

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Max is 8 jaar oud.
Hij woont in Rotterdam. Rotterdam is een grote stad. Max heeft een broer. De broer heet Finn.
Finn is 10 jaar oud. Vandaag is het zaterdag. Max en Finn zijn thuis. Het is een mooie dag.
De zon is geel. De lucht is blauw. Max ziet de zon. Hij is blij. Max hoort vogels.
De vogels singen. Max ruikt het gas. Het gas is groen. Finn kijkt op zijn tablet. Hij ziet een man op
de tablet. De man is groot. De man heeft geel haar. Finn zegt, Max, kom hier. Max loopt naar Finn. Max
kijkt ook naar de tablet. Max vraagt, wie is dat? Finn zegt, dat is Trump. Max vraagt, wat doet hij?
Finn zegt, hij praat. Hij praat veel. Max kijkt naar de man. De man praat hart. De man zwaait met zijn handen.
Max vraagt, waar praat hij? Finn zegt, in New York. Max vraagt, wat zegt hij? Finn denkt even na.
Finn zegt, hij is boos. Max vraagt, op wie? Finn zegt, op een groep mensen. Max knippert met zijn
ogen. Max begrijpt het niet goed. Finn ligt het uit. Finn zegt, er is een groep. De groep doet
werk. Max vraagt, goed werk. Finn zegt, ja, goed werk. Max vraagt, en Trump, Finn zegt, Trump is boos
op die groep. Max zegt, oh, Max denkt na. Max zegt, ik ben nooit boos op mensen die goed werkt doen. Finn lacht.
Finn zegt, ik ook niet. Max zegt, dat is raar van Trump. Finn knikt. Finn zegt, ja, even
tussendoor. Bedankt voor het luisteren. Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram,
dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal. Ja, dat is raar. Max loopt naar het raam. Hij ziet de straat.
Een man loopt met een hond. De hond is klein en wit. Max zegt, Finn, kijk, Finn loopt ook naar het raam.
Finn zegt, wat een kleine hond. Max zegt, hij is schattig. De hond rent op de straat. De hond is snel.
Max vergeet Trump. Max denkt aan de hond. Max zegt, ik wil ook een hond. Finn zegt, ik ook. Max zegt,
een kleine hond. Finn zegt, of een grote hond. Max lacht, Finn lacht ook. Max hort de hond blaffen.
De hond blafft hart. Max ziet de staart van de hond. De staart is kort. De hond is blij.
Hun moeder roept. Zij heet Ells. Ells zegt, Max, Finn, kom eten. Max en Finn lopen naar de tafel.
Op de tafel staat brood. Er is ook melk. Max drinkt de melk. Finn eten het brood. Het brood is lekker. Max ruikt het brood.
Het brood ruikt warm. Ells vraagt, wat doen jullie vandaag? Max zegt, wij kijken naar Trump. Ells kijkt
verbaasd. Els zegt, oh, Finn zegt, hij praat veel. Els lacht, Els zegt, dat klopt. Max eet zijn
brood op. Max is blij. De zon schijnt nog. Het is een fijne dag. Max denkt, dit is een goede dag. Max denkt
aan Trump. Trump is boos. Dat is raar. Max is niet boos. Max is blij. Max denkt aan de hond. De hond
is klein en wit. Max wil een hond. Misschien later. Nu eten Max brood. Het brood is lekker. De melk is koud. Max is blij. Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze