Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Arnhem: Jasmijn (14) vermist, politie zoekt tips

Tim: Arnhem.

Die stad staat vandaag centraal, en niet om een feestje.

Ik wil je meteen iets vertellen: dit is een serieus onderwerp.

Een meisje van veertien, Jasmijn, is vermist.

De politie vraagt om tips.

Luister even goed, want misschien kun jij wel iets doen.

Pieter: Goedemiddag, mijn goede heer.

Ik heb het bericht gelezen, en het raakt mij.

Een kind van veertien, spoorloos.

In mijn tijd zou de kerkklok luiden en de hele buurt zou uitlopen.

Maar goed, vertel mij eerst rustig wat er precies bekend is.

Tim: Jasmijn is veertien jaar en komt uit Arnhem.

Ze vertrok vrijdag.

Ze is voor het laatst gezien in de omgeving van Rotterdam Centraal Station.

Dat is dus een eind bij Arnhem vandaan.

De politie vraagt mensen die iets weten om tips.

Pieter: Hm-hm.

Rotterdam, zegt gij?

Dat is een grote havenstad, met veel volk en veel beweging.

In mijn tijd zou een koopman als ik zijn netwerk aanspreken.

De schippers, de klerken, de krantenjongens.

Iedereen kent iedereen op zo’n plek.

Maar veertien jaar, dat is nog een kind.

Tim: Precies.

En daarom is het zo belangrijk dat mensen goed kijken.

Niet alleen in Arnhem, maar ook rond Rotterdam Centraal.

Heb jij enig idee hoe dat in 1850 zou gaan?

Als een kind zoek was, hoe kwam de boodschap dan verder?

Pieter: Wel, men hing een briefje aan de kerkdeur, men sprak de veldwachter aan, en men stuurde een bode.

Maar het duurde lang.

Soms dagen.

Dat is het grote verschil met nu: het nieuws gaat vlug, heel vlug.

Dat is een zegen, als men het maar juist gebruikt.

Tim: Ja, en dat is meteen het punt.

Snel nieuws kan helpen, maar het moet wel kloppen.

De politie vraagt om tips, niet om geruchten.

Dus: heb je echt iets gezien, of weet je iets zeker?

Dan meld je het.

Verzin niets, deel geen wilde verhalen.

Pieter: Dat is wijs gesproken.

In mijn handel leerde ik: een vals gerucht is als een slechte munt.

Men geeft hem door, en hij wordt steeds minder waard.

Maar een goed bericht, dat is als een heldere rekening: men ziet meteen wat waar is.

Zo moet men ook hier spreken.

Tim: Mooi gezegd.

Laten we een paar woorden uit dit nieuws even rustig bekijken, want die helpen je echt.

Het eerste woord is spoorloos.

Dat betekent: helemaal weg, niet te vinden.

Iemand is spoorloos als er geen spoor is, geen aanwijzing waar diegene is.

Pieter: Spoorloos, ja.

Dat woord ken ik ook uit de spoorwegen, maar hier betekent het iets anders.

Let op, luisteraar: vermist is ook zo’n woord.

Iemand is vermist als niemand weet waar die persoon is, en men bezorgd is.

Dat is niet hetzelfde als zomaar even weg.

Tim: En dan heb je tips.

Dat zijn aanwijzingen of informatie die kunnen helpen.

De politie vraagt om tips, dus om kleine stukjes informatie.

Misschien zag iemand Jasmijn, misschien weet iemand waar ze heen wilde.

Elk klein detail kan belangrijk zijn.

Pieter: En omgeving, dat is het gebied rond een plek.

Dus niet alleen het station zelf, maar ook de straten eromheen.

Dat is een nuttig woord.

Als men zegt: in de omgeving van Rotterdam Centraal, dan bedoelt men: daar in de buurt.

Dat moet men goed begrijpen.

Tim: Precies.

En het laatste woord dat ik wil noemen is station.

Dat kennen jullie vast.

Een plek waar treinen stoppen.

In 2250 zijn stations anders, maar het idee is hetzelfde: een knooppunt waar veel mensen langskomen.

Juist daar kan iemand gezien worden.

Pieter: Zeg, Tim, gij spreekt over 2250 alsof reizen heel gewoon is.

Hoe zou men in uw tijd zoeken naar een vermist kind?

Hebt gij dan geen... hm-hm... betere middelen?

Tim: We hebben zeker betere middelen, Pieter.

Maar ik moet eerlijk zijn: ook in 2250 is een vermist kind een nachtmerrie.

We hebben snelle netwerken en slimme systemen, maar mensen blijven mensen.

En soms is een simpele tip van een voorbijganger nog steeds het belangrijkste.

Pieter: Hm-hm.

Dus al uw vernuft brengt u niet verder dan een goed paar ogen en een eerlijk woord?

Dat stelt mij gerust.

De mens is niet veranderd.

Men moet blijven kijken, en men moet blijven melden.

Maar goed, laten wij nu het leerpunt bekijken.

Tim: Ja, precies een klein leerpunt vandaag.

In het nieuws staat: de politie vraagt om tips.

Dat is een handige structuur: vragen om iets te doen.

Je zegt bijvoorbeeld: de politie vraagt om tips.

Dat is al goed.

Maar je kunt het nog duidelijker maken.

Pieter: Toe maar, mijn goede heer.

Leer ons de fijne kneepjes.

Ik ben benieuwd of gij het beter kunt zeggen dan de krant.

Tim: Kijk, de simpele zin is: de politie vraagt om tips.

Dat is correct.

De betere zin is: de politie vraagt mensen om tips te geven.

Dan gebruik je om te plus een werkwoord.

Dus: om tips te geven.

Dat patroon kun je vaak gebruiken.

Pieter: Ah, dat ken ik wel.

Men vraagt mij om te spreken, men vraagt u om te luisteren.

Het is een nette vorm, die past bij een beleefd verzoek.

En in ernstige zaken is beleefdheid goed, maar duidelijkheid is beter.

Dus: de politie vraagt u om tips te geven.

Helder.

Tim: En nu even terug naar het nieuws, want dat is belangrijker dan grammatica.

Jasmijn is veertien, ze is vermist, en ze is voor het laatst gezien bij Rotterdam Centraal.

Als jij daar in de buurt bent, of als je iets weet, kijk dan goed en meld het.

Niet delen op social media als je het niet zeker weet.

Pieter: Juist.

En laten wij ook zeggen: dit is geen verhaal om grappen over te maken.

Een kind is zoek.

Dat is een zaak van zorg en aandacht.

Ik denk aan de ouders.

In mijn tijd zouden zij naar de kerk gaan en bidden.

Nu kunnen zij alleen maar wachten en hopen op goed nieuws.

Tim: Mooi dat je dat zegt, Pieter.

En luisteraar, jij kunt ook iets doen.

Niet door te speculeren, maar door op te letten.

Als je iets ziet, noteer het goed: tijd, plaats, wat je zag.

Dat zijn echte tips.

En deel alleen officiële informatie, bijvoorbeeld van de politie.

Pieter: Zeg, Tim, gij sprak over sociale media.

Ik ken dat niet.

Maar ik begrijp: het is als een marktplein waar iedereen roept.

Soms is dat goed, soms is dat gevaarlijk.

Als men daar een vals gerucht roept, dan gaat het snel.

Is dat niet zo?

Tim: Ja, precies.

Het gaat snel, en daarom moet je extra voorzichtig zijn.

De politie vraagt om tips, en die gaan via officiële kanalen.

Dus niet via een wilde groep of een anoniem bericht.

Als je iets weet, ga naar de politie.

Dat is de veilige weg.

Pieter: Goed.

Dan hebben wij de feiten, de woorden en het leerpunt.

Maar ik wil nog één ding zeggen tegen de luisteraar: als gij in Arnhem of Rotterdam zijt, kijk dan eens goed om u heen.

Niet als een speurder, maar als een mens.

En wees voorzichtig met wat gij deelt.

Tim: En dat is een mooie gedachte om mee verder te gaan.

We hebben het nog niet over alles gehad, want er is meer te zeggen over hoe je veilig en goed kunt reageren.

Straks gaan we verder.

Praat mee op nieuwsdoordetijd.com.

En blijf ondertussen goed opletten.

Tim: We gaan verder.

Pieter, jij vroeg net hoe je veilig kunt reageren.

Laten we dat stap voor stap doen.

Stel, jij ziet iemand die op Jasmijn lijkt.

Wat doe je dan?

Je kijkt goed, maar je gaat niet zomaar naar die persoon toe.

Je noteert tijd en plaats.

En je belt de politie.

Niet via social media, maar via het echte nummer.

Pieter: Hm-hm.

Dat klinkt verstandig.

In mijn tijd zouden wij naar de wachtmeester gaan, of naar de burgemeester.

Maar goed, de politie is nu de wachtmeester.

En wat ik mij afvraag: hoe weet de politie welke tips echt zijn?

Er zullen toch veel mensen reageren?

Tim: Goede vraag.

De politie krijgt veel tips, en ze wegen die zorgvuldig.

Ze kijken naar tijd, plaats en details.

Een tip als 'ik zag haar ergens' is vaag.

Maar 'ik zag een meisje met een groene jas bij de ingang van het station om 15.10 uur' is concreet.

Daarom is het zo belangrijk om goed op te letten.

Pieter: Dus concreetheid is het sleutelwoord.

Dat begrijp ik.

Als koopman let ik ook op details: welke goederen, welke prijs, welke datum.

Een vage order levert niets op.

Een duidelijke order wel.

Zo is het dus ook met een tip.

Maar zeg eens, Tim, wat bedoelt men met 'spoorloos'?

Dat woord ken ik wel, maar ik wil het zeker weten.

Tim: Spoorloos betekent dat iemand weg is en dat er geen spoor is.

Je weet niet waar die persoon is.

Het is een sterk woord.

'Spoor' komt van het spoor waarop een trein rijdt, of van een voetafdruk.

Als er geen spoor is, is er niets om te volgen.

De politie heeft dus geen aanwijzing waar Jasmijn nu is.

Pieter: Juist.

En 'vermist' is dan weer een ander woord.

Dat betekent dat iemand wordt gemist.

De familie mist haar.

De politie zoekt haar.

Het is een werkwoord dat je vaak hoort in zulke zinnen: 'Zij wordt vermist.' Dat is een vaste combinatie.

Ik hoop dat de luisteraar dat onthoudt.

Tim: Zeker.

En dat brengt mij bij het leerpunt van vandaag.

We horen steeds: 'De politie is op zoek naar een meisje.' Of: 'Zij wordt vermist.' Dat zijn twee manieren om hetzelfde te zeggen.

Maar er is een patroon dat je goed kunt leren: 'op zoek zijn naar' plus een zelfstandig naamwoord.

Bijvoorbeeld: 'De politie is op zoek naar getuigen.' Pieter: Dus 'op zoek zijn naar' is een vaste uitdrukking.

Dat is handig.

Ik zou zeggen: 'Ik ben op zoek naar een goede pijp.' Dat is een simpele zin.

Maar kan het ook anders?

Een betere zin?

Tim: Ja.

Een simpele zin is: 'Ik zoek een boek.' Een betere zin met het patroon is: 'Ik ben op zoek naar een boek over de geschiedenis van Arnhem.' Dat klinkt natuurlijker en formeler.

En in het nieuws hoor je vaak: 'De politie is op zoek naar de vermiste Jasmijn.' Dus jij kunt ook zeggen: 'Wij zijn op zoek naar meer informatie.' Pieter: Dat ga ik onthouden.

'Op zoek zijn naar' dus.

En als ik het zelf gebruik, moet ik dan ook 'naar' zeggen?

Ja, dat lijkt mij wel.

'Ik ben op zoek naar antwoorden.' Mooi.

Nu terug naar het verhaal.

Jasmijn vertrok vrijdag.

Dat is al een paar dagen geleden.

Is dat lang?

Tim: Voor een vermissing is elke dag lang.

De politie werkt meteen, maar na een paar dagen wordt het lastiger.

Ze kijken naar camerabeelden, naar banktransacties, naar telefoongegevens.

In 2250 hebben we meer technieken, maar de eerste uren zijn altijd het belangrijkst.

Dat geldt in 1850 ook, denk ik.

Pieter: Zeker.

In mijn tijd zouden wij de stadspoorten laten sluiten en de wacht laten uitkijken.

Maar wij hadden geen camera's en geen telefoon.

Wij hadden alleen onze ogen en oren.

En de kerkklokken.

Als een kind zoek was, ging het nieuws snel via de kerk.

Nu gaat het via de media.

Dat is sneller, maar ook onpersoonlijker.

Tim: Dat is een mooie observatie.

Maar tegelijk: via media kan iedereen helpen.

Jij kunt een bericht delen, maar alleen als het van de politie komt.

Zo bereik je veel mensen.

In 2250 hebben we daarvoor speciale kanalen die betrouwbaar zijn.

Maar het principe is hetzelfde: deel alleen wat zeker is.

Pieter: Dus niet zomaar een gerucht delen.

Dat begrijp ik.

Maar zeg, Tim, wat als iemand denkt Jasmijn te zien, maar het is een ander meisje?

Dat kan toch gebeuren?

Dan krijgt de politie een verkeerde tip.

Is dat erg?

Tim: Het is niet erg, zolang je het maar meldt als een vermoeden.

Zeg dan: 'Ik zag iemand die erop leek, maar ik weet het niet zeker.' De politie kan dat zelf uitzoeken.

Een verkeerde tip is beter dan geen tip, als je maar eerlijk bent over wat je wel en niet zeker weet.

Dat is belangrijk.

Pieter: Eerlijkheid dus.

Dat is een deugd die in mijn tijd ook hoog stond.

Maar ik heb nog een vraag.

Jij sprak over 'camerabeelden'.

Ik ken geen camera's.

Hoe moet ik mij dat voorstellen?

Is dat als een schilderij dat beweegt?

Tim: Bijna.

Een camera is een apparaat dat beelden vastlegt.

Je kunt het vergelijken met een oog dat nooit knippert.

Het hangt op stations en in straten.

Als Jasmijn ergens is gefilmd, kan de politie dat terugkijken.

Zo kunnen ze haar route volgen.

In 1850 zou je een tekenaar hebben gestuurd, maar die zag alleen wat hij op dat moment zag.

Pieter: Wat een vooruitgang.

Maar ook een beetje beangstigend.

Overal ogen.

Nou ja, dat is de tijd.

Laten we terugkeren naar het onderwerp.

De politie vraagt om tips.

Dat is de kern.

En wij kunnen helpen door goed op te letten.

Maar wat moeten wij doen als wij niets zien?

Gewoon wachten?

Tim: Nee, je kunt ook letten op de mensen om je heen.

Soms voelt iemand zich alleen of bang.

Als jij dan vriendelijk bent, kan dat al helpen.

Maar in dit geval: als je iets ziet dat afwijkt, meld het.

En deel de oproep van de politie.

Zo bereik je mensen die misschien wel iets weten.

Samen sta je sterker.

Pieter: Samen sta je sterker.

Dat is een mooie gedachte.

Ik denk aan het gilde in mijn tijd.

Als een van ons in nood was, hielpen wij elkaar.

Zo is het nu ook, maar dan met de hele samenleving.

Ik hoop dat Jasmijn snel wordt gevonden.

En dat de ouders troost vinden.

Tim: Dat hoop ik ook.

En luisteraar, jij hebt nu drie dingen geleerd.

Een paar woorden: spoorloos, vermist, tip.

Een patroon: op zoek zijn naar.

En een houding: voorzichtig en behulpzaam.

Dat is genoeg voor vandaag.

Maar het gesprek stopt hier niet.

Je kunt verder praten op nieuwsdoordetijd.com.

Pieter: Ja, kom daar eens langs.

Wij zijn daar ook.

En als gij iets wilt zeggen over dit nieuws, doe het dan met respect.

Want achter elk nieuwsbericht zitten mensen.

Dat mag nooit vergeten worden.

Ik wens u een goede dag, en wees aandachtig.

Tim: En dat is het voor nu.

Blijf nieuwsgierig, blijf menselijk, en tot de volgende keer.

Op nieuwsdoordetijd.com vind je meer verhalen en kun je reageren.

Dank voor het luisteren.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause