ik koop de vies.
Ik ga naar huis.
Ik maak het eten klaar.
Ik koop het vlees.
Ik koop de vies.
Het ruikt goed.
Ik ben klaar met koken.
Ik heb honger.
Ik eten eten.
Het eten is lekker.
Ik drink water bij het eten.
Het water is koud.
Ik vind het eten en het water goed.
Ik praat met mijn vriend.
Ik vertel over het kokeboek.
Ik vertel over het recept.
Mijn vriend vind het interessant.
Mijn vriend wil ook het kokeboek zien.
Ik laat het kokeboek zien.
Mijn vriend leest het kokeboek.
Mijn vriend vind het kokeboek ook goed.
Mijn vriend wil ook een recept maken.
Wij maken samen een recept.
Wij hebben plezier.
Wij lachen.
Wij praten.
Wij koken.
Wij eten.
Het is een goede dag.
Het oude kokeboek brengt plezier.
Het oude kokeboek brengt vrienden samen.
Het oude kokeboek is goed.
Het oude kokeboek is interessant.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze