Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een Visum voor de Buurman

Hallo, ik ben Rick.

Ik woon in Den Haag en ik werk bij een klein reisbureau.

Vandaag vertel ik jullie een verhaal over een dinsdagochtend op mijn werk.

Het was een grijze dag.

Het regende zacht tegen het raam.

In de kleine wachtkamer van ons kantoor zat een man met een stapel papieren op zijn schoot.

Hij heette Tom en hij woonde twee straten verderop.

Ik kende hem van de bakker.

Hij kocht daar elke zaterdag een bruin brood en een appelflap.

'Goedemorgen, Tom,' zei ik.

'Wil je koffie?' 'Graag, Rick,' zei hij.

'Ik ben een beetje zenuwachtig.' Ik zette een kop koffie voor hem neer.

De geur van verse koffie vulde de kamer.

Tom legde zijn papieren op tafel.

Zijn handen trilden een beetje.

'Ik wil naar Amerika,' zei hij.

'Mijn zus woont in Chicago.

Ik heb haar al vier jaar niet gezien.

Maar ik heb nog geen visum.

Ik heb alles in een map gedaan, maar ik weet niet of het genoeg is.' Ik keek naar de papieren.

Er was een paspoort, een brief van zijn werk en een foto.

'Dit ziet er goed uit,' zei ik.

'Maar je moet wel een afspraak maken.

Dat duurt soms lang.' Tom keek naar de regen.

'Dat dacht ik al.

Gisteren las ik iets in de krant.

Een man uit Brazilië heeft heel snel een visum voor Amerika gekregen.

Hij heet Flávio Bolsonaro.

Hij is de zoon van een bekende leider uit zijn land.

De president van Brazilië, Lula, was erg boos.

Hij vond het niet goed dat de man wegging.' 'Ja, dat heb ik ook gelezen,' zei ik.

'Lula zei dat het vertrek van die man niet netjes was.' 'Precies,' zei Tom.

'Ik snap het niet helemaal.

Ik wacht al drie maanden op een afspraak.

Hij krijgt zijn visum in een paar dagen.' Ik lachte een beetje.

'Misschien moet je ook beroemd worden, Tom.' Hij lachte mee.

'Dan zou ik eerst een goed boek moeten schrijven.

Of heel goed leren koken.' 'Je appelflap is al beroemd in de straat,' zei ik.

'Maar je bakt ze niet eens zelf.' We lachten allebei.

Even was Tom niet meer zenuwachtig.

Hij dronk zijn koffie op en ging rechterop zitten.

'Weet je wat?' zei hij.

'Ik vind het toch niet eerlijk.

Maar boos worden helpt niet.

Ik wil gewoon mijn zus zien.' 'Dat is een goed plan,' zei ik.

'Laten we kijken wat we kunnen doen.' Ik zette mijn computer aan.

Het scherm was eerst zwart en daarna kwam er een blauw licht.

Ik zocht de website van het consulaat.

Tom keek mee over mijn schouder.

Buiten reed een tram voorbij.

Ik hoorde het geluid van de bel.

'Kijk,' zei ik.

'Er is een afspraak vrij op 14 maart.

Dat is over zes weken.' 'Zes weken is niet erg,' zei Tom.

'Ik heb drie maanden gewacht.

Zes weken is vlak om de hoek.' Ik vulde samen met hem alle gegevens in.

We deden dat langzaam en we controleerden alles twee keer.

Het duurde bijna een uur.

Toen was het klaar.

Op het scherm stond: 'Uw afspraak is bevestigd.' Tom klapte in zijn handen.

'Dank je wel, Rick.

Je bent een echte held.' 'Nee hoor,' zei ik.

'Ik heb alleen op een knop gedrukt.' Hij pakte zijn map en stond op.

Bij de deur draaide hij zich om.

'Als ik terug ben uit Chicago, breng ik een stuk Amerikaanse taart mee.' 'Doe maar twee stukken,' zei ik.

Hij ging naar buiten.

De regen was bijna gestopt en er kwam een beetje zon door de wolken.

Ik zag hem lopen, met zijn map onder zijn arm.

Hij liep sneller dan toen hij binnenkwam.

Ik dacht na over wat er in de krant stond.

Sommige mensen krijgen alles snel, en andere mensen moeten lang wachten.

Dat is niet altijd leuk.

Maar kleine dingen helpen ook: een kop koffie, een vriendelijk woord en een afspraak op de computer.

Die avond kocht ik zelf een appelflap bij de bakker.

Ik at hem op een bankje in het park.

Hij smaakte heerlijk, nog warm en zoet.

Ik wist dat Tom ergens in zijn huis zat te dromen over Chicago, en dat voelde goed.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause