

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Sami is in Suta. Suta is een stad in Spanje. De stad is bij de Zee.
Sami slaapt bij de Zee. Noor slaap daar ook. Ze hebben geen huis in de stad.
Ze hebben twee tassen. Sami heeft ook een rode bal. De zon is er al.
Sami kijkt naar het water. Het water is blauw. Hij hoort de Zee.
Hij hoort ook een bus. Noor zit op een tas. Ze kijkt naar de rode bal.
De bal is bij haar voet. Sami kijkt ook naar de bal. Sami zegt, ik speel met de bal.
Noor zegt, ik kijk naar jou. Sami speelt met zijn voet. De bal gaat naar Noor. Noor speelt ook met haar voet.
De bal gaat naar een tas. Sami loopt naar de tas. Hij kijkt in de tas. Noor zegt, de bal is niet daar.
Sami kijkt naar zijn voet. De bal is bij zijn voet. Hij kijkt naar Noor. Noor lagt. Sami lagt ook.
De bal gaat niet in de tas. Hij speelt weer met de bal. Noor kijkt naar de Zee.
Dan komt de politie. Sami ziet twee mannen. De mannen lopen naar het water. Ze kijken naar de mensen.
Veel mensen slapen hier. Veel mensen hebben een tas. Een man zegt, jullie gaan hier weg.
Sami kijkt naar Noor. Noor kijkt naar haar twee tassen. Sami zegt, waar gaan wij dan heen?
De man zegt, daar is een bus. Hij kijkt naar de bus. Jullie gaan met de bus. Noor zegt, even tussen door.
Bedankt voor het luisteren. Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal. Waar gaat de bus heen? De man zegt, naar een huis.
Daar zijn bedden voor jullie. Sami kijkt weer naar de Zee. Sami doet de bal in zijn tas. Noor doet haar
brood in haar tas. Ze heeft ook water. Ze drinkt een beetje water. Sami drinkt ook een beetje.
De zon is warm. Noor loopt naar de bus. Sami loopt met haar. De politie blijft bij de Zee.
De bus is groot en blau. Sami gaat in de bus. Noor gaat ook in de bus. Ze zit bij het raam. Sami zit naast haar.
Zijn tas is op zijn voet. Noor zegt, waar is je bal? Sami zegt, hij slaapt in mijn tas. Noor lacht weer.
Sami kijkt naar buiten. Hij ziet de Zee. Dan ziet hij de stad. Hij ziet een winkel. Hij ziet een man op een fiets.
Noor kijkt ook naar buiten. De bus gaat naar een huis. Bij het huis is een boom.
Under de boom zit een kat. Sami en Noor gaan naar binnen. Ze zien een kamer. In de kamer zijn twee bedden. Er is ook een tafel.
Sami zet zijn tas op de tafel. Noor zit op een bed. Sami zit op het andere bed. Hij kijkt naar zijn tas.
Zijn bal is er nog. Noor zegt, spiel je hier met de bal? Sami kijkt naar de bedden. Hij kijkt naar de tafel.
Ik speel buiten, zegt hij. Buiten speelt Sami met zijn bal. Noor kijkt naar hem. De kat kijkt ook. Sami is blij met het bed. Hij slaapt vandaag binnen.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause